web[oor]log


Respect voor de duisternis
december 11, 2006, 09:19
Filed under: Uruzgan december 2006

Je vergeet het in Nederland, als je het al ooit geweten hebt. Het duister van de nacht is verdwenen uit onze beleving. Maar in Afghanistan kun je er niet omheen. Hier is de nacht inktzwart. Ik ben nu in Deh Rawod, op Camp Hadrian. Het kamp ligt op een vlakte waar verschillende valleien op uitkomen. We zijn net als in Tarin Kowt omringd door bergen. Maar hier is het mooier, serener. En dreigender.

patrouille.jpg

 

Op het kamp heerst een strikte lichtdiscipline. Op Kamp Holland in Tarin Kowt mag ’s nachts wit licht worden gebruikt. Hier heb ik het glas van mijn mag light (een kleine zaklamp) met een stift rood moeten maken. Wit licht is niet toegestaan. Het draagt veel verder dan een rood schijnsel. Eind augustus kwamen op één dag zes raketten in de buurt van het kamp terecht. De Taliban bevindt zich in de directe nabijheid. Volgens de Nederlanders is hun dreiging aanzienlijk verminderd sinds de doorwaadbare plaatsen in de Helmand-rivier vast in handen zijn van de Afghaanse regering, bijgestaan door de vuurkracht van de Nederlanders. Maar, zo werd ons tijdens een briefing duidelijk gemaakt, ze zijn er nog. “Wees vlijmscherp en reageer allert”, voegde de commandant van Camp Hadrian de zojuist gearriveerrde troepen toe.

De schemering duurt hier kort. Vanaf een uur of zes verdwijnt het licht. Al rond zevenen is het aardedonker. Op het kamp zie je geen hand voor ogen. Af en toe flitst een rood lampje voorbij. Iemand zoekt de natte fab, zoals de toilet-doucheruimtes hier heten. Angstaanjagender zijn de vurige puntjes van de militairen die buiten hun gepantserde container een sigaret roken. Het is iets uit boeken en oorlogsfilms, de trek aan een sigaret die iemand fataal wordt. Sluipschutters kunnen al van ver zien waar het hoofd zit. One shot, one kill. Dat zal hier niet gebeuren. Het kamp is heel goed beveiligd. Ik heb een rondleiding gehad, en daar het een en ander gehoord wat ik hier niet uit de doeken zal doen. Maar ik kan zeggen dat ik me behoorlijk veilig voel in Deh Rawod.

in-de-cougar-helikopter-naar-deh-rawod.jpg

En toch, de nacht beklemt. Er zijn geen sterren, er is geen maan. Een flink wolkendek houdt de hemel dicht. Morgen gaan we “naar buiten”, zoals dat hier heet. Eindelijk het land in, de boer op. Sinds ik me heb aangesloten bij Nederlandse militairen, heb ik nog vrijwel geen Afghaan gezien. Ook al bevind ik me bijna letterlijk in het hart van het land. De missie van morgen is niet zonder gevaar, hoor ik van verschillende kanten. We zullen zien. Ik ben niet bang aangelegd. Maar ja, de nacht. Zij is toch iets beklemmender dan ik dacht.

Ik ben blij dat ik in Deh Rawod ben. Het is jammer dat ik niet meer in het gezelschap verkeer van Harm, Kolijn en Remco. Maar zo is het beter. Harm en ik – vrienden en concurrenten tegelijk, want Harm werkt voor Vrij Nederland – hoeven nu niet bang te zijn elkaar in de weg te lopen. En het is heerlijk om de enige journalist te zijn in een gebied. Op Camp Hadrian zijn ongeveer 300 Nederlanders gelegerd. Ook dat is prettig. Het is hier gemoedelijker dan in Tarin Kowt, waar de rest van de veertienhonderd Nederlandse militairen huist. En minder modderig. Op Kamp Holland zoog de grond aan je voeten. Hier ligt grind, afkomstig van een rotsvergruizer. Een machtig apparaat.

De vlucht vanaf Tarin Kowt in een Cougar-helikopter van de Nederlandse luchtmacht duurde maar een kwartiertje. Het was mijn eerste heli ride, en ik lust er wel pap van. Ik wil hier graag nog even blijven, maar omwille van het vervoermiddel kan ik haast niet wachten om terug te gaan. Vliegen met een helikopter is fysiek vliegen. De grond glijdt voorbij, vlakbij, alsof je in een computerspel verzeild bent geraakt. Ik had de hele vijftien minuten lang zin mijn hoofd naar buiten te steken, naast een van de boordschutters, die achter zijn machinegeweer zat in de opening van een zijdeur. Landen gaat langzaam, zonder schokken. Vloeiend. Ik snap ze een stuk beter nu, die zakenlieden die de files omzeilen in hun privé-heli’s. Net als die journalist in Kosovo die me vervloekte omdat ik het niet kon laten tijdens een nachtelijke ontmoeting met de Albanese rebellen van het UCK in het pikkedonker een peuk op te steken. Er gebeurde niets. We waren in veilig gebied. Maar toch, al is het wat laat: mijn welgemeende excuses. Niet aan die collega, wel aan de nacht. Respect betonen aan de duisternis: ik weet weer wat dat is.

Advertenties

Geef een reactie so far
Plaats een reactie



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s



%d bloggers liken dit: