web[oor]log


Lange Frans en de contra-guerrilla
december 13, 2006, 13:46
Filed under: Uruzgan december 2006

prt-majoor-v-an-den-tempel-bezoekt-mohammed-khan-kopie.jpg

‘Lange Frans’ zit gehurkt voor zijn huis. Als hij ons ziet aankomen, rijst hij op en grijnst breed. Hij mist een voortand en loopt rond met een gepimpte kalasjnikov, vol kleurige stickers.

De Nederlanders gaven Mohammed Akbar zijn koosnaam wegens zijn gestalte. Hij is lang en breed; Akbar betekent ‘groot’. We bevinden ons in het gehucht Laplan, niet ver van Deh Rawod. We zijn hierheen gereisd met een SUA, een smallest unit of action. In een van de pantservoertuigen zit majoor Herman van den Tempel. Hij is de commandant van het provinciale reconstructieteam (PRT) op Camp Hadrian, de Nederlandse basis in Deh Rawod. Van den Tempel spreekt wél met Afghanen, in tegenstelling tot de bulk van de militairen; infanteristen die louter bezig zijn met het veiligheidsaspect van de missie.

PRT’s zijn een Amerikaanse vinding. Ze waren aanvankelijk een middel om de hearts and minds van de bevolking te winnen voor de strijd tegen de Taliban en al-Qaeda, met kleinschalige hulpprojecten. Het inrichten van schooltjes, het inhuren van lokale bouwvakkers om wegen te verharden, dat soort dingen. In de meeste provincies van Afghanistan hebben Navo-troepen inmiddels de PRT’s overgenomen en de taken van de reconstructieteams uitgebreid. Een belangrijk doel is nu het versterken van het lokale bestuur. Maar nog altijd worden de reconstructieteams gevormd door militairen.

Het winnen van de bevolking in vijandig gebied is een militaire taak bij uitstek. Het is een voorwaarde om succes te boeken in een counter insurgency-operatie, zoals het heet in de militaire handboeken. Zeg maar gewoon: een contra-guerilla. Hoe mooi Den Haag de uitzending omwille van ‘het draagvlak’ ook heeft verpakt als opbouwmissie, in Afghanistan voert Nederland gewoon een counter insurgency-operatie uit.

De laatste keer dat we dat grootschalig deden was in Indonesië, na WOII. Met twee briljante militaire operaties won Nederland het militair gezien van de Indonesische rebellen, die vochten voor zelfstandigheid. Maar daarna begon de ellende. De bevolking was de Nederlandse troepen vijandig gezind en steunde de guerrilla van de vrijheidsstrijders.

In de periode tussen de twee ‘politionele acties’ in en na de laatste vielen veel meer Nederlandse doden dan tijdens die operaties zelf. Hinderlagen, sluipschutters en booby traps vormden speldenprikken, maar het waren er zoveel, dat de Nederlandse krijgsmacht, die was uitgerukt met alles wat ze had, dreigde dood te bloeden. Uiteindelijk werden zo’n vijfduizend Nederlandse militairen gedood. Het dodental aan Indonesische zijde wordt geschat op honderdvijftigduizend.

Als er één leger is dat geleerd heeft dat je een guerrilla nooit kunt winnen als je de bevolking niet aan je zijde hebt, dan is het dus het Nederlandse wel.

mohammed-khan-bij-het-graf-van-zijn-vermoorde-broer.jpg

Het Nederlandse doel in Afghanistan is natuurlijk niet te vergelijken met dat in Indonesië, dat als kolonie behouden moest blijven. Maar de militaire situatie vertoont gelijkenis. De Taliban gebruikt dezelfde tactieken: hinderlagen, bermbommen en snipers. Ook de bevolking is de buitenlandse militairen niet zonder meer gunstig gezind.

Het gebied waar Nederland opereert wordt gedomineerd door de Pashtun, een trots volk waaruit de Taliban voortkomt. Hun harten en geesten moeten gewonnen worden, anders is de operatie op de lange termijn verloren, ook al is de Nederlandse vuurkracht vele malen groter dan die van de Afghaanse rebellen.

De PRT-teams in Tarin Kowt en Deh Rawod zijn dus van onschatbare waarde voor de missie in Uruzgan. Op de basis in Deh Rawod sprak ik kort met een hoge officier die zich moest haasten om op tijd te zijn voor zijn helikoptervlucht. Hij was op weg naar Den Haag. Hij vertelde me dat hij belast was met het onderzoeken van de mogelijkheden om déze counter insurgency operatie tot een goed einde te brengen. “We hebben uitvoerig onderzoek gedaan voordat we aan Uruzgan begonnen”, zei hij. Ik heb met hem afgesproken dat ik hem opzoek als ik weer in Nederland ben. Ik wil weten wat Nederland geleerd heeft, en van wie. Hebben we ook geleerd van onze eigen geschiedenis?

‘Lange Frans’ omhelst PRT-commandant Van den Tempel en geeft hem een Afghaanse wangkus. Hij nodigt ons uit te gaan zitten op een kleed. Zijn zoon wordt weggestuurd om kussens te halen en groene thee. “Die jongen is net dertien geworden”, vertelt Van den Tempel. “Twee weken geleden is hij getrouwd. Ik weet niet hoe oud zijn vrouw is, en ik vraag er liever maar niet naar.”

Van den Tempel komt wel vaker op de thee bij ‘Lange Frans’. Hij is een potentaatje in Laplan, en dus degenen met wie het PRT zaken doet. Eigenlijk kwam Ven den Tempel om te spreken over het waterprobleem in de regio. Het grondwaterpeil is twaalf meter gedaald, en dat heeft grote gevolgen voor de akkerbouw. Het wordt steeds moeilijker de akkers te irrigeren via het eeuwenoude irrigatiesysteem van geulen, putten en dammetjes. Er zijn pompen nodig. Mohammed Akbar zegt dat hij daarmee zeker dertig families kan helpen.

En zichzelf, al zegt hij het er niet bij. Bij zijn huis ligt graan te drogen. Maar hij verbouwt ook een ander gewas. De lucht is zwaar van de hash-dampen. De cannabis sativa is inmiddels geoogst en gedroogd. Ergens wordt het verwerkt. En dat ruik je.

Mohammed Akbar barst echter meteen los over een ander probleem. Zijn broer is gedood op de twaalfde dag van de derde maand van dit jaar, vertelt hij. Omgerekend naar de christelijke tijdrekening moet dat begin juli zijn geweest. “Ik ken de moordenaars”, zegt ‘Lange Frans’, “maar de politie doet niets”.

Hij weet wel waarom. De moordenaars zijn bekenden van een goede vriend van het districtshoofd. Dus onderneemt die geen actie. Mohammed Akbar laat een document zien, ondertekend door het districtshoofd, waarin die de politiechef opdracht geef de zaak te onderzoeken. Maar Akbar heeft daar niets meer van gehoord. “Kunnen jullie de moordenaars niet arresteren?”, vraagt hij aan Van den Tempel.

khan-en-de-majoor.jpg

 

“Nee, dit is een zaak voor jullie eigen politie”, antwoordt die.

“Maar wie hier overdag agent is, is ’s nachts dief!”

“Daar werken we aan”, zegt Van den Tempel, “we monitoren de politie”.

“Een overheid die geen moordenaars en dieven kan arresteren, is geen goede overheid”, meesmuilt ‘Lange Frans’.

Van den Tempel lacht vriendelijk. “Zo”, zegt hij. “Dat was een droevig verhaal, nu wil ik een vrolijk verhaal horen.”“Die zijn er niet in Afghanistan”, zegt Akbar en laat zijn zoon nog eens thee inschenken.

“Hij heeft een punt”, zegt Van den Tempel later. “Jaren van corruptie en vriendjespolitiek zijn natuurlijk niet meteen uit te bannen. Gouverneur Munib moet hier ingrijpen. Niet wij. Wij zijn hier om de Afghanen de kans te geven zélf de boel op orde te brengen.”

bloemen-voor-de-majoor.jpg

Voordat we vertrekken krijgt Van den Tempel bloemen mee. De laatste keer dat hij hier was maakte hij een bewonderende opmerking over wat bloemenperkjes vlakbij Akbars huis. “Dat is mijn tuin”, zei Akbar, en gaf de majoor en geurende bos. Als Van den Tempel weer over de bloembedden begint, blijken die bij nader inzien niet van Akbar te zijn, maar bij het moskeetje van Laplan te horen. Maakt niets uit. Geplukt worden ze toch.’

Lange Frans’ is blij, want de PRT-majoor heeft net toegezegd te bekijken of er een stroomopwekkend waterrad vlakbij zijn huis kan worden geïnstalleerd. Daarmee zouden wél ook andere families moeten worden bediend, maakt majoor Van den Tempel duidelijk. “De stroomdraden moet je zelf leveren”, waarschuwt hij. “En wij gaan niet de hele boel voor je aanleggen.”

Terug op de basis legt hij uit dat hij bij elk project, hoe groot of klein ook, wil dat er sprake is van samenwerking. Ook al levert Mohammed Akbar slechts de bedrading. Wij zijn immers geen Sinterklaas, luidt het devies, ook al zijn we hier voor hén.

Maar het blijft ongemakkelijk voelen dat ik tijdens deze embed minder Afghanen heb gesproken dan ooit tijdens mijn reizen door dit mooie woeste land.


13 reacties so far
Plaats een reactie

Leuk dit stukje te lezen en foto’s van mijn man te zien. Hij is al een poosje weg en zo blijven we op de hoogte van hetgeen hij doet is Afghanistan. Hij vind het prettig zaken te doen met de bevolking en ieder mens die geholpen kan worden is er weer een. Daar doet het nederlandse leger het toch allemaal voor.Met vriendelijke groet Ingrid.

Reactie door Ingrid van den Tempel

Herman,

zoals altijd weet jij het beste er weer uit te halen. Ondanks de dislocatie ben ik blij dat het goed gaat met jou en je team. Jammer dat ik niet even die kant op kan komen om wat te lachen en te praten. Leuk stuk en geeft maar weer aan dat het goed zal komen. Ook een leuke reactie van Ingrid.
Herman groeten en ik bel nog.

Reactie door Richard

Het is goed te lezen, dat onze commandant ter plekke ook daar zijn humor inzet. Ik hoop dat je dat kunt uitstralen naar zowel je collega’s als de bevolking. Humor lijkt mij universeel.
Herman, jij en je ‘mannen’ veel succes met de missie

Reactie door astrid nelissen

Die foto met dat bosje bloemen: Geniaal moment!!!

Reactie door Marije

Duidelijk voorbeeld van “alle kleine beetjes helpen” alhoewel ik 5 maanden naar zo’n afgelegen gebied echt geen klein beetje kan noemen !
Wel weer goed voor het relativeringsvermogen.
Hou je taai Herman en kom veilig terug.

Liefs Anja

Reactie door Anja

hallo herman,
het is een aardig verhaal geworden, en zie dat je er ook nog de nodige humor uithaalt. Hopen dat alles niet voor niets is. Het is prettig om zo te lezen en te zien dat jullie er positief bezig zijn met je missie met een positief gebaar en vertrouwen.
En zoals oud afgaans spreekwoord zegt, “daar doe je het dan maar weer voor”. Ben trots op je. liefs Tien

Reactie door jacqueline

hallo sinterklaas,
Veel vrienden al, alleen voor de thee zou ik het al doen en er even voor langskomen, maar sorry ik heb een baan, jammer man.
Liefs Tien

Reactie door jacqueline van den tempel

beste herman ,

ik ben er geweest en heb mr akbar als eerste ontmoet en als contact gesproken jammer dat jullie niet hebben ingezien dat deze man maar voor 1 ding gaat en dat is eigen gewin! als commandant prt wel makkelijk scoren ………

Reactie door mijkol

beste Herman,

jou kennende, weet ik zeker dat je nooit makkelijk zal scoren door een ander te gebruiken. ik heb de volste vertrouwen in de methoden die jij gebruikt om de mensen te helpen.

jammer dat er altijd mensen zijn die het niet kunnen waarderen dat er ook anderen zijn die graag helpen.

ga zo door! ik ben zeer trots op mijn vader!!

Reactie door larissa van den tempel

Inderdaad jammer “mijkol” dat je niet genoemd bent in het stuk. Had je maar langer kunnen blijven he? Professionele benadering trouwens van je! En nog iets slimmerd: wie doet hier iets zonder eigen gewin? Slapen doen we ’s nachts!

Reactie door herman

dag mensen, hier auteur dezes: uiteraard staat in deze weblog niet elk woord dat gezegd is tijdens de ontmoeting met Lange Frans. Sceptici kunnen hun scepsis weer in de oude doos opbergen: niemand in ons reisgezelschap, en zeker niet het hoofd van PRT Deh Rawod, was blind voor de zucht naar eigen gewin van onze gastheer.

Groeten

joeri Boom

Reactie door weboorlog

Herman, Mijkol jammer dat jullie via dit medium op deze toon met elkaar communiceren.
Ik betreur dit artikel maar nog meer jullie reacties.

Reactie door Nick

[…] bewust gekozen voor een klassieke vorm van counter insurgency of contra-guerrilla. Ik schreef er al eerder over. Het valt me op dat ik dat woord nu veel vaker uit de mond van officieren hoor rollen dan de […]

Pingback door Geen watjes « web[oor]log




Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s



%d bloggers op de volgende wijze: