web[oor]log


Duivelsgebroed
november 17, 2006, 19:24
Filed under: Afghanistan

De Taliban en de geheime diensten

Drie weken nadat De Groene Amsterdammer begon met de reeks Frontlijn Pakistan zijn de gevechtslijnen verschoven. Het Pakistaanse grensgebied is geen frontlinie meer. De oorlog heeft het hart van het explosieve land bereikt.

Haast geruisloos zijn we een volgende fase van de oorlog tegen de terreur ingegleden. Honderden Pakistaanse troepen zijn afgelopen week naar Islamabad gestuurd. In Nederland was het geen nieuws. Ze zijn op zoek naar zelfmoordterroristen die zich in de hoofdstad zouden bevinden. De inkt van het bericht was nog niet droog of rond de vliegvelden in Quetta en Gwadar werd de hoogste staat van paraatheid afgekondigd. Ook rond de overige 34 Pakistaanse vliegvelden werd een alarm van kracht. Het land dat voorheen bekend stond als leverancier van terreur in Afghanistan en India is nu zelf doelwit.Op 30 oktober begon een cyclus van geweld toen Pakistaanse gevechtshelikopters een koranschool vernietigden in Bajaur, een van de Federally Administered Tribal Areas (fata) aan de Afghaanse grens. In deze stamgebieden heeft de Pakistaanse overheid nauwelijks gezag. Het zijn de Pashtun-stammen die er heersen. De eveneens uit de Pashtun-bevolking afkomstige Taliban vinden er een veilige uitvalsbasis voor hun aanvallen in Afghanistan. In Noord-Waziristan, ook een stammengebied, zwaaien zij de scepter. Enkele maanden geleden riepen de Taliban er een Islamitisch Emiraat uit, net zoals eerder in Afghanistan. Ook rond Quetta, de hoofdstad van Baloechistan, niet ver van de Zuid-Afghaanse stad Kandahar, zijn de Taliban openlijk aanwezig.

Bij de aanval op de koranschool kwamen 82 mensen om. Volgens woedende stamleden waren het vooral kinderen. Volgens de Pakistaanse regering betrof het terroristen die werden getraind om te vechten in Afghanistan. Er braken massale demonstraties uit. De strijders zwoeren wraak. Die kwam eerst kleinschalig. Er werd een Pakistaanse legertruck opgeblazen, er landde een zwabberende 107mm-raket op het provinciehuis in Quetta en er ontplofte een bom elders in die stad. Toen volgde de grote klap. Vorige week rende een man een militair kamp in Dargai binnen. Hij blies zich op en sleurde 42 jonge rekruten mee de dood in. Tegelijkertijd werd bekend dat nog vijf zelfmoordterroristen door het land zwierven, waarop in Islamabad en op de vliegvelden het terreuralarm werd afgekondigd.

Taliban Central noemen Navo-militairen het grensgebied met Pakistan. Ze zijn in Afghanistan om de regering te helpen in de strijd tegen de steeds krachtiger wordende ‘neo-Taliban’. Met de militie van krijgsheer Gulbudin Hekmatyar, met Pashtun-krijgers uit de grensgebieden en krijgsheren die hun opiumnering bewaken, vormen de oude Taliban een bizar maar succesvol monsterverbond, gericht tegen de ‘marionettenregering’ van Karzai en de ‘buitenlandse indringers’. De uitzichtloze economische situatie en het toenemende aantal burgerslachtoffers ten gevolge van Navo-operaties jaagt de weerstand tegen de buitenlandse troepen omhoog. Ook in Uruzgan, waar Nederlandse militairen zijn gelegerd op bases in Tarin Kowt en Deh Rawod, zijn bij luchtacties burgers gedood.

De Pakistaanse president Pervez Musharraf en zijn Afghaanse ambtsgenoot Hamid Karzai beschuldigen elkaar in steeds fellere bewoordingen te weinig te doen om de instroom van strijders over de 2500 kilometer lange grens te stoppen. Karzai overhandigde een woedende Musharraf een lijst met 150 Taliban- en al-Qaeda-commandanten die zich in het Pakistaanse grensgebied zouden bevinden. Musharraf stelde uiteindelijk voor een hek te bouwen langs de grens en er mijnenvelden aan te leggen. Karzai wees het plan af. Beiden houden al anderhalf jaar vol dat ze alles doen om de grens te bewaken. Maar in september 2005 toonde een Australische journalist hun leugenachtigheid. Hij posteerde zich aan de grensovergang Chaman/Waish, tussen Kandahar en Quetta, onder bescherming van Afghaanse grenswachters die maar al te graag de laksheid van hun Pakistaanse collega’s wilden aantonen. De journalist zag – en fotografeerde – hoe Pakistaanse grenswachters werden omgekocht door mannen met zwarte Taliban-tulbanden. Ezelskarren werden niet gecontroleerd, ook al konden ze genoeg voedsel en munitie vervoeren om een kleine guerrilla-eenheid weer even vooruit te helpen. ‘Zie je wel!’ riepen de Afghaanse grenswachten, maar ook zij deden niets.

De Australiër beschreef in bittere bewoordingen dat hij nu begreep waarom nog geen tweehonderd kilometer verderop zijn landgenoten sneuvelden in gevechten met goed uitgeruste Taliban-troepen. Hij doelde op Uruzgan, waar nu de Nederlanders zitten. Ook deze zomer bleek weer hoe rampzalig niets doen uitpakt. Navo-eenheden in Zuid-Afghanistan voerden de zwaarste gevechten sinds de Korea-oorlog, tegen Taliban-eenheden die ’s nachts de grens overstaken. Britse eenheden lagen zo zwaar onder vuur dat ze niet meer bevoorraad konden worden. Inmiddels hebben Britten en Amerikanen noodgedwongen enkele vooruitgeschoven bases moeten ontruimen, want de strijders blijven komen.

Tot nog toe wist president Musharraf van Pakistan te ontkomen aan pijnlijke maatregelen, maar nu staat hij onder enorme druk. De Afghaanse missie van de Navo en de VS is zinloos als de voorraden en strijders uit Pakistan blijven komen.

Musharraf, een special forces-officier die in 1999 aan de macht kwam na een bloedeloze militaire coup, heeft lang geprobeerd de vrede te bewaren met de militante stamleden en de machtige religieuze partijen. Hij stuurde maar liefst tachtigduizend militairen naar de grens, maar trok ze terug toen ze van alle kanten werden bestookt. Op 5 september sloten het leger en de militanten in Waziristan een vredesakkoord dat in het buitenland met verbijstering werd ontvangen. Musharraf liet al-Qaeda-leden vrij en betaalde een flinke ‘schadevergoeding’ aan de stamleiders, op voorwaarde dat zij ophielden de Taliban en al-Qaeda te steunen. Sindsdien zijn de grensoverschrijdende aanvallen verviervoudigd.

Begin oktober protesteerden commandanten van Nederlandse, Deense, Britse en Canadese eenheden openlijk tegen deze laksheid. Tijdens Operatie Medusa, gericht tegen Taliban-strijders die zich hadden ingegraven en een aanval voorbereidden op Kandahar, werden honderden Pakistaanse jihadi’s die in pick-up trucks hun bloedbroeders tegemoet snelden, door Pakistaanse grenswachten doorgewuifd. Tijdens de strijd werden elfhonderd strijders gedood en 160 gevangen genomen. Zij bleken over waardevolle informatie te beschikken. De Navo is druk doende om de Taliban-infrastructuur rond Quetta in kaart te brengen, waaronder wapenopslagplaatsen en de plek waar de voortvluchtige Taliban-leider moellah Mohammed Omar verblijft. Rond Quetta zijn volgens de ondervraagde gevangenen vele madrassa’s waar de strijders onderdak vinden en religieus worden klaargestoomd voor de jihad. Er blijken zelfs twee trainingskampen te zijn die gerund worden door de Inter Services Intelligence (isi), de beruchte Pakistaanse geheime dienst. Inmiddels zijn op ten minste één luchtmachtbasis in Pakistan Amerikanen gestationeerd en heeft de Navo het recht verkregen strijders tot over de grens te achtervolgen.

Musharraf stond op het punt ook met de militanten in Bajaur een akkoord te sluiten. Maar op de dag dat het getekend zou worden, vernietigden zijn helikopters de madrassa.

De president trekt eindelijk ten strijde. Hard optreden is echter gevaarlijk. Pakistan kent bloedige spanningen tussen soennieten en sjiieten en herbergt verscheidene afscheidingsbewegingen. Het land heeft bovendien een atoomwapen. Niemand weet wat er gebeurt met het Pakistaanse nucleaire arsenaal als Musharraf ten onder gaat.

De huidige zelfmoorddreiging toont hoe explosief de situatie in Pakistan is. Bovendien wordt Musharraf in zijn rug aangevallen door zijn eigen krijgsmacht. Die is sinds de onafhankelijkheid van India in 1947 de hoeder van Pakistans islamitische identiteit en heeft sympathie voor de jihad van de Taliban en hun bondgenoten. Al drie keer is een aanslag op zijn leven gepleegd. In één geval is aangetoond dat de daders afkomstig waren uit hoge luchtmachtkringen.

De hardste noot om te kraken is de geheime dienst isi. In de jaren tachtig bewapende en trainde die de Afghaanse moedjahedien-groepen, waaronder de militie van Osama bin Laden, die vochten tegen de sovjetmilitairen en de communistische regering in Afghanistan. Het geld daarvoor was grotendeels afkomstig van de cia. Sindsdien is de dienst uitgegroeid tot een staat in een staat. Dat werd versterkt toen de isi begin jaren negentig de Taliban ging steunen. Het geld daarvoor was grotendeels afkomstig uit Saoedi-Arabië, zo beschrijft Steve Coll in zijn boek Ghost Wars: ‘De Saoedische connectie versterkte de isi als een schaduwregering en hielp haar om burgerlijke politieke controle van zich af te schudden.’ Nog jongstleden juli moest het ministerie van Defensie toegeven dat het slechts administratieve macht over de dienst had en geen enkele controle kon uitoefenen op zijn operaties. De Afghaanse president Hamid Karzai en Navo-commandanten beschuldigen de isi er openlijk van nog altijd steun te verlenen aan de Taliban. Vlak voordat Musharraf begin oktober op de thee ging bij de Britse premier Tony Blair trad een goed gepland lek in werking vanuit het Britse ministerie van Defensie. In een denktankrapport werd de isi er niet alleen van beschuldigd de Taliban te steunen, maar indirect ook bij te dragen aan terreurdaden in andere delen van de wereld, inclusief de aanslagen in Londen. De Rand Corporation, een onderzoeksgroep gelieerd aan het Pentagon, meldde bovendien dat de isi informatie doorgaf aan Taliban-eenheden over troepenbewegingen van Amerikaanse en Navo-militairen.

Aanvankelijk ontkende Musharraf. Maar niet veel later gooide hij het over een andere boeg. ‘Sommige dissidenten, ruwe elementen, gepensioneerde mensen die vooraan stonden tijdens de Afghaanse jihad van 1979 tot 1989’, zei hij, ‘zouden hier of daar nog wat connecties kunnen hebben. We houden ze in de gaten.’

Dat was een slimme zet, want nu kon hij laten zien dat hij iets deed. Onmiddellijk werd generaal b.d. Hamid Gul, die de isi van 1987 tot 1989 leidde, onder surveillance geplaatst. Gul liet te pas en te onpas in de media zijn sympathie voor de Taliban blijken. Hij wordt nu ironisch genoeg in de gaten gehouden door isi-agenten. ‘Ze doen het natuurlijk tegen hun zin’, vertrouwde hij de Pakistaanse krant Dawn toe. Dat zou best eens kunnen. Meteen na de aanslagen van 11 september 2001 ontsloeg Musharraf de toenmalige isi-baas, die weigerde de Taliban te laten vallen. Volgens waarnemers zijn er onder de 2500 isi-agenten honderden die net zo loyaal zijn aan hun oude bondgenoten als hun weggezuiverde baas. Tegen hen is niets ondernomen.

De gepensioneerde kolonel Sultan Amir, een oud-isi-officier die in Afghanistan onder de nom de guerre Kolonel Imam verantwoordelijk was voor het trainen van Taliban-strijders, dreef afgelopen zondag openlijk de spot met zijn president. De Taliban hebben helemaal geen hulp meer nodig van de isi, zei hij. ‘We hebben (in de jaren tachtig – jb) al drie miljoen wapens naar Afghanistan gestuurd. Nu hoef ik alleen nog maar voor ze te bidden.’

Dit is het laatste artikel uit de reeks Frontlijn Pakistan. Het eerste deel, over de Pakistaanse Taliban in Waziristan en het tweede deel, over de koranscholen in Pakistan zijn nog te lezen door op de links te klikken.

Voor een compleet overzicht van de artikelen over Uruzgan zie het dossier Uruzgan

Advertenties

1 reactie so far
Plaats een reactie

good blog

Reactie door Olga




Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s



%d bloggers liken dit: