web[oor]log


Ingebed naar Uruzgan
december 5, 2006, 17:19
Filed under: Uruzgan december 2006

vertrek-eindhoven-2.jpg

Wie ik ben en wat ik kom doen, vraagt de schildwacht. Zijn toon is vriendelijk, dat wel. Maar ik sta niet op zijn lijst.

Bepakt met laptop, helm, scherfvest en reservekleding wacht ik naast het wachthuisje bij de passagiersterminal op de militaire vliegbasis Eindhoven. Ook boeken, maken deel uit van mijn kit. Boeken zijn zwaar en ik reis graag zo licht mogelijk, maar ik zal heel wat tijd moeten verdrijven.

Ik weet het inmiddels: reizen is wachten, en proberen verslag te leggen van een oorlog is wachten in het kwadraat. Of is het geen oorlog in Uruzgan? Er is een veelbesproken “opbouwmissie” bezig onder leiding van 1400 Nederlandse troepen, bijgestaan door Australiërs. Ik ben benieuwd wat ik er zal aantreffen.

Twee keer probeerde ik vóór het van start gaan van de missie in Uruzgan te komen. Maar mijn aanvraag bij de Amerikanen, die de provincie eerder onder hun hoede hadden, werd afgewezen. Ook een poging mee te reizen met de sterk geplaagde Canadese troepen in het naburige Kandahar strandde. Het zou een belangrijke reis geweest zijn, want de Canadezen, die in Kandahar dezelfde opdracht hebben als de Nederlanders in Uruzgan, sneuvelen bij bosjes. Sinds hun ontplooiing in Afghanistan vonden al bijna veertig van hen de dood. Maar ik mocht niet, want, zo schreef Captain MacNair, landgenoten hadden voorrang en de troepen waren nu al zwaar belast met media-aanvragen.

De tweede keer dat ik probeerde naar Uruzgan te komen, reisde ik met mijn makker en fotograaf Jeroen Oerlemans. We verbleven enige tijd in Kandahar-Stad, waar het alles behalve pluis was, en maakten voor De Groene Amsterdammer en Het Algemeen Dagblad een verhaal over de aantoonbare nonsens die Defensieminister Henk Kamp verkocht over het op orde brengen van de gevangenis in Kandahar, opdat Nederland er met een goed hart en in overeenstemming met internationale verdragen de gevangenen kon onderbrengen die tijdens de Uruzgan-missie zouden worden gemaakt.

Toen wij de gevangenis bezochten, was niets van Kamps beloften waargemaakt. De stront zat er aan de muren en in cellen van zes vierkante meter leefden vier gevangenen. De Afghaanse geheime dienst liep ongehinderd in en uit, met medeneming van gevangenen. Natuurlijk wilden we ook naar Tarin Kowt, de “hoofdstad” in Uruzgan die slechts twee straten telt. Maar onze Afghaanse connecties overtuigden ons uiteindelijk dat het gekkenwerk was. De weg tussen Kandahar en Uruzgan was en is levensgevaarlijk. Dus keerden we onverricht ter zake terug naar Nederland.

Nu ga ik dan eindelijk tóch naar Uruzgan. Niet op de manier die ik prefereer – onafhankelijk – maar ingebed bij de Nederlandse troepen die er zijn gelegerd. Ik heb gekozen voor deze weg omdat geen andere voor me open ligt.

Geloof me, Jeroen en ik nemen risico’s, grote risico’s soms. Maar voor wie niet de jarenlang opgebouwde connecties met krijgsheren heeft zoals Arnold Karskens van de Nieuwe Revu, en niet net zo’n grote zak geld, is onafhankelijke journalistiek in Uruzgan een hachelijke zaak.

Bovendien wil ik wel eens weten hoe de Nederlandse krijgsmacht zich houdt in dit gevaarlijke gebied. Waarom vallen er onder Nederlanders zo weinig slachtoffers, waar Britten en Canadezen de ene na de andere gesneuvelde landgenoot bedekken met vlag en bloemen? Zijn het alleen de door filmer Vik Franke geportretteerde commando’s die er graag harder op zouden slaan in plaats van terughoudend op te treden zoals Nederland nu voorstaat? Of leeft die mening breder onder de Nederlandse militairen in Uruzgan? Wat is er tot nog toe terecht gekomen van de opbouwwerkzaamheden van het Nederlandse provinciale reconstructieteam en wat zegt dat over de toekomst van deze tweejarige missie?

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Redenen te over, dus, voor een onafhankelijk journalist, om zich eens aan te sluiten bij de eenheden.

 

vertrek-eindhoven-1.jpg

Eindhoven

De schildwacht waagt er een telefoontje aan. Ja hoor, ik mag doorlopen, ik sta wél op een andere lijst. Eentje die de officier aan de andere kant van de lijn onder zijn hoede heeft.

Ik dump mijn spullen in de terminal die vol zit met enkele honderden militairen. Ik reis op een ongelukkig moment: de eerste lichting Uruzgan-gangers wordt na vier maanden dienst vervangen door verse troepen. De rotatie gaat stapsgewijs, zodat de kennis die de oude ploeg heeft opgedaan kan worden overgebracht aan de nieuwelingen. Het grote wachten begint.

Meer dan drie uur na aankomst beklimmen we de trap van de KDC-10, een groot troepentransportvliegtuig van de luchtmacht dat eveneens dienst doet als tankvliegtuig voor F16’s, die in de lucht van brandstof kunnen worden voorzien.

We krijgen te horen dat we in de Verenigde Arabische Emiraten een tussenstop zullen maken. Om bij te tanken.

Huh? Een tankvliegtuig dat niet genoeg kerosine heeft voor zichzelf? Dit is nu de zesde keer dat ik naar dit land van woeste schoonheid reis, maar burgervluchten kwamen nooit een druppel kerosine tekort om Kaboel te halen.

De reis begint zoals dat hoort voor een journalist.  Met een vraagteken.

Advertenties

Geef een reactie so far
Plaats een reactie



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s



%d bloggers liken dit: