web[oor]log


Horoscoop
januari 18, 2012, 20:58
Filed under: India

Afbeelding

Het is geen nieuws meer: ik word de nieuwe India/Pakistan-correspondent voor NRC Handelsblad. Ik begin op 1 april. Geen geintje.

Dat betekent dat ik vertrek als redacteur van De Groene Amsterdammer, waar ik vanaf 1995 heb gewerkt. Eerst als stagiair, toen als freelancer en vanaf februari 1998 als redacteur in vaste dienst. Ik heb een geweldige tijd gehad bij De Groene en – het is nog geen april – ik heb het er nog steeds zeer naar mijn zin.

Onze inzet wordt nu eindelijk beloond: de oplage van de Groene Amsterdammer stijgt, met name dankzij onze doorwrochte artikelen, waarin we geen concessies doen aan de Volkskrant-magazine-middelmaat die inmiddels de tijdschriftenwereld terroriseert. Invoelende ego-reportages, semi-arti photo shoots en de onvermijdelijke interviews met bekende Nederlanders – toon: ietwat bijdehand, wat tegenwoordig doorgaat voor ‘journalistiek’ – hebben de nadenkende stukken die je vroeger nog wel eens in de overige opinieweekbladen aantrof, verdrongen.

Een pijnlijke misrekening, zo blijkt. Op vervlakking zit geen lezer te wachten in deze zware tijd, die schreeuwt om duiding en reflectie. De oplages van onze collega-opinieweekbladen hollen dan ook gillend achteruit, waar wij gestaag stijgen. Toen ik als stagiair bij De Groene begon, zakte de oplage langzaam naar de zestienduizend, nu naderen we de twintigduizend. Sinds dit trimester zijn we niet langer het kleinste opinieweekblad. Wij zijn HP/De Tijd voorbij. Wij redden De Gids, ons illustere oudere broertje, van de ondergang. Wij staan op de kaart van Dichtend & Denkend Nederland, en wij zijn geen vaag stipje meer.

Wij. Straks is dat ‘zij’. Dat voelt vreemd. Jarenlang hebben we bij de redactie van De Groene Amsterdammer onze vruchten voorzichtig laten rijpen, en nu ze zich gretig laten plukken ga ik weg. Waarom?

Het heeft denk ik iets te maken met de stand van planeten, met het langs scheren van kometen en het uitdijen van zonnestelsels. Met andere woorden: er kwam opeens zoveel goeds samen, dat ik wel móest. Bij mijn geliefde Groene staat alles onwankelbaar op de rails, er is een sublieme redactie, inclusief fotoredactie en vormgeving, geleid door een geweldige hoofdredacteur en ondersteund door een doorgewinterd uitgeversbedrijf, bestaande uit een gesmeerde administratie, een hoog scorende advertentieafdeling en een majeure telefonische acquisitiesectie, ressorterend onder een immer dieselende uitgever/directeur. Bovendien heb ik door de jaren heen bij De Groene zo’n beetje alles op mijn vakgebied kunnen doen wat mijn hartje begeerde, met als favorieten onderzoeksjournalistiek en oorlogsverslaggeving. Daarin heb ik misschien wel – zeg ik maar even onbescheiden – mijn sporen verdiend (Gouden Pennetje 1997, met Sander Pleij; nominaties voor De Tegel 2008; Dick Scherpenzeelprijs 2011). Ik publiceerde twee boeken, dook in talloze onderwerpen en maakte menig verre reis. Eén droom had ik nog: pionier-verkenner zijn van een gezaghebbend dagblad in liefst lastig gebied. Toen ik de kans kreeg het NRC-correspondentschap voor Zuid-Azië in de wacht te slepen, dicht bij mijn geliefde Afghanistan, met inbegrip van het immer roerige, fascinerende Pakistan, kon ik niet op mijn handen blijven zitten. Standplaats New Delhi, een plek die geschikt is voor ons jonge gezin, een plek die bovendien siddert van de prachtige verhalen.

Goed nieuws voor mijn trouwe lezers: ik zal naast mijn werk voor NRC ook zo nu en dan voor De Groene schrijven. Het gekoesterde weekblad zal nooit ver weg zijn. Als ik in april met het NRC-correspondentschap begin, heb ik enkele gewaardeerde oud-Groene-collega’s weer terug. Pieter van Os (politiek redacteur bij NRC), Peter Vermaas (NRC-correspondent Zuidelijk Afrika) en natuurlijk Hubert Smeets, oud-Rusland-correspondent voor NRC, ex-Groene hoofdredacteur en nu opnieuw mijn collega, als NRC-commentator. “Joeri, jongen, moet je niet eens proberen ergens correspondent te worden?”, vroeg hij me meermaals, toen hij de Groene-redactie leidde. Het was niet dat hij me weg wilde hebben, verzekerde hij me, als ik hem wantrouwend aankeek. Het was iets met planeten, zonnestelsels en kometen, zei hij dan grijnzend, in onnavolgbaar Smeetsiaans.

Dus hier ben ik. In New Delhi. Samen met Marte (die vanuit Delhi stug blijft doorschrijven voor NRC Next, Linda, Happyness en al die andere prachtbladen, en me wat had aangedaan als ik niet had gesolliciteerd) op zoek naar een huis waar we goed kunnen leven met onze twee dochtertjes. Dat huis lijken we al na één middag gevonden te hebben.

Maar daarover later meer.