web[oor]log


Liever de zaag dan het zwaard
februari 18, 2007, 08:39
Filed under: Uruzgan februari 2007

joeri-087.jpg

Dat heeft-ie vaker gedaan. Zie je zo. Hoe kun je anders zo relaxt blijven als je op de geopende laadklep van een Chinook-transporthelikopter zit, met je voetjes buitenboord, terwijl we honderden meters hoog over het woeste landschap vliegen.

De Amerikaan op de laadklep laadt zijn wapen door. Zijn collega-boordschutters voorin de helikopter, die een mitrailleur bedienen aan elke kant van het toestel, doen hetzelfde. En jawel hoor: Goodmorning Vietnam! Het ratelt en het knalt als in Apocalyps Now. Een glimlach vormt zich om de mond van een van de schutters als hij de geschrokken gezichten van de passagiers ziet. Even de wapens testen. Vaste prik als je met Amerikanen in een van hun Big Birds vliegt.

De Chinook zit vol journalisten. Amerikanen, Canadezen en Britten. Ik zit naast de ploeg van Kandahar TV, bestaande uit twee Afghaanse mannen met een cameraatje dat veel kleiner is dan die van hun westerse collega’s. Ze dragen hun zondagse, kreukloze shalwar kameezes. Een van hen heeft de pinknagel aan zijn rechterhand rood geverfd en draagt een kolossale zegelring met een roze steen erin. Ze glimlachen aan een stuk door. Wat een leuke journalisten, en wat een mooi project gaan ze zien.

We zijn onderweg naar de opening van de Trade Training School. Waar? Jawel, in Tarin Kowt. Het is een project van de Australiërs en het wordt door ISAF gepresenteerd als een geweldig succes. In december interviewde ik luitenant-kolonel Mick Ryan, commandant van de 380 man sterke Australische Reconstruction Force. Zij zijn de partners van de bijna elfhonderd Nederlanders op de basis. Hun troepen bestaan vrijwel uitsluitend uit genisten. Ryan raakte niet uitgesproken over de school. “De eerste lichting studenten is bijna klaar. We leiden nu Afghaanse trainers op zodat wij uiteindelijk overbodig worden. Daar gaat het om. Zij moeten het zelf doen.”

Het moet wel heel wat zijn, denk je dan, als je een Chinook vol internationale pers naar je school stuurt. Achter de Chinook vliegt een Black Hawk-helikopter. Die vervoert generaal Ton van Loon en zijn beveiligers. De Nederlander Van Loon voert momenteel het commando over de zuidelijke sector waar de Navo de leiding heeft genomen met het vecht- en reconstructiewerk. Kennelijk is hij meer waard dan generaal Scheffer. Die zat tijdens onze reis van Kaboel naar Kandahar gewoon met ons in de Hercules. In de Chinook was nog best een plekje over. Hadden we leuk kunnen praten over het nut van het stichten van scholen in een gebied waar de Taliban die doorgaans per omgaande weer platbranden, danwel de studenten onder druk zetten om te stoppen met hun opleiding. Als ze al niet in koelen bloede vermoord worden.

Ik ben benieuwd naar de school, maar ik wil vooral naar Uruzgan. Ik heb visioenen van een zachte heli-landing, waarna we in gepantserde auto’s geladen worden en dwars door Tarin Kowt gereden, om uiteindelijk aan te komen bij een school waar een haag van enthousiaste, maar een beetje verlegen studenten en hun ouders, of op zijn minst de trotse vaders, vrouwen hebben hier nu eenmaal geen publiek bestaan, ons welkom heten op de drempel van een nieuw bestaan. En daarna, on the double, richting Kamp Holland. Dan kan ik eindelijk eens aan de slag.

Maar het loopt anders. De landing is zacht, dat wel. Maar de rest van het visioen blijkt een visioen. Eerst rijdt een hooghartig kijkende jonge Afghaanse militair met zijn pick-up over de voet van de joviale Canadese kapitein die ons begeleidt. Hij blijft mij hardnekkig “Jan” noemen, zelfs als ik zeg dat “Jerry” ook prima is als hij moeite heeft met Joeri. De goede man verbijt de pijn en kijkt woest naar de trotse Afghaanse soldaat. Die verblikt of verbloost niet. Ik vraag me af wat de Canadees gedaan zou hebben als er niet zoveel pers om hem heen stond. Hij is woest.

Dan worden we met zijn allen in de open laadbak van een Australische Unimog-truck geladen en naar Kamp Holland gereden. Hier moet sprake zijn van een misverstand, denk ik nog. We moeten toch naar die school? Maar die blijkt zich te bevinden binnen de hesko-omheiningen van het kamp. Sterker nog: de school heeft een eigen omheining, en ligt daarmee verscholen achter drie dikke muren.

Speciaal voor ons stellen de studenten zich op. Het zijn er negen. Geen juichende vaders te zien. Maar de jongens zijn wél blij met de school. Ze leren er de basisvaardigheden van timmermanswerk. “We hebben een tafel leren maken, en stoelen. Nu zijn we bezig met een bed en we gaan ook nog werken aan een koffietafel.” De school biedt hen uitzicht op een zelfstandig bestaan. Er is grote behoefte aan vakmanschap in de armste provincie van Afghanistan. In de school wordt niet gewerkt met elektrische apparaten, want elektriciteit is dun gezaaid in Uruzgan, en dat zal voorlopig zo blijven, stelt warrant officer Greg Polson. Zo ver reikt de wederopbouw dus blijkbaar niet.

Maar hee, kom op nou! De missie is nog maar zeven maanden gaande. Je kunt niet zomaar even een gebied dat technisch en logistiek gezien nog in de middeleeuwen verkeert omvormen tot een moderne samenleving. En deze jongens kunnen wellicht uit de klauwen van de om zich heen rekruterende Taliban worden gered door ze een bestaan te bieden dat hen onontvankelijk maakt voor de handvol dollars die fundamentalistische strijders hen bieden om iets op te blazen. Ik probeer dit goed in mijn hoofd te houden, maar in mijn buik knaagt het.

“Is het gevaarlijk voor jou om hier naar school te gaan?”, vraag ik aan Najibullah, een student van 33. In de huid van zijn rechterwang zit een kuil, waarschijnlijk veroorzaakt door de vleesetende zandvliegjes die hier in de zomer menigeen verminken. Voordat hij zijn mond kan open doen, geeft Watson antwoord. “Nee hoor. Wat zij hier leren is niet bedreigend voor de Taliban. Het gaat niet in tegen het geloof. Ze leren hier de zaag op te pakken in plaats van het zwaard.”

Goed, dan nog maar eens. Ik vraag Najibullah wat er gebeurt als hij in handen valt van Taliban, of strijders die met hen sympathiseren, als zij weten dat hij hier naar school gaat. “De Taliban zeggen: werk niet met buitenlanders. Als zij weten dat ik hier naar school ga, dan heb ik een groot probleem. We komen nauwelijks buiten de bazaar van Tarin Kowt. Er zijn een paar dorpjes in de omgeving waar het ook veilig is. Maar aan de overkant van de rivier is het voor mij te gevaarlijk.”

Generaal van Loon wordt bij de school afgezet in een Bushmaster-pantserwagen die tot pal voor de ingang rijdt. Ook de Australische ambassadeur wordt verwacht, vervoerd op dezelfde zwaar gepantserde wijze, nota bene naar een locatie binnen de muren van Kamp Holland. Het verward me. Ik wil graag vertrouwen hebben in deze missie, maar dit ziet er niet goed uit. Militairen geven graag ‘signalen af’ aan de bevolking. Ik moet zeggen: van dit signaal kan ik geen soep koken, behalve dan dat vooruitgang een relatief begrip is in dit stuk van Afghanistan.

Later lees ik in de internet-publicaties van mijn angelsaksische collega’s hoe het verder ging. Ik ben dan al weg, majoor Eric en majoor Marloes begeleidden me naar mijn onderkomen. Zij zijn de Nederlandse public information officers op het kamp.

Eerst sprak de moellah. Die greep zijn kans en zei tegen het hooggeplaatste Navo-publiek, meteen na de afsluiting van het openingsgebed: “We zijn omsingeld. We hebben meer veiligheid nodig.” Later vulde de burgemeester van Uruzgan dit aan met een pleidooi voor meer bescherming van de scholen in Tarin Kowt – de scholen buiten het kamp dus – waaronder een meisjesschool. Generaal van Loon werd door de journalisten alleen geciteerd waar het de antwoorden betrof op hun kritische vragen naar het tempo van de wederopbouw en de veiligheid. Hij maande tot geduld. Intussen, zo schreven mijn collega’s, testte een Apache hoog in de lucht maar duidelijk hoorbaar, zijn Gattling-boordkanon.

Van Loon heeft gelijk en mijn collega’s hebben gelijk. Het gaat niet snel genoeg en je moet niet eisen dat het sneller kan, maar het moet wel sneller, want anders gaat het mis. Een typische Catch 22. Misschien is snelheid teveel gevraagd in dit ingewikkelde stammengebied, maar om één ding kunnen Nederlanders, Australiërs noch de Navo heen: als een moellah en een burgemeester vragen om meer veiligheid, dan moet dat serieus genomen worden. Zéker als ze afkomstig zijn uit Tarin Kowt, waar de Nederlanders zo hun best hebben gedaan om rust en vrede te brengen.

In december zag het er hoopvol uit in Uruzgan. Maar ik ben benieuwd wat ik dezer dagen zal aantreffen. Hoe diep gaat de missie?


2 reacties so far
Plaats een reactie

Joeri,
Mooi verslag tot nu toe. Ik ga je volgen zolang je in Uruzgan zit.
Lekker helder geschreven en niet gesensationeerd om maar lezers te trekken zoals zo veel kranten en media doen.

Reactie door El

Die trade-school is een “lief” begin. Benieuwd of het een succes wordt.Hangt af van de aanvoer van leerlingen. Goed bezig Joeri. Hou Eric en Marloes scherp…

Reactie door Mark




Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s



%d bloggers op de volgende wijze: