web[oor]log


Hellevuur en Roodhuiden
februari 27, 2007, 18:39
Filed under: Uruzgan februari 2007

“Dat doen wij niet. Ik wil het niet hebben”, zegt luitenant-kolonel Onno Eichelsheim, commandant van de Air Taskforce (ATF) op Kamp Holland. Eichelsheim is de man van de Apache-gevechtshelikopters hier in Tarin Kowt, en hij wil niet dat zijn mannen een kill score bijhouden van gedode Talibanstrijders, zoals de jachtvliegers in de Tweede Wereldoorlog dat deden van door hen neergehaalde toestellen.

Ik heb Eichelsheim de vraag gesteld die ik onterecht achterwege liet in het gesprek met kolonel Erik van Heumen, de ATF-commandant in Kandahar.“Is bekend hoeveel kills de Apachevliegers hebben gemaakt?”
“We houden dat niet bij. Stel je voor zeg, dat de piloten tegen elkaar gaan opbieden”, zegt Eichelsheim. “Hoeveel heb jij er al? Tien maar? Ik twaalf! Ik hoef mijn mensen het gelukkig niet te verbieden, want ze zijn niet geïnteresseerd in een kill score. Zij weten net als iedereen in de Taskforce dat wij hier niet zijn om oorlog te voeren”, zegt Eichelsheim.

Home of the Redskins melden rode letters op een bord. Dit is het hoofdkwartier van de Apache-piloten. De Redskins zijn geliefd bij de infanteristen. De Nederlandse Apaches worden ingezet in de hele Regional Command South. Britse, Canadese en Amerikaanse troepen maken ook van de gevechtshelikopters gebruik. Vaak wordt specifiek gevraagd om “Dutch Apaches”, zei de commandant van Gilze-Rijen, de thuisbasis van 301 (Apache) squadron, onlangs in een interview.

“Waarom zijn de Redskins zo geliefd bij de bondgenoten?”, vraag ik.
“Dat heeft te maken met het Air Manouvre-concept dat wij sinds 1996 hebben ontwikkeld”, vertelt Eichelsheim. “Wij werken samen met de Air Manouvre Brigade, de Luchtmobiele Brigade. We zijn steeds nauw verbonden met een grondeenheid. Bovendien zetten wij de meest ervaren vlieger achterin het toestel. De man voorin vliegt de helikopter, degene achterin bedient de camera’s en wapensystemen. De Britten doen het net als wij, maar de Amerikanen doen het andersom. Iedereen kan in zo’n ding vliegen, zeg ik wel eens. Maar het werken met de wapens en sensoren vereist ervaring en rust.”

Piloot Michel voegt zich bij ons. Hij is op zijn helikopter de man achterin. Michel is de tel kwijt, maar denkt dat dit zijn zevende buitenlandse missie is. “Wij zijn gewend om internationaal samen te werken”, zegt hij. “Daarom zijn wij geliefd, vooral bij de Canadezen die geen eigen Apaches hebben. Als zij kunnen kiezen tussen de Amerikanen en ons, vragen ze om de Redskins.”

De camera’s in de neus van het toestel kunnen beelden tot 126 keer vergroten. Van kilometers afstand kunnen de gevechtshelikopters de omgeving verkennen en de grondeenheden waarschuwen voor hinderlagen. Met hun 30mm boordkanon, lasergeleide hellfire-misiles en ‘domme’ maar explosieve raketten zijn ze een geducht wapen. Vaak is de diepe dreun van hun rotorslag al voldoende om de Taliban het gevecht te laten afbreken.

“We nemen nu vier hellfires per helikopters mee”, zegt Eichelsheim. “Twee was te weinig.” Hij toont een lijst met de taken die de Apaches uitvoeren. Ze beschermen konvooien, verkennen het gebied, houden de boel in de gaten tijdens grondoperaties en worden ingezet als quick reaction force. Dan stijgen ze op als grondeenheden in gevecht zijn geraakt en om steun vragen. De toestellen kunnen binnen een half uur ter plaatse zijn, “en als het moet kan dat nog veel sneller”, zegt Eichelsheim.

Tijdens de aanval die we afgelopen week op de westbank te verduren kregen, werd gevraagd om steun van de Redskins. Ze waren er snel, maar de strijders vochten door. Dat hadden ze beter niet kunnen doen. Ze hadden het moment van hun aanval goed gekozen: vlak voor de schemering. Maar het duister bood hen geen dekking. Met een paar salvo’s uit hun boordkanonnen beëindigden de Apache-piloten het gevecht. Dit soort QRF-missies, met vuurcontact, neemt de helft van alle Apache-vluchten in beslag, vertelt Eichelsheim.
“Maar dan is het hier toch oorlog?”
“Het is maar hoe je het bekijkt”, zegt Eichelsheim. “Apaches zijn zeer geschikt om grondtroepen te ondersteunen als die in de problemen komen, dus neemt dat een groot deel van onze vlieguren in beslag. Zijn er geen gevechten, dan stijgen wij veel minder vaak op.”

mitrailleurschutter op laadklep chinook - foto joeri boom.jpg

Eichelsheim zegt dat de Apache een precisiewapen is. Door zijn sterke camera’s en zijn superieure technologie kan hij toeslaan zonder veel nevenschade. De piloten dragen een speciale helm die ‘in contact staat’ met de sensoren en wapensystemen. De piloot draait zijn hoofd in de richting van het doel dat hij wil filmen of beschieten. Boordkanon en camera draaien mee. Hellfire-raketten kunnen op verschillende manieren worden ingezet. Ze hebben een grote explosieve kracht, maar kunnen ook gebruikt worden als precisiewapen dat slechts een klein object verpulvert, in plaats van hele qala’s tegelijk.

Nee, opbouwwerk verrichten met een Apache wordt moeilijk. Maar het zou wel eens een geschikt wapen kunnen zijn in de contra-guerrilla die Nederland momenteel voert in Uruzgan. Regel één van contra-guerrilla, of counter insurgency, is terughoudendheid. Het beste wapen is heel vaak: geen wapens gebruiken. Apache-piloten kunnen secuur observeren en pas op het knopje drukken als vast staat dat het strijders betreft die Isaf of Afghaanse veiligheidstroepen belagen.

Ik vraag Eichelsheim naar de actie van 11 februari, toen Apaches in de buurt van Tarin Kowt twintig strijders zouden hebben gedood met hellfire-raketten. Ik leg hem uit dat een summier bericht over het doden van een grote groep strijders in het dichtsbevolkte gebied van Uruzgan leidt tot scepsis. Twintig strijders? Hoe weten we dat het strijders zijn? Misschien waren het twee gewapende mannen die rondliepen op een bazaar, en zijn er achttien burgerdoden gevallen.

“Jullie hebben die actie ongetwijfeld gefilmd met de camera’s van de helikopters. Zou ik die beelden mogen zien?”
“Ik kan je niet alles laten zien, maar ik heb wel wat materiaal dat toont waarom we tot actie zijn overgegaan”, zegt Eichelsheim na een korte aarzeling.

Dit is bijzonder, want veel aan de Apache is geheim. Het toestel wordt onder meer gebruikt om inlichtingen te verzamelen, en alles wat daarmee te maken heeft is opsec, ‘operation secret’. Een luchtmachtmedewerker sluit een laptop aan op een beamer en opent wat mapjes. In het laatste mapje staan zes filmpjes. Twee daarvan zullen me getoond worden. Ze zijn gemaakt van kilometers afstand, zonder dat de aanwezigheid van de Apaches kon worden opgemerkt.

Het eerste filmpje toont een gebouw van twee verdiepingen binnen dikke qala-muren, en een erf vóór dat gebouw. Tegen de binnenkant van de buitenmuur staan wapens. Er lopen wat mannen met tulbanden rond, en een kind
“Let op…”, zegt Michel. “Zag je het”?
Ik zag een man uit het gebouw het erf op lopen, verder niks.
Het filmpje wordt herhaald. Nu zie ik hoe de een man een heel even een schaduw werpt op de binnenkant van de qala-muur. Een seconde lang is heel duidelijk het silhouet te zien van wat hij op zijn rug draagt: een zak waar rpg-granaten uitsteken.
“Soms spreken de beelden niet voor zich”, zegt Eichelsheim. “Dan vragen we of de Sperwer (een spionagevliegtuigje, jb) wat extra opnamen kan maken. In dit geval was dat niet nodig.”

Filmpje twee. In een ander deel van het dorp Koch, waar de actie zich afspeelde, loopt een groep mannen achter elkaar over een smal weggetje tussen twee qala-muren. Ik tel er twaalf, vrijwel allemaal dragen ze een dikke witte tulband, met een van de uiteinden van de doek losjes over de linkerschouder naar voren geslagen, zodat het rust op de linkerborst. Mannen die het fundamentalistische gedachtengoed van de Taliban onderschrijven, dragen vaak dergelijke witte tulbanden bij belangrijke gelegenheden. Wit is reinheid, wit is ook de tint van de pure, zuiverende jihad tegen westerse indringers.

De mannen werpen schaduwen. Duidelijk is te zien hoe ze wapens op de rug of in de hand dragen. Ze worden opgewacht door een man die van volledig in het wit is gekleed, en met zijn gezicht naar hen staat toegekeerd, waardoor hij slechts op de rug gefilmd kan worden. Een moellah die hen zal voorbereiden op de strijd en het eventuele martelaarschap?

“De gewapende groep uit de qala en deze groep gewapende mannen kwamen samen”, zegt Eichelsheim, “het waren er meer dan dertig.” Volgens de Nederlanders bereidden zij een actie voor vlakbij de plek waar Isaf en de Afghaanse veiligheidstroepen een huis van een vermoedelijke IED-specialist waren binnengevallen.

Eichelsheim kijkt me vragend aan. Dat was het, lijkt hij te willen zeggen. Maar mij gaat het juist om de gevolgen van de Apache-beschieting. De overste knikt begrijpend en vraagt zijn medewerker om enkele foto’s te tonen. Ik houd mijn adem in, en probeer me zo goed mogelijk voor te bereiden op een bloedig tafereel. Van de marcherende groep strijders waren de gezichten bijna te herkennen.

Na wat heen en weer geklik op de laptop verschijnt een mapje met foto’s, gemaakt door de Sperwer na de actie. Op een van de foto’s is een gebouwtje te zien in de hoek van een grote qala. “Daar kwam de groep in samen”, zegt Eichelsheim. “We hebben er hellfires op afgeschoten”. In het dak zitten twee relatief kleine gaten. Een stuk van de muur waartegen het gebouwtje is geplaatst is afgebrokkeld door de inslag.

De volgende foto toont het erf en het twee verdiepingen tellende gebouw uit filmpje één. Van het gebouw is niets meer over. “Dat kan dus ook met hellfires”, zegt Eichelsheim. Ik tel minstens acht qala’s in de omgeving van de inslag. Slechts één aanpalende qala vertoont schadesporen. De rest lijkt onbeschadigd.
“Hoe is het afgelopen met die mannen?”, vraag ik.
“Ze zijn uitgeschakeld”, zegt Eichelsheim.
“Allemaal?”
“Ja. Meer dan dertig man. We maken onze eigen battle damage assesment en we weten zeker dat ze allemaal zijn uitgeschakeld.”

‘Uitgeschakeld’ hoeft niet te betekenen: gedood. Dat bleek wel uit de verhalen van de Schutters Lange Afstand (SLA’s) die ik heb geïnterviewd. Ik zal later deze week hopelijk een weblog aan hun verhaal besteden, maar veel van hun werk is geheim of geeft inzicht in operationele zaken. Het is dus maar de vraag of ik de log mag publiceren – we zullen zien.

Uitgeschakeld betekent ‘niet meer in staat te vechten’. Dat brengt ons op de aparte kwestie van de informatieverstrekking na dergelijke acties. In een persbericht meldde Defensie dat “verscheidenen vijandelijke strijders” werden “gedood”. Van specifieke aantallen werd niet gerept. In de Nederlandse media werd echter gesproken van “een groep van twintig Afghaanse rebellen” die zou zijn “omgekomen”. “Ze werden gedood door raketten van het type Hellfire”, meldde teletekst.

Naar nu blijkt betrof het een groep van méér dan dertig strijders die na een beschieting met hellfire-raketten volledig werd ‘uitgeschakeld’. Maar zijn ze ook gedood? Daarover zei Eichelsheim niks. Volgens hem zijn er bij de actie in elk geval geen vrouwen en kinderen omgekomen.
“Als we een actie voorbereiden en er komen opeens vrouwen en kinderen de hoek om, wordt er niet geschoten”, zegt hij.
Ik kan het niet controleren aan de hand van de beelden. Ik heb immers geen lichamen gezien. En volgens mij heeft de ATF dat evenmin – de doden lagen in het door hellfires gepenetreerde, maar niet uiteengereten, gebouwtje. Maar de filmvertoning is ten einde.

“Het lijkt mij heel zwaar om te schieten op mensen wiens gezichten je door de camera-lens bijna kunt onderscheiden”, zeg ik.
“We weten donders goed dat het mensen zijn die we uitschakelen”, zegt Eichelsheim. “Dat komt vaak aan bod bij debriefings. Het sluimert altijd op de achtergrond. Soms scheiden de jongens zich af om nog eens over een actie na te praten. Wat deed het met jou? Hoe voel jij je nu? De piloten vormen een hechte groep die elkaar opvangt, en dat is goed, want dit werk vergt veel van je lichaam en je geest.”

(Afgelopen maandag droeg luitenant-kolonel Onno Eichelsheim het bevel over aan zijn opvolger.)


8 reacties so far
Plaats een reactie

Greetings Mr. Boom,
Please permit me to comment in english if I may.

This is good stuff, and I can barely even read dutch. I’m very interested in hearing about other NATO countries’ experiences in Af-stan. Unfortunately the media in each nation only reports on its own military, generally speaking that is. It is a shame that articles by non-english language sources i.e. dutch, danish, estonian and rumanian etc., aren’t part of the normal reporting available in english, especially if those other militaries are using a different approach to the problem.
cheers.
gd,Canada

Reactie door greg d.

Good job Joeri! Deze blog zal ik blijven volgen.

greetz from Belguim

Reactie door Bart

Je bent vast erg druk met alle verslagen voor de Groene, maar ondertussen zit ik me hier een ongeluk te refreshen in de hoop op een update. Loggen Joeri!🙂

Reactie door roosmarijn

Je publicaties lezen goed Joeri!
Maar ik moet mij aansluiten bij Roosmarijn, het blijft akelig stil!

Reactie door Joost

Hoi Joerie?
Ik heb niks vernomen van omgekomen journalisten, dus ik neem aan dat je er nog bent. Wanneer kunnen we weer eens een nieuwe post verwachten?
Of kan ik je al bijna weer uit mijn RSS reader schoppen?

Reactie door Duw

Ik vind het heel prettig om te lezen. Ik ben vaker dan eens op het veld van 301 geweest, omdat mijn vader daar gewerkt heeft. Hij is zelf inmiddels alweer een paar maanden terug uit afghanistan en moet zeker nog een keer. Ik vind het prettig om te lezen dat er ook een naar de andere kant gevraagd word.

Reactie door lotte

Joeri,

fijn je nog eens te ontmoeten (al is het op het web) Ben je in Nederland inmiddels?
Fantastisch om te zien/lezen dat je nog steeds schitterend werk levert, hoed af.

Groeten uit Mechelen aan zee!

Reactie door Gert

Keep up the good work Robbedoes…
grtn Mark

Reactie door ex-Pio Mark




Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s



%d bloggers op de volgende wijze: