web[oor]log


Waarom mensen mensen doden
december 10, 2006, 22:32
Filed under: Uruzgan december 2006

kamp-holland.jpg

Vannacht rond vijven klonk het geluid van een bronstige kameel over het kamp. Toen we twee dagen geleden in Tarin Kowt aankwamen, legde een officier ons uit dat er twee soorten alarmsirenes waren. Het gewone luchtalarm, bekend van de eerste maandag van de maand, 12.00 uur. En de bronstige kameel. “Ik kan jullie niet voordoen hoe die klinkt, maar als je de bronstige kameel hoort dan volgt uitgaand vuur.”

Hij doelde op de gigantische pantserhouwitser die granaten met een doorsnede van 155 millimeter afschiet. Het ding reikt vér. Vannacht dus, had ik voor het eerst van mijn leven dat geluid kunnen horen. Maar ik sliep als een blok in onze gepantserde perscontainer. De houwitser schoot een lichtgranaat af. Iemand had ergens iets heel verdachts gezien. Lichtgranaten maken dag van de nacht en dat vinden strijders die een aanval voorbereiden niet fijn. Ze zijn dan een gemakkelijk doelwit voor de militairen in de wachttorens, achter hun mitrailleurs.

De winter vertraagt de aanvallen van de Taliban, maar de dreiging is nog steeds groot. Er vinden nog steeds raketaanvallen plaats op Kamp Holland. Meestal met zwabberende Chinese 107mm-raketten, die doorgaans doel missen. Niet lang geleden kwam er een neer in het kamp, maar niemand raakte gewond. Dat was het sein om de tenten, waarin het grootste deel van de militairen sliep, versneld te vervangen door pantserfabs, de gepantserde containers waarin ook wij zijn ondergebracht.

kamp-holland-nog-niet-af.jpg

Nu de Taliban zich door de kou minder vrij kunnen bewegen, nemen ze hun toevlucht tot bermbommen, of improvised explosive devices (IED’s) zoals majoor Jos, commandant van de pantsergenie-compagnie, ze liever noemt. Zijn mannen reizen mee met patrouilles en proberen de bommen op te sporen.

Afgelopen vrijdag reden twee tolken die werkten voor de Navo Amerikaanse special forces, op een bermbom. Ze overleefden het niet. Gisteren ontdekten de mannen van majoor Jos er een op tijd. “Het ding bevatte achtenhalve kilo springstof”, vertelde majoor Jos. “Zelfs als hij was ontploft onder een pantserwagen zouden de inzittenden het niet overleefd hebben”.

Hij wil niets vertellen over de trucs die zijn genisten hanteren om de bommen te vinden. Maar dat je er verdraaid handig voor moet zijn, is wel duidelijk. “Ze proppen zelfs fietsframes vol met springstof. De bom die we vonden werkte met een drukplaat. Als er een voertuig overheen zou rijden, zouden twee antitankmijnen ontploffen. Je hebt ze ook die werken met een radiografisch signaal, zodat je hem van een afstand kunt opblazen.” Hij vermoedt dat de bermbom die gevonden werd niet alleen een drukplaat als ontstekingsmechanisme had, maar ook een zendertje. Dat wordt nu onderzocht.

Picture this. Van een afstand kijkt een onopvallende Afghaanse man, vader van twee dochtertjes, toe en ziet hoe jonge Nederlandse militairen zijn bom opgraven en onschadelijk proberen te maken. Hij drukt op de knop, vastbesloten iedereen rond de bom de dood in te jagen. Maar er gebeurt niets.

Zou zo iemand wroeging krijgen? Zou zo iemand denken: mijn god, ik had bijna een handvol jonge Nederlandse genisten gedood, maar door een ingreep van boven is hen het leven geschonken, en ben ik gered van de wisse hel, want in de Koran staat dat het een zonde is een mens te doden?

Ik denk het niet. Zie daar het wezen van de oorlog in Afghanistan. De strijd wordt gevoerd vanuit de gedachte dat elke buitenlander, zeker een goddeloze, een levensgevaarlijke bedreiging is. De strijders handelen vanuit een volslagen andere opvatting over religie, cultuur, leven en dood. Ik heb ze nooit ontmoet, die strijders. Het schijnt dat zij ook mij als vijand zien.  Maar ik heb zelden een onaardige Afghaan meegemaakt, terwijl ik inmiddels toch aardig wat van het land gezien heb. In die zin is deze oorlog ook voor mij een abstracte oorlog.

Ik was al lang geleden gestopt met mijn pogingen te begrijpen waarom mensen mensen doden. Ik kan de gedachte simpelweg niet bevatten. Marte, mijn geliefde, is nu in BeiroetIn een artikel uit de Libanese krant The Daily Star  las ik een waarheid als een koe, die het toch steeds weer waard is herhaald te worden.

Military conflicts do not start because one side fires at the other. Wars start in the mind and it is in the mind that we can make peace.”

De auteur betoogt dat doden om egoïstische redenen een uitzondering is. Oorlogen worden volgens hem gevoerd vanuit devotie. als je zijn gedachtengang volt, kom je vanzelf uit op het belang van klein en conflictvermijdend denken. dat is wat de Nederlandse krijgsmacht doet in Uruzgan. Niemand heeft het hier over grote ideeën of idealen. Alles draait hier om het opbouwen van een velige samenleving en het terugdringen van de krachten (Taliban, criminelen, lokale potentaten) die belang hebben bij chaos, moord en doodslag. 

’s Middags heb ik een afspraak met luitenant-kolonel Gerard Koot. Hij leidt het provinciaal reconstructieteam (PRT) dat het voortouw heeft genomen met de opbouw van Uruzgan. Ik krijg van hem nog een lijst met projecten die zijn PRT heeft opgezet.

Het was een verademing met Koot te spreken. Hij vond het te zot voor woorden dat wij, de journalisten, nauwelijks van de basis af konden komen. Natuurlijk, hij begreep wel dat de capaciteit van de beschermende troepen in deze tijd van roulatie klein was. “Maar het zijn wel miljoenen Nederlands overheidsgeld die hier geïnvesteerd worden”, zei hij zelf. “Mijn missieteams gaan meerdere keren per week naar buiten. Je kunt daar bij aanhaken, daar zorg ik wel voor.” Een pak van mijn hart, want ik wil weg van deze basis. Het is hier een blubberzooi. Regen heeft de ergste kou verdreven.

‘s Avonds krijg ik een heugelijke mededeling: morgenochtend om tien uur vlieg ik naar Deh Rawood, het kleinere kamp ten westen van Tarin Kowt. Daar zal ik de enige journalist zijn. Daar zijn daar meer incidenten, en gaan er verhoudingsgewijs meer patrouilles naar buiten.

We zullen zien. In elk geval is gebeurd wat ik al hoopte: het gesprek met Gerard Koot heeft mijn enthousiasme weer wakker geschud. Koot bleek zich verdiept te hebben in de stammenstructuren in de regio, waar hij enthousiast over vertelde. Het is bijna onvoorstelbaar dat deze man thuis in Nederland een tankbataljon commandeert.

Van hem geen krijgshaftige taal. Hij probeert juist inzicht te krijgen in de complexe structuren die in Uruzgan zoveel ruimte bieden voor geweld. Het is mooi en hoopgevend om te zien hoe Gerard Koot probeert in de minds te kruipen van mensen die hem en de zijnen naar het leven staan. En het is prettig dat hij zijn tanks thuis heeft gelaten.

 


6 reacties so far
Plaats een reactie

Gelukkig heeft hij die tanks thuis gelaten!

Groetjes

http://www.smartgids.nl

Reactie door Johan

Hey ik vind het een facinerend verhaal. Het lijkt me leuk om daar eens een verhaal over te schrijven op mijn website http://www.wereldvanproducten.com

Reactie door Demian

Keep the peace!

Reactie door Koen

V.S of Vrede?

Gr

Koen

http://www.smart-im.nl

Reactie door Koen

het is de westerse wereld die belang heeft bij chaos, moord en doodslag in landen als afghanistan, dat is de reden dat jullie daar zitten..

Reactie door henk

Het gevaar en de ervaring van zo’n reis is zo groot en fascinerend. Ik denk dat je met zo’n reis heel anders gaat denken.

respect

Reactie door J.A.




Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s



%d bloggers op de volgende wijze: