web[oor]log


Slecht theedrinken: over het onderschatten van de Taliban
januari 17, 2007, 17:41
Filed under: Uruzgan december 2006

Koningscompagnie gereed om weer de heli in te stijgen - foto: Defensie, Richard Frigge (AVDD - Afla)

Ik ben nu alweer iets te lang in Nederland. Het begint te kriebelen. Gelukkig ga ik binnen afzienbare tijd terug naar Uruzgan. In de logboeken van Defensie staat mijn naam geschreven achter de periode 14 tot en met 28 februari. Ik ben bovendien bezig een op die periode aansluitende embed te regelen met Amerikaanse eenheden in Korangal Outpost, in de provincie Kunar, vlakbij de Pakistaanse grens.

De problemen die de Amerikanen ondervinden zijn heviger dan die van de Nederlanders in Uruzgan. De stamoudsten in het gebied steunen vrij openlijk de Taliban, begreep ik van een journaliste die al in Korangal geweest is. De eenheid die zij bezocht, had al aardig wat doden en gewonden in de gelederen. Er werd vrijwel dagelijks gevochten.

Ook het aantal gevechten dat de Nederlanders voeren neemt toe. Zij zijn begonnen met het uitbreiden van de inktvlek: het gebied dat onder Nederlandse controle valt en waar relatieve veligheid heerst. De pantserinfanteristen zijn de Dorafshan Valei binnengetrokken (De vallei wordt vaak abusievelijk de Baloechi Vallei genoemd. Hij wordt verward met de pas (zie foto) bij het dorpje Baloechi, die toegang geeft tot de vallei van de Dorafshan-rivier). In die vallei regeren de Ghilzai, een stam die steun geeft aan de Taliban. Een paar keer al werd Kamp Holland, waarvandaan je de Baloechi Pas kun zien, vanuit de vallei bedreigd door grote groepen Taliban. Deze zomer namen ze het dorp Chora aan de andere kant van de vallei zelfs een tijdje in. Nederlandse commando’s maakten daaraan een einde. Ze vochten in juli en augustus hard met de Taliban in de vallei, bijgestaan door Amerikaanse special forces.

Toen ik in Uruzgan was, was de Dorafshan Vallei nog een no go area. Alleen de Nederlandse commando’s vertoonden zich er. Patrouilles van het PRT op weg naar Chora, aan de andere kant van de vallei, maakten een omweg van meer dan een dag rijden om er te komen. De vallei zelf was te gevaarlijk. Nu hebben de Nederlanders blijkbaar besloten dat het tijd is om de hele vallei onder permanente controle van ISAF te brengen.

En dat betekent: knokken. Uit een persbericht dat Defensie afgelopen week uitgaf.

“In de Baluchi vallei is de afgelopen periode intensief gepatrouilleerd. De resultaten van de verkenningen zijn hoopgevend. De situatie in de vallei wordt als relatief rustig gekenschetst, zeker in vergelijking met een paar maanden geleden. Desondanks is het twee maal tot een (kortstondig) gevechtscontact gekomen. Op 5 januari werd een verkenningseenheid tot twee maal toe onder vuur genomen met klein kaliberwapens nabij het dorp Kala Kala. In beide gevallen werd het vuur daarop beantwoord. Het incident leidde niet tot slachtoffers aan Nederlandse zijde. Of er aan de andere zijde slachtoffers zijn gevallen is onzeker, maar wordt niet uitgesloten.”

De Baloechi Pas (ingang van de Dorafshan Vallei), zichtbaar vanaf Kamp Holland, Tarin Kowt (foto: Joeri Boom)

De patrouillebasis ‘Poentjak’ lag opnieuw onder vuur (zie ook: de kapitein van Poentjak). De basis ligt vlakbij de Baloechi Pas, de toegang tot de Dorafshan Vallei. Uit hetzelfde persbericht van Defensie.

“Ook de eenheid op Patrouillebasis Poentjak kreeg de afgelopen week te maken met vijandelijkheden. Op 6 januari kwam een gecombineerde patrouille met het Afghaanse leger kort onder vuur te liggen. De patrouille werd beschoten met klein kaliber wapens en mortieren. De patrouille heeft hierop het vuur beantwoord en kort daarop het gevecht afgebroken. Aan eigen zijde vielen geen slachtoffers. Ook hier is het niet duidelijk of er slachtoffers te betreuren waren aan vijandzijde. Militairen die aan de patrouille deelnamen achten dat echter wel waarschijnlijk.

Op 8 januari kreeg de patrouillebasis te maken met een raketbeschieting. In totaal werden drie 107 mm raketten op de basis afgevuurd die alle hun doel misten. Eén van de projectielen kwam echter wel zodanig dicht in de buurt van het kamp terecht dat enkele voertuigen door scherfwerking lichte beschadiging opliepen. Diezelfde dag werden overigens ook drie projectielen afgevuurd op de nabijgelegen post van de Afghan National Police (ANP). Ook die raketten troffen hun doel niet.”

Bij het persbericht staat een prachtige foto, genomen door Richard Frigge, een getalenteerde marechaussee-fotograaf die nu werkt vanaf Kamp Holland. Hij is genomen in een andere vallei, de Panjwaji, in Kandahar, waar een Nederlandse Air Assault-compagnie fungeert als reserve-eenheid van de commandant van RC-South, de Nederlandse generaal van Loon.  De eenheid is onlangs ingezet. Ik heb de foto  boven dit weblog geplaatst.

Zoals gewoonlijk horen we niks van Defensie over de troepen in Deh Rawod. De ongeveer 400 Nederlandse militairen daar hebben het nu waarschijnlijk nog rustig. Maar ook zij hebben hun vallei: de Tangi Vallei. Daar raakte een YPR-chauffeur zwaargewond – zijn onderbeen moest worden afgezet – toen een eenheid in een hinderlaag terechtkwam. Ik vermoed dat ook daar binnenkort weer patrouilles zullen plaatsvinden, om de inktvlek uit te breiden. Deze zomer al brachten de Deh Rawodders een doorwaadbare plaats in de Helmand-rivier, bij Chutu, onder controle. Die werd gebruikt door strijders om vanuit Helmand door de bergen naar Zuid-Uruzgan te trekken, en daar hinderlagen te leggen.

Toen ik eind december op Camp Hadrian bij Deh Rawod was, vertelde de basiscommandant dat zijn eenheden niet meer de Tangi Vallei ingingen. Maar, zei hij, “misschien dat we dat binnenkort weer wel gaan doen, want een van de stamoudsten uit de vallei vroeg ons of we hen veiligheid wilden bieden.” Uit gesprekken met overste Gerard Koot, de commandant van het PRT, begreep ik dat de Nederlanders steeds eerst, bij welke militare actie dan ook, grondig de stammenverhoudingen bestuderen. Wie vraagt onze hulp? Welke stam is dat? En waarom hebben ze ons nodig? “Er is altijd het risico”, zei kolonel Theo Vleugels, de commandant van Taskforce Uruzgan, “dat wij betrokken raken in één of andere stammenoorlog. En dan zijn we verder van huis.”

Nederlandse commando in Kandahar (foto: Defensie)

Het uitbreiden van de inktvlek hoort bij de missie. Zulke acties zijn risicovol – ook dát hoort bij de missie, daar doen Nederlandse militairen niet moeilijk over.

Om te schetsen wat er kan gebeuren als je een counterinsurgency-operatie – want dat is waar we hier mee te maken hebben – verkeerd aanpakt, hieronder een stukje recente geschiedenis. Het betreft het Britse optreden in de aan Uruzgan grenzende provincie Helmand, afgelopen zomer.

De Britten worden geroemd om hun counterinsurgency skills, die ze onder meer succesvol toepasten in maleisië en Noord-Ierland. Maar deze zomer liep het faliekant mis. Niet door pech, maar door strategische fouten. Ze bespikkelden de provincie met vele kleine inktvlekjes. Ze betrokken platoon houses waarin – zoals de naam al doet vermoeden – een peloton is gelegerd: dat is een man of dertig. Daarvandaan wilden ze het veilige gebied gaan vergroten, om de bevolking te laten zien dat de Afghaanse regering met steun van het Westen hen veiligheid en vorspoed kan bieden.

Maar de inktvlekjes waren klein en dus kwetsbaar. In Musa Qala, Sangin, Gereshk en elders werden de Britten belegerd door de Taliban. De strijders waren zo bedreven, dat het na verloop van tijd zelfs onmogelijk werd om de platoon houses vanuit de lucht te bevoorraden. De gevaren voor de helikopterpiloten werden te groot, omdat de Taliban met effectief vuur uit rpg’s en machinegeweren de toestellen beschoten. Sommige posten konden dagenlang niet bevoorraad worden. Agenten van de militaire politie, koks en anderen die geen gevechtstaak hadden, moesten dag in dag uit vechten naast de parachutisten van het Britse leger. De Britse kranten plaatsten afgelopen zomer artikelen die soms werden aangekondigd als “heldenverhalen” over de “leeuwenmoed” van hun strijders.

Het scheelde weinig of de post in Sangin was gevallen. Er circuleert een verhaal van een Canadese officier die tóch probeerde de Britten te bevoorraden met een konvooi lichtgepantserde wagens, en daarbij hevig werd beschoten. Op volle kracht reden zijn wagens de basis binnen. Daarna kon hij niet meer weg. Zijn eenheid moest meevechten tegen de Taliban, die maar bleven komen. Het verhaal verscheen onder meer in The Independent, op 1 oktober 2006.

“We headed off to what can only be described as the Wild West.” Those are the words, not of a beleaguered British squaddie, but of a Canadian officer in a unit sent to help rescue our troops in the lawless Afghan province of Helmand. His account, emailed to family and friends back in Canada, is the most detailed to emerge from what commanders have called the most desperate fighting British troops have seen since the Korean War.”

“A British company from 3 Para had been isolated and surrounded by Taliban in… Sangin district centre,” the officer relates. “They had lost four soldiers and were being attacked three to five times a day. They were running out of food and were down to boiling river water.” An attempt to air-drop supplies had failed, with the supplies landing in a Taliban stronghold, so the Canadians were ordered to conduct an immediate emergency resupply operation with their light armoured vehicles (LAVs).


“When we arrived in Sangin, the locals began throwing rocks and anything they could at us; this was not a friendly place,” the officer reports. “We pushed into the district centre, and during the last few hundred metres we began receiving mortar fire.” By the time they reached the British position, the Canadian convoy had to stay overnight. “We were attacked with small arms RPGs [rocket-propelled grenades] and mortars three times that night. I still can’t believe the Brits have spent over a month living there under these conditions.”

In het bovenstaande stuk staat ook het verhaal over een Britse eenheid die te laat kwam om Franse commando’s te redden uit handen van de Taliban. Ik zet het stuk hieronder, maar ik moet zeggen: als je geliefden hebt in Uruzgan, wil je het misschien niet lezen. Ik plaats het toch, omdat het duidelijk maakt met wat voor tegenstander ook de Nederlandse troepen van doen hebben. Ik heb sterk het gevoel dat in Nederland politici en bevolking die tegenstander heel erg onderschatten. Het leger doet dat niet, gelukkig.

Hier volgt het verhaal.

Doorscrollen als je er geen zin in hebt, je bent gewaarschuwd!!

A less glorious account of a similar engagement was given by a British soldier, however, who reported on an operation to rescue Afghan troops and French special forces who had been ambushed by Taliban. “I could not believe we were going to charge off this helicopter into a wall of lead,” he wrote. “Not everyone wanted to get off. One guy actually defecated. He sat rigid with fear inside the cargo hold until we pulled him up and pointed him towards the door.


“We had to manoeuvre across open ground for 200 metres. The scene was like a human abattoir. We fought off the Taliban, but were too late to save the French guys. All of us were shaking when we were flown back to base. One of the Afghan survivors said the French had been tied up, then gutted alive by the Taliban. It was one of the most shocking things I had ever heard.”
But one soldier claimed that “scare tactics” were being used against anyone revealing such details, complaining: “It is not fair. The commanding officer said that he would mallet anyone he found was speaking about this.”

(Oké, vanaf hier is het weer veilig om te lezen)

De Britten maakten fouten, en die fouten kosten hen zestien dodelijke slachtoffers
Nu de Nederlanders begonnen zijn met het onder controle brengen van een Taliban-broeinest in de Dorafshan Vallei, mogen die fouten niet meer gemaakt worden. Het is werkelijk te gek voor woorden wat de Britten overkwam.

Nog maar even een stukje uit het Independent-artikel.

“Two days ago, we ran out of GPMG [general purpose machine gun] ammunition in our forward location,” said an email to a Tory MP, Patrick Mercer. “The Taliban were dodging around in great numbers at about 700 metres and firing at us from there from behind all sorts of cover.”

“We ran out of LINK [the linked-up ammunition for a general purpose machine gun] and we couldn’t get any more in overnight because of the darkness and the weight of fire. We were within RPG range which they use superbly. We used our mortars to good effect, but again, ammunition ran short.” Similar complaints came from another officer, who said that his troops’ SA80 rifles melted in the heat. “You would go to pull the trigger and a piece of the gun would come away in your hand,” he wrote.

Britse militairen waren zo wanhopig over de totaal verkeerde inschatting die hun superieuren hadden gemaakt, dat ze e-mails begonnen te sturen aan parlementariërs. Laten we hopen dat het zo ver niet hoeft te komen in Nederland. Tot nog toe worden de troepen verstandig geleid, en krijgen ze vuursteun van hun eigen Apache- en F16-vliegers, die het uitstekend schijnen te doen.

De Royal Airforce doet het een stuk slechter. Britse officieren waren woest over hun optreden. Er werden vele burgerslachtoffers gemaakt en minstens één keer werden eigen troepen bestookt. De Nederlandse generaal-majoor Ton van Loon zei in een interview met Elsevier dat niet alle Navo-landen goed geoefend hadden met het bombarderen van doelen die door Forward Air Controllers op de grond met lasers werden aangestuurd. Nederland, zo zei hij, is daar erg goed in.

Hij zei het zo: “De Nederlandse landmacht oefende zó intensief met F-16’s dat de forward air controllers bijna in hun slap de procedures kunnen toepassen. De piloten weten exact wat van ze verlangd wordt. Zo hoort het. Anders valt collateral damage niet te vermijden. De collega´s uit andere landen hebben een tikkeltje minder geoefend. Daardoor ontstonden fouten.”

We zijn gewaarschuwd: hoe rustig het ook lijkt in Uruzgan, het is bepaald slecht theedrinken met de Taliban. Onlangs reisden Nederlandse tweedekamerleden naar Uruzgan. De weblogs en foto’s die daaruit voortkwamen, toonde niet bepaald dat zij beseften hoe bitter hard de strijd is die ook Nederlanders kan wachten nu ze langzaam gevaarlijke gebieden onder hun controle gaan brengen dan de vlaktes in het zuiden.

Later deze week plaats ik hier een artikel dat ik begin januari schreef over de Lucky Dutch. De Nederlanders, zo wordt wel gezegd door kribbige niet Nederlandse Navo-offcieren in Afghanistan, hebben gewoon veel geluk gehad. Dáárom doen ze het zo goed in Uruzgan. Ik vraag me af of dat een afdoende verklaring is…..

Lees het deze week op web[oor]log!

.


5 reacties so far
Plaats een reactie

Goed verhaal! Is er meer info over waar in Afghanistan het voorval met de Fransen plaatshad?
De foto van Frigge is genomen bij een inzet van de in de Panjwayi-vallei, provincie Kandahar, enkele weken geleden.

Reactie door Kingscoy

Boeiend verhaal; boeiend en veel vragen oproepend.. Na lezing van het stuk vraag ik me vooral af of het niet gekkenwerk is dat (civiele) hulporganisaties in zo’n provincie vaste voet proberen te krijgen (zoals de mijne tracht..).
Ik kijk uit naar het volgende verhaal.

Reactie door Stefan

Het is bijna zover he? Succes en kijk uit voor de Afghaanse Blafgriep!🙂

Reactie door roosmarijn

Beste Joeri,

Wil je zo vriendelijk zijn om de juiste bronvermelding toe te passen bij de foto van de militair op zijn voertuig: Defensie/Hennie Keeris. Met collegiale dank.

Reactie door Hennie Keeris

Hallo,

hoe heet het plaatsje op de westbank naast fob poentjak ook alweer?de east bank weet ik nog wel.
alvast bedankt

groeten lucien

Reactie door lucien




Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s



%d bloggers op de volgende wijze: