web[oor]log


Rakettenweer
april 9, 2009, 17:19
Filed under: weboorlog

Afgelopen week eiste een 107mm-raket voor het eerst slachtoffers onder Nederlandse militairen. De 20-jarige soldaat-1 Azdin Chadli werd gedood toen een raket middenin Kamp Holland neerkwam. Hij is de negentiende Nederlandse militair die tijdens de missie het leven liet. Bij de raketaanval raakten vier mannen en één vrouw gewond, van wie twee ernstig.

Een 107mm-’orgel’ ter begroeting bij de ingang van Kamp Holland. Foto: Joeri Boom

Bij de ingang van Kamp Holland, meteen achter de hescowallen die de basis beschermen, staat een merkwaardig tweewielig wagentje. Er zijn twaalf korte buizen op gemonteerd van nog geen meter lang. Het is een afgedankte lanceerinrichting voor 107mm-raketten. Het wagentje heet je welkom. Het staat aan de voet van de vlaggenstokken waaraan de Nederlandse, Australische en Afghaanse vlag wapperen. Veel Nederlandse militairen laten hier een ‘Uruzgan – Kamp Holland – I was there’ – foto van zichzelf maken, met het rakettenwagentje op de achtergrond.

Toen ik voor het eerste Kamp Holland aandeed, eind 2006, had ik net een raketaanval in Kabul meegemaakt. Twee raketten explodeerden in de buurt van de Amerikaanse ambassade. De stad was net tot rust gekomen waardoor de explosies een enorm terroriserend effect hadden. Meteen na de klap was iedereen wakker en gealarmeerd. Toch bleef het muisstil. Zoals altijd vond de aanval plaats in het donker. Dan kun je de raketten heimelijk lanceren. Vaak gebeurt dat met een tijdmechanisme, zodat tegen de tijd van de lancering de daders allang verdwenen zijn. De militairen vertelden me dat ook Kamp Holland twee maanden eerder beschoten was, maar de raketten vlogen hoog over. Camp Hadrian, de kleinere Nederlandse basis bij Deh Rawod, lag in die dagen vaker onder vuur dan Kamp Holland, maar ook daar werd nooit iets geraakt. De lichtdiscipline werd niet door iedereen even serieus genomen. De Taliban schoot altijd mis en bovendien sliep iedereen in gepantserde containers. Niemand maakte zich zorgen. ‘Laat maar komen die honderzevens.’

Twee jaar bleef het rustig, maar in januari werd Kamp Holland twee keer beschoten en half maart opnieuw. De raketten vielen in het lege gebied tussen de twee beveiligingsringen en richtten opnieuw geen schade aan. Nederland b;eef maar mazzelen. Tijdens een ISAF-offensief in de Baloechi Vallei zag ik er een inslaan op een meter of tien van een Nederlandse pantserwagen. Geen schade. Eerder, tijdens een vijfdaagse tocht door het Dehrafshan-gebied net ten zuiden van de vallei, hoorde ik hoe vlakbij onze voetpatrouille twee 107mm’s werden afgevuurd. Een kort, diep gesis, toen de keiharde klap van de lancering, gevolgd door de inslag kilometers verderop. De raketten waren bedoeld voor de Nederlandse patrouillebasis Poentjak, maar ook deze keer mistten ze doel.

Bij de term raket dacht ik doorgaans aan de enorme gevaartes die worden meegevoerd in militaire parades ter ere van twijfelachtige regimes. Daarbij vergeleken vallen de vijfentachtig centimeter lange 107milimetertjes in het niet. Sommige journalisten doen er schamper over. Vaak zijn de raketjes oud en exploderen ze niet. Volgens sommige journalisten zou de explosieve kracht weinig problemen opleveren voor wie beschoten wordt. Dat is niet waar. Dat Defensie-woordvoerders het gevaar van de raketten relativeren is begrijpelijk: de werkelijkheid bijschaven is hun vak. De Taliban mochten eens denken dat hun aanvallen effect hebben. Journalisten zouden er echter beter aan doen hun oor te luisteren te leggen bij de militairen.

Volgens hen is de 107mm een geducht wapen, ook al treffen ze niet vaak doel. De Taliban kunnen de lanceerinrichtingen niet openlijk vervoeren en gebruiken stenen als lanceerplatform wat de raketten erg onnauwkeurig maakt. Maar áls het raak is, is het einde oefening. In de huls met een doorsnede van 107mm zit vloeistof voor een kleine raketmotor en anderhalve kilo TNT. Ter vergelijking: de explosieve kracht van een rotje is gelijk aan minder dan een gram TNT. Een 107mm-voltreffer kan een pantserwagen vernietigen. De raketten zijn nog eens extra beangstigend omdat ze door hun bereik van acht tot tien kilometer uit het niets kunnen komen.

Na dertig jaar oorlog ligt Afghanistan vol weggemoffelde stapels 107mm-raketten en ander afgedankt wapentuig dat weer is opgekalefaterd door krijgsheren en Taliban-commandanten. In zijn meest recente boek Descent into Chaos beschrijft de Pakistaanse journalist en Afghanistan-expert Ahmed Rashid hoe de Taliban zich bewapenden. De krijgsheren, die gesteund worden door de Amerikaanse special forces (ook in Uruzgan) groeven wapenopslagplaatsen op van de Taliban nadat die in 2002 gevucht waren. Zelf hadden ze wapens zat, mede dankzij de Amerikaanse steun. Dus werd de buit, inclusief 107mm-raketten en mortiergranaten (waarmee bases veel preciezer en dus dodelijker bestookt kunnen worden) verkocht op de zwarte markt, doorgaans aan de oude eigenaren die bezig waren hun come back voor te bereiden.

Hoe onnauwkeurig 107mm-raketten ook zijn, KAF (Kandahar Airfield), de enorme basis bij Kandahar die ongeveer zo groot als Schiphol, is moeilijk te missen. Daar zijn raketbeschietingen routine geworden. In 2006 was het maandenlang elke week raak. Letterlijk. Tussen februari en eind juli 2006 boorden zich twintig raketten in het kamp. Regelmatig vielen lichtgewonden. Eén keer sloeg een raket in in een van de eetzalen met als gevolg tien gewonden, van wie één ernstig. Vier Nederlanders die er aan het dineren waren bleven gespaard. Het nieuws werd destijds stilgehouden om te voorkomen dat de Taliban informatie kregen die ze bij volgende beschietingen konden gebruiken.

107mm-raketten gevonden door Britse troepen. De twee blikken vormen het tijdmechanisme, gebaseerd op verdampend water en een aan een kurk bevestigde elektrode. Bij contact met de bodem van het blik wordt via het elektriciteitsdraad de raketvloeistof ontstoken.

107mm-raketten gevonden door Britse troepen. De twee blikken vormen het tijdmechanisme, gebaseerd op verdampend water en een aan een kurk bevestigde elektrode die werkt op de (blauwe) batterijen. Bij contact met de bodem van het blik wordt via het elektriciteitsdraad de raketontsteking geactiveerd.

Toen ik in februari 2007 op KAF aankwam was de basis een dag eerder onder vuur genomen. Twee raketten troffen doel. Eén militair raakte lichtgewond door opspattend grind. De Nederlanders die er gelegerd waren reageerden laconiek. ‘Dit is een van de manieren van de Taliban om te zeggen: ‘Hallo, we zijn er nog!’, vertelde een soldaat van de luchtmacht. Het maximum aantal raketten dat tijdens een aanval op de basis doel trof was zes. Dus van die twee lag hij niet wakker. Hij nam me mee naar een van de bunkertjes waar de basis vol mee staat. ‘We vragen ons af of deze betonplaatjes anderhalve kilo TNT aankunnen’, zei hij. ‘We hebben nog nooit een voltreffer gehad, dus we weten het niet.’

Later dat jaar maakte Arnon Grunberg, die op bezoek ging bij de Nederlandse militairen, tot zijn vreugde een raketaanval op KAF mee. Hij beschreef hem in zijn boekje Onder soldaten waarin hij verslag deed van zijn eerste reis naar Afghanistan als embedded schrijver. Het werd verspreid onder de manschappen en officieren. Grunberg schrijft hoe eerst de klap klinkt en dan pas de sirene. De persofficier komt zijn tent binnenstormen en drukt hem een helm op het hoofd, rukt die vervolgens weer af om hem zijn scherfvest te kunnen aantrekken, en plant hem dan weer op zijn hoofd. Grunberg piekert er niet over om een bunker in te gaan. ‘Ga dan maar onder je bed liggen’, roept de zenuwachtige voorlichter. Hij ziet al voor zich hoe de beroemde schrijver onder zijn verantwoordelijkheid gewond raakt. Onder het bed is te weinig ruimte, vindt Grunberg. Dus gaat hij gewoon óp zijn matras liggen, zoals volgens hem normale mensen zouden doen, zelfs als het oorlog was. Dankbaar stelt hij vast dat de paniekerige persman afdruipt zonder bovenop hem te zijn gedoken, zodat hij nu in vrede kan wachten op de volgende inslag. Dat er mensen zijn die hem zo graag dood willen dat ze raketten op hem afschieten geeft Grunberg een prettige sensatie. Dat hoor je wel vaker van militairen die voor het eerst onder vuur hebben gelegen. Never felt this much alive.

Ik had aanvankelijk steeds het geluk net tussen de aanvallen in op KAF te landen. Zo ook in juni vorig jaar. Bij een raketaanval was een blindganger afgeketst van het dak van de ongepantserde ‘werkbezoekersruimte’, waar ik meestal mijn stukjes tik. Drie weken later deed ik KAF opnieuw aan, nu op weg terug naar Nederland, en had ik minder geluk. Elke avond was het alarm, vaak meerdere keren achter elkaar. Soms zaten we uren in de bunkertjes. Na een van de aanvallen woedde een felle brand. Er was een dieseltruck geraakt. Toen ik na een aanval een bunker verliet en me over het gigantische kamp spoedde, hoorde ik de lanceringsknal van een 107mm, een paar seconden later gevolgd door de veel luidere inslag. Ik zag de explosie aan de rand van het kamp, zo’n 400 meter van me vandaan. Net op het moment dat ik langs een tankstation voor militaire voertuigen liep. Dat leverde wel een sensatie op, maar geen prettige. Een paar weken later werd een Amerikaanse soldaat door een 107mm-raket gedood.

Dit jaar lijkt het aantal raketaanvallen toegenomen. Niet eerder vielen zoveel dodelijk slachtoffers. In januari werd een Australiër in Uruzgan tijdens en beschieting gedood, in maart een Fransman in Oost-Afghanistan, op 1 april een Filipijnse contractwerker op KAF en vijf dagen later Azdin Chadli. Het was die avond ‘rakettenweer’, zoals de Duitsers op de ISAF-basis in Kunduz volle maan bij een onbewolkte hemel noemen. Dan is het in Kunduz altijd raak omdat de Taliban, die de basis beschieten vanuit de bergen, goed kunnen zien waar hun projectielen neerkomen. Tot nog toe hebben ze geluk gehad: slechts één keer sneuvelde een Duitse militair. Die vollemaansavond van 6 april werd de basis bestookt twintig minuten nadat Bondskanselier Angela Merkel een bezoek had gebracht.

Net als in Gaza en Zuid-Libanon zijn de raketbeschietingen vrijwel niet te stoppen. De honderzeventjes maken vast deel uit van het pakket. Niets aan te doen, zelfs het onderbrengen van de manschappen in peperdure gepantserde containers, zoals op Kamp Holland en Camp Hadrian, biedt geen garantie. Azdin Chadli stond buiten toen de raket insloeg. Een tweede raket raakte het Afghaanse gedeelte van het kamp en verwondde twee militairen van het Afghaanse regeringsleger. Diezelfde avond vond nog een raketaanval plaats op Kamp Holland, en een op KAF. Daarbij bleef iedereen ongedeerd.

Telkens één dode heeft op het thuisfront een heel ander effect dan in één klap tien, vijftien militairen verliezen. Het hoeft maar één keer écht raak te zijn ende natie heeft er een trauma bij. Dat had kunnen gebeuren eind juni vorig jaar. Avonden achtereen hadden de Taliban een uitgelezen kans toen honderden Nederlandse troepen op Kamp Holland buiten op groot scherm naar het EK-voetbal zaten te kijken. Iets meer dan een week later zat ik in een bunker op KAF te schuilen voor 107mm-raketten en vroeg ik me af hoe zeker de Nederlandse commandant op Kamp Holland van zijn zaak was toen hij toestemming gaf voor die voetbalavonden.




Geef een reactie so far
Plaats een reactie



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s



%d bloggers op de volgende wijze: