web[oor]log


Uit het lood
augustus 13, 2008, 10:24
Filed under: Opinie

(Embedded of unembedded? Een vergelijking.)

Embedded journalistiek is de norm in Uruzgan, net als tijdens alle eerdere Nederlandse oorlogen. Maar dat ook in het informatietijdperk de media kiezen voor eenzijdige en gekleurde berichtgeving, terwijl onafhankelijke verslaglegging wel degelijk mogelijk is, duidt op een crisis in de journalistiek.

door Joeri Boom

Tarin Kowt, rotonde centrum

Onverschillig
Er is iets vreemds aan de hand. Journalisten trekken massaal naar Uruzgan om  verslag te doen van het optreden van Nederlandse militairen. We weten inmiddels wat zij doormaken, hoe de sfeer is op de bases en dat het er zomers erg warm en stoffig is. We weten ook dat de militairen er zijn ‘om de bevolking te helpen’, zoals menig journalist uit hun monden optekent.

Maar – en dat is het merkwaardige –  we weten niet of de bevolking baat heeft bij de acties van onze militairen, want Uruzgani komen zelden aan het woord. Misschien wel het vreemdste van alles: publiek en vakgenoten lijken hun schouders op te halen over deze blindgeslagen verslaggeving.

Knarsetandend
Sinds de Nederlanders begonnen met het bouwen van hun bases, in mei 2006, zijn honderden journalisten onder begeleiding van Defensie naar Uruzgan gereisd. Degenen die voor langere tijd onafhankelijk de provincie in trokken zijn echter op de vingers van twee handen te tellen. Als ik het goed heb (het is nu augustus 2008), zijn het er zeven. Arnold Karskens (o.m. De Pers en  EénVandaag) is van hen de bekendste. Hij reisde verscheidene keren onafhankelijk naar Uruzgan en maakte er televisiereportages en artikelen. Ook Minka Nijhuis (Trouw), Hans Jaap Melissen (Wereldomroep), Deedee Derksen (Volkskrant) en freelance journaliste Bette Dam reisden zonder militairen. Fotograaf Jeroen Oerlemans en ik sluiten voorlopig de rij. We zijn onlangs teruggekeerd uit het gebied na een verblijf bij de gouverneur.

Vooral Karskens heeft zich van meet af aan fel verzet tegen embedded journalism. Hij meent dat de eis van Defensie om de publicaties vooraf in te zien, onaanvaardbaar is. Defensie controleert op operationele informatie, waarmee ze doelt op gegevens die de troepen of de missie in gevaar brengt.

Zelf accepteerde ik die restrictie, zij het knarsetandend. Ik zag nu eenmaal tot voor kort geen mogelijkheid om onafhankelijk naar Urugan te reizen. Door volledige openheid te betrachten jegens mijn lezers over mijn slechtziende verslaggeving en door het embedded-proces zelf zo nu en dan als onderwerp te nemen, hoopte ik binnen de grenzen te blijven van verantwoorde berichtgeving. Door m’n bevindingen bij de krijgsmacht te schragen met informatie van mijn Afghaanse contacten in Kabul en Kandahar, waarheen ik wel onafhankelijk kon reizen, probeerde ik mijn verslaggeving in balans te houden.

Censuur
Ik vind het moeilijk te beoordelen of dat gelukt is. Zes keer was ik ingebed bij Nederlandse eenheden. Meestal was er geen vuiltje aan de lucht, maar soms ging het mis. Twee keer liepen de gemoederen daarbij hoog op. Een artikel dat ik schreef over de strijd in Chora (juni 2007) werd aanvankelijk goedgekeurd, maar mocht na een mysterieus telefoontje vanuit Den Haag opeens niet verzonden worden. Het zou enkele uren eerder verschijnen dan de aanvang van een persconferentie door toenmalig commandant der strijdkrachten Dick Berlijn.

In september 2007 probeerde Defensie opnieuw een artikel van mijn hand tegen te houden. Het ging over de netelige situatie in Deh Rawod, waar nagenoeg alle politieposten binnen enkele dagen in handen waren gevallen van de Taliban. Ik was de enige journalist ter plaatse. De public information officer (PIO) van Defensie, belast met het toezicht op de journalisten, bevond zich in Tarin Kowt. Tot mijn niet geringe verbazing was hij het oneens met de schrappingen, vertelde hij me over de telefoon. Die werden gedaan op het niveau van de staf, waar een inlichtingenofficier flink met de rode pen door mijn stuk was gegaan.

In beide gevallen besloot ik het artikel toch te versturen. In beide gevallen had dat wel gevolgen voor de sfeer, maar niet voor mijn verblijf.

Groene thee met de mannen van de gouverneur

Groene thee met de mannen van de gouverneur

De beperking verzwegen
Het werkelijke gevaar van embedded journalistiek schuilt hem dan ook niet in de censuur, hoezeer die ook is af te keuren. Daarvoor is het niveau van de PIO’s te belabberd en past Defensie haar te halfslachtig toe. De grootste schade wordt juist aangericht door de eenzijdigheid van de berichtgeving die volgt uit een verblijf bij de militairen.

Het is niet mogelijk om op een niet-intimiderende manier te spreken met de lokale bevolking als je in een colonne pantserwagens de poort uit gaat. Als embedded journalist kun je bovendien niet kiezen met wie je spreekt, maak je gebruik van een tolk in battle dress en hoef je je geen enkele illusie te maken over de antwoorden die je krijgt. Die zijn gekleurd door angst, afkeer of winstbejag.

Journalisten verzwijgen dat. Onder hun artikelen staat hooguit een zinnetje over de controle op operationele informatie. Niet zelden met de toevoeging dat in het artikel geen wijzigingen zijn aangebracht. Er zou ook moeten staan dat de journalist niet in de gelegenheid was om onafhankelijke bronnen te raadplegen. De Groene Amsterdammer is het enige medium dat dit doet.

Koloniale oorlog

Embedded journalistiek is de norm geworden, terwijl het hoogstens een deelgebied zou mogen zijn van journalistiek onderzoek naar de oorlog die Nederland momenteel voert. Een oorlog die volgens politici geen oorlog mag heten, maar al zestien Nederlandse doden en tientallengewonden, en honderden gesneuvelden aan Afghaanse zijde heeft gekost. Commandanten van de Taskforce Uruzgan doen er niet moeilijk over. Zij noemen de missie een counterinsurgency. ‘Dit is een slimme oorlog’ vertelde kolonel Richard van Harskamp me eind juni nog.

Eigenlijk is het nooit anders geweest. Nederland heeft nimmer een oorlog gevochten die in de huiskamers doordrong middels vrije nieuwsgaring. We doen net alsof ingebedde verslaggeving een nieuwigheid is die hoogstens teruggaat tot de Golfoorlog van 1991, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog, de Korea Oorlog en de oorlog in Indonesië, die nog steeds bekend staat als ‘de Politionele Acties’ terwijl het een koloniale oorlog betrof, reisden verslaggevers mee met de troepen. Hun berichten werden gecensureerd door de krijgsmacht, maar ook door de journalisten zelf. Zeker tijdens de oorlog in Indonesië was de verslaggeving patriottisch en kritiekloos. Interesse in het lot van de inwoners of de diepere beweegredenen van de vrijheidsstrijders was er nauwelijks.

Jeroen op de bazaar

Jeroen op de bazaar van Tarin Kowt

‘Defensie heeft niets te verbergen’
Nu hebben we voor het eerst de kans om naast het perspectief van de krijgsmacht een onafhankelijke visie te geven. Defensie-voorlichters in Den Haag zeggen onafhankelijke Uruzgan-verslaggeving toe te juichen. ‘Wij hebben niets te verbergen’, klinkt het dan. Wellicht denken zij dat onafhankelijke journalistiek bijdraagt aan het doel van hun ‘embedded beleid’: het gezond houden van het draagvlak van de missie. Want dát is het doel van de militaire gastvrijheid jegens journalisten. Niet ‘de controle van de macht’ of ‘de vrije nieuwsgaring als pijler der democratie.’ Defensie doet wat allang niet meer iets is om je voor te schamen: zij verkoopt haar product en gebruikt de media als reclamebord.

Jeroen en ik hebben de proef op de som genomen. Tijdens ons verblijf in Tarin Kowt, bij de gouverneur, zijn we een keer op bezoek geweest bij de Nederlanders, en aan het einde van onze reis hebben we enige dagen meegedraaid als embedded journalisten. We werden niet uitgehoord over onze tijd in Tarin Kowt, onze aantekeningen en foto’s werden niet ontvreemd en we werden en worden, voor zover wij weten, niet geschaduwd.

Wel reageerden collega-journalisten die embedded waren en nauwelijks van het kamp afkonden, wat bedeesd op onze vaststeling dat er wel degelijk – en wel op twee plaatsen – gevochten werd in de provincie, zij het niet door Nederlanders, maar door Amerikaanse en Australische special forces. Twee dagen hoorden wij wel luchtaanvallen, en zij niet. In het ziekenhuis in Tarin Kowt werden twee vrouwen en twee kinderen binnengebracht, volgens de directeur gewond door Navo-bommen. Beide kinderen overleden. De collega’s hadden al te gemakkelijk geloofd in het voorlichterspraatje dat het ‘rustig’ was in Uruzgan. Controleren konden ze het niet, zolang ze binnen de muren van Kamp Holland verbleven.

Samenwerken met een misdadiger
De militairen reageerden tamelijk nerveus op mijn vragen naar de samenwerking van de Nederlanders met Matiullah Khan, een nog jonge krijgsheer met een beroerde track record op het gebied van criminaliteit, machtsmisbruik en mensenrechten. De PIO gaf een staaltje spinning ten beste door te roepen dat elke vorm van samenwering met Matiullah voorbij was –  ‘Het is gedaan met hem, afgelopen, finished’ – wellicht in de ijdele hoop dat ik niet verder zou gaan met m’n onderzoek, onder meer naar de 200.000 dollar aan Nederlands belastinggeld die Matiullah maandelijks zou gaan ontvangen. Het artikel stond vorige maand in De Groene Amsterdammer. Er werd, zoals te verwachten was, reeds schaamteloos uit gejat door de Telegraaf.

Ik interviewde Matiullah in Tarin Kowt. Dat zou niet gelukt zijn als ik embedded was geweest. Noch zou ik informatie over zijn activiteiten hebben opgedaan. Ons onafhankelijke verblijf leidde tot vele gesprekken die we in het kielzog van de militairen nooit  gevoerd zouden hebben. Met Afghaanse hulpverleners, die niet met militairen geassocieerd willen worden omdat hen dat de kop kan kosten. Of met een jongeman die ISAF haat omdat militairen z’n broer en twee zwagers doodden. En als we met militairen waren komen aanzetten, zou de jonge arts in het ziekenhuis ons waarschijnlijk niet hebben durven laten zien dat de Nederlanders weliswaar een splinternieuw sterilisatieapparaat hebben afgeleverd, maar geen flessen met steriel water, waardoor het apparaat onbruikbaar is. Zo zijn er talloze voorbeelden te geven, na een verblijf van slechts twee weken.

Kamp Holland, op bezoek bij onze vrienden van 05

Uit het lood
Het combineren van beide perspectieven, onafhankelijk en embedded, leverde een vrij accuraat beeld op van de huidige situatie rond Tarin Kowt. Daarbuiten was de dreiging te groot om onafhankelijk te reizen. De tocht naar het dorpje Shahmansur, elf kilometer buiten Tarin Kowt, waar de Taliban een nacht eerder nog was binnengevallen en iemand de keel had doorgesneden, konden we slechts maken onder begeleiding van vijf Toyota-pickups vol bewapende agenten.

Merkwaardig genoeg hebben toonaangevende nieuwsmedia tot op heden geen pogingen gedaan tot onafhankelijke journalistiek in Uruzgan. Er is één uitzondering. De Volkskrant heeft Deedee Derksen in Kabul gestationeerd. Zij reist regelmatig onafhankelijk naar Tarin Kowt en klopt soms ook aan de Nederlandse poort om het beeld compleet te krijgen. Maar het NOS Journaal, het Algemeen Nederlands Persbureau en NRC Handelsblad, die de toon behoren te zetten op het gebied van de verslaggeverij, werken twee jaar na het begin van de missie vooralsnog slechts embedded. Daardoor is de verslaglegging van de oorlogshandelingen van onze eigen echtgenoten, buurjongens, broers, neven en een enkel nichtje, die in uniform en zwaarbewapend rondtrekken door een vreemd land, uit het lood geslagen.

Pijler van democratie of business?
Een van de redenen daarvoor ligt waarschijnlijk op financieel gebied. De dalende oplage- en kijkcijfers maken hoofdredacties bepaald niet enthousiast om tijd en geld te investeren in onafhankelijke verslaggeving vanuit Uruzgan. Reizen met Defensie is gratis, het op eigen kracht organiseren van veiligheid en contacten in het gebied is kostbaar. Daar komt nog eens bij dat zo’n trip niet zonder risico is. Veel hoofdredacteuren (vaak niet de verslaggevers zelf) deinzen daarvoor terug.

Journalistiek is tegenwoordig business. Er wordt gedacht in marktsegmenten en doelgroepen. De lezer (of kijker, of luisteraar) is een ‘nieuwsconsument’ geworden die met hapklare brokken wordt gevoerd. Naar de democratische roeping die de journalistiek ooit kenmerkte, is het nu lang zoeken. Toch kunnen we er niet omheen: journalistiek behoort de burger in staat te stellen de macht kritisch te volgen – zeker de gewapende macht. In die zin is journalistiek een van de pijlers der democratie.

Nederlandse oorlogsmisdaden

Controle van de krijgsmacht is nodig. Ook Nederlandse militairen kunnen doorslaan. Tijdens de oorlog in Indonesië (1945 – 1949) werden misdaden gepleegd die later eufemistisch door de regering werden omschreven als ‘geweldsexcessen’ en voor het merendeel pas in 1969 werden onderzocht.

In het dorpje Rawahgedeh doodden Nederlandse militairen ongewapende mannen, vrouwen en kinderen. Honderdvijftig volgens de Nederlanders, meer dan vierhonderddertig volgens de Indonesiërs. ‘Opzettelijk en meedogenloos’ noemde een VN-onderzoekscommissie de actie. De discipline en getraindheid van de krijgsmacht zijn sindsdien sterk verbeterd, maar ook nu gaat het soms mis. Arnold Karskens toonde aan dat Nederlandse mariniers in Zuid-Irak bij controleposten verschillende keren ongewapende burgers doodden, omdat ze dachten te worden aangevallen. Daarover werd niet of onjuist gerapporteerd, om te voorkomen dat het Openbaar Ministerie een onderzoek in zou stellen.

Juli 1947. Nederlandse soldaten, die 'de rust en orde moeten herstellen', nemen tijdens een zuiveringsactie leden van het Indonesische leger gevangen. (Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie)

Juli 1947. Nederlandse soldaten die de 'rust en orde komen herstellen', nemen Indonesische vrijheidsstrijders gevangen tijdens een 'zuiveringsactie'. (Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie)

Burgerdoden in Uruzgan
Ook in Uruzgan werden burgers gedood door Nederlanders, zij het niet uit wraak. De cijfers lopen uiteen, maar zeker is dat vorig jaar in Chora non-combattanten omkwamen door toedoen van ISAF. Ik was vlak na de gevechten in het gebied met een Nederlandse eenheid en probeerde zo goed mogelijk te onderzoeken wat er gebeurd was. Ik kwam op een getal van zesendertig burgerdoden, gebaseerd op ooggetuigenverklaringen die ik slechts in een klein deel van het gebied kon optekenen. De onafhankelijke Afghaanse Mensenrechtencommissie AIHRC en de VN-missie in Afghanistan (UNAMA) deden uitvoeriger onderzoek en houden het op tussen de zestig en zeventig burgerdoden, waarvan driekwart viel door Nederlands vuur. Net als ik kwam zij tot de conclusie dat het Nederlandse optreden weliswaar fout was, maar niet tot doel had burgerslachtoffers te maken. ISAF had zijn best gedaan de bevolking te waarschuwen voordat de gevechten losbraken.

M’n artikel werd afgedrukt op de voorpagina van het AD. Veel haalde het niet uit. Een half jaar later trok ik mee in de voorhoede van een grote operatie in de  Baloechi-vallei. Ik zag hoe de burgerbevolking wegvluchtte toen de Nederlanders aan het bombarderen sloegen. En dat terwijl mij was verzekerd dat er dit keer echt álles aan was gedaan de mensen tijdig te waarschuwen.

Eindelijk de volgende fase
De eenzijdige embedded verslaggeving heeft ons wel iets opgeleverd. We zijn te weten gekomen dat in Uruzgan veel harder wordt gevochten dan Defensie in eerste instantie wilde toegeven. Nu echter dient de journalistiek de volgende fase in te gaan – die van de onafhankelijke berichtgeving. Veel verslaggevers hebben inmiddels aardig wat contacten in het gebied; Defensie stelt zich coöperatief op; de gouverneur laat een nieuw gasthuis bouwen en ontvangt Nederlandse journalisten hartelijk. De ambassade laat vanuit Kabul twee tot drie keer per week een toestel naar Tarin Kowt vliegen, en ook de ontwikkelingsorganisatie Central Asia Development Group biedt vluchten aan (450 dollar voor een enkele reis, zie hun website).

Het is al rijkelijk laat, maar hopelijk nemen de toonaangevende nieuwsmedia de handschoen op en maken zij de Uruzgan-missie tot de eerste Nederlandse oorlog die van verschillende kanten wordt belicht.

Joeri Boom is redacteur van weekblad De Groene Amsterdammer

In 2009 verschijnt bij uitgeverij Podium zijn boek ‘Als een nacht met duizend sterren. Een Nederlandse oorlog in Afghanistan’.


9 reacties so far
Plaats een reactie

Beste Joeri,

Een goed verhaal hoor. En trouwens, die baard staat je goed!

Groetjes,

Nico van der Zee

Reactie door Nico van der Zee

Yep!

Reactie door eric feijten

[…] Uit het lood Embedded of unembedded? Een vergelijking. Embedded journalistiek is de norm in Uruzgan, net als tijdens alle eerdere […] […]

Pingback door Top Posts Nederlands « ابرلینک

Een kleine correctie: “Wel reageerden collega-journalisten die embedded waren en nauwelijks van het kamp afkonden, wat bedeesd op onze vaststeling dat er wel degelijk – en wel op twee plaatsen – gevochten werd in de provincie, zij het niet door Nederlanders, maar door Amerikaanse en Australische special forces. Twee dagen hoorden wij wel luchtaanvallen, en zij niet.”

Ik was een van de drie collega-journalisten die op Kamp Holland waren toen jij en Jeroen daar op bezoek kwamen. Dat ik “nauwelijks van het kamp af kon” is een feitelijke onjuistheid. Ik was daarvoor als eerste Nederlandse journalist op de nieuwe patrouillebasis Phoenix bij Deh Rawod geweest en met een eenheid langs de westelijke oever van de rivier de Helmand meegereden tot aan een punt waar sinds een jaar geen Nederlandse militairen waren geweest. Daarvoor was ik als enige verslaggever bij de districtsverkiezingen in Chora, de eerste in heel Afghanistan. Dus met dat ‘niet van het kamp af kunnen komen’ viel het wel mee.

Mijn verbazing (geen ‘beduusdheid’) betrof het gegeven dat jullie in down-town TK wél gevechten c.q. bombardementen zeiden te kunnen horen, en ik, een paar kilometer verderop, niet. Terwijl ik op Kamp Holland toch veel buiten was en niet constant in zo’n geluidsdichte container zat. Zal wel een kwestie van de windrichting of de bijzondere akoestiek van de TK-vallei zijn geweest.

Over de algemene strekking van jouw betoog: in grote lijnen helemaal mee eens. Maar de meeste niet-embedded journalisten lijken niet veel verder te komen dan het stadje Tarin Kowt, van waaruit een enkeling dan ook nog vol trots meldt ‘un-embedded aan het front’ te zitten. Maar ik heb nog geen enkele zelfuitgeroepen oorlogsverslaggever zien of horen berichten uit boeiende districten als Khas Uruzgan of Shahidi Hassas. Evenmin is er ook maar één unembedded collega geweest die op zijn of haar eigen houtje zelfstandig verslag heeft gedaan van de Slag om Chora, de verovering (en herverovering) van flinke delen van het district Deh Rawod etc. Laat staan dat er al Nederlandse collega’s zijn geweest die met de Taliban zijn opgetrokken (embedded, dat wel) zoals in de aangrenzende provincie Helmand wél is gebeurd, bijvoorbeeld door Pakistaanse journalisten en David Loyn van de BBC. Kortom, ook in wat jij de nieuwe fase van ‘onafhankelijke berichtgeving’ noemt is er nog een lange weg te gaan. Petje af overigens voor het werk dat jij tot nu toe hebt verricht – al dan niet embedded – daar kan menig collega een puntje aan zuigen…

Hans de Vreij
defensiespecialist Wereldomroep

Reactie door Hans de Vreij

Beste Hans,

Je was inderdaad eerder verbaasd dan beduusd, nu je het zegt. Dat gold geloof ik niet voor de Vlaamse journaliste, van de Standaard. Die zat er toch wel een beetje mee dat ze niet meer kon zeggen dat het echt veel te gevaarlijk was in Uruzgan zonder Nederlandse militairen. Nu had ze iets uit te leggen thuis. Dat heeft ze hier gedaan.
(Heb onderaan gereageerd op haar onware verhaal over lijfwachten van de gouverneur)

Ik snap je vaststelling dat unembedded journalisten nauwelijks Tarin Kowt uitkomen. Ik heb dat eerder ook opgeworpen.

Maar ik zie nu in dat het de aandacht afleidt van waar het echt om gaat.
Door ALLEEN MAAR embedded te reizen, slaat onze verslaggeving uit het lood. Zelfs als je alleen rond Tarin Kowt verblijft zonder door militairen omgeven en aangestuurd te worden, doorbreek je de eenzijdigheid.

Daarmee zijn we er niet, we moeten ook naar Deh Rawod en Chora en Mirabad. Maar het zal nog wel even duren voordat het journalisten lukt om onafhankelijk te opereren buiten de plekken waar Afghaanse veiligheidstroepen de Taliban op een afstand houden. Het probleem is dat je in Uruzgan niet kunt werken in gebieden waar de autoriteiten geen macht hebben, zonder embedded te zijn bij de Taliban (en dus weer rond te lopen met strijders en gestuurd te worden in je berichtgeving).

Ik vertel jou niets nieuws als ik zeg dat de districten die je noemt, Shahidi Hassas en Khas Uruzgan, twee van de drie districten zijn in Uruzgan waar de regering niets in de melk te brokkelen heeft. De Taliban hebben het er voor het zeggen, buiten de kleine gebiedjes die worden bestreken door twee USSF-bases (Cobra en Anaconda). De laatste keer dat een van die bases twee embedded-journalisten ontving (van National Geographic) raakten ze zwaar gewond bij een IED-explosie toen ze met hun Amerikaanse beschermheren op stap waren.

Tot slot, over het meereizen met de Talibs: Inderdaad: een echt evenwicht bereik je pas als je embedded gaat, unembedded gaat EN doet wat Lloyn en ik dacht nog een andere Britse verslaggever deden: meereizen met de Taliban. Dat het hen gelukt is, betekent dat wij het technisch gezien ook moeten kunnen.

Ik vind echter de vergelijking met Pakistaanse journalisten niet opgaan. Iemand als Saleem Shahzad van de Asia Times en die dappere jonge jongens van IWPR vind ik onvergelijkbaar met westerse verslaggevers. Zij hebben cultuur, geloof en vaak ook etnische achtergrond gemeenschappelijk met de Taliban-strijders, en worden dus eerder geaccepteerd en anders bejegend dan westerse collega’s.

In het huidige klimaat van weinig geld, vervlakking door commercie (kijk maar weer eens wat er gebeurt bij Radio 1), leek meereizen met de Taliban me echter een iets te grote stap om te vragen, nederig, van de collega’s van de zz respecterende nieuwsmedia (ANP, NOS Journaal, NRC).

Ik vind trouwens ook niet dat iedereen maar zonder begeleiding de rimboe in moet. Het gaat mij erom dat we OF toegeven dat we eenzijdig bezig zijn, OF niet lullen maar poetsen, en de verslaggevers die dat willen goed betaald en voorzien van een ruim budget onafhankelijk naar Uruzgan sturen.

Groeten! (met eveneens grote waardering voor jouw inzichtelijke ‘tactische’ verhalen)

Joeri Boom

Reactie door weboorlog

[…] Embedded journalistiek is de norm in Uruzgan, net als tijdens alle eerdere Nederlandse oorlogen. Maar dat ook in het informatietijdperk de media kiezen voor eenzijdige en gekleurde berichtgeving, terwijl onafhankelijke verslaglegging wel degelijk mogelijk is, duidt op een crisis in de journalistiek. bron: Web[oor]log […]

Pingback door Uit het lood | aboutMEDIA

Ik vind maar één ding belangrijk, dat de pers een objectief beeld schept van de werkelijkheid. Ik denk dat het goed is om ook te lezen wat er gebeurd als we er niet zijn of te horen wat de gevolgen zijn van de acties van ISAF.
Embedded heeft zijn voordelen maar het blijft maar één kant van het verhaal en zoals je zelf al aangeeft ook unembedded levert niet per definitie de waarheid op maar slechts de andere kant van het verhaal. Hopelijk zijn mensen verstandig genoeg om goed te luisteren naar beide kanten van het verhaal.

Niels

Reactie door Niels

. Urwał, zażenowany. Rycerz spojrzał
pytająco. – Iż export.gov takim sposobem.
Mówili, ze rycerz powinien w zbroi na bestię powędrować, kopią strzelić, zatratować pod adresem
większej chwale bożej. A do tego stopnia,

Reactie door export.gov

ione
ostrza, jakaś osoba zaklął plugawo, nie zdążywszy się indirecte
– Hugo – w porę odwołać. Piski podfruwajek dokonały czubek, całą
parą przypominający
orgazm. Ustępliwi niemieccy mieszczanie w paradnych stroj.

Reactie door Hugo




Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s



%d bloggers op de volgende wijze: