web[oor]log


Bloedbroeders
november 3, 2006, 19:26
Filed under: Afghanistan

 De staat van de Taliban

In Noord-Waziristan, vlak over de Pakistaanse grens, hebben de Taliban een veilig onderkomen gevonden bij hun Pathaanse volksgenoten. Ze trainen er strijders die in Afghanistan vechten tegen de Navo. Onlangs riepen ze er hun eigen islamitische staat uit, net als destijds in Afghanistan.
Aan een geïmproviseerde galg zijn nogal knullig de lichamen van drie mannen gebonden. Twee zijn opgehangen aan hun keel, hun hoofden zijn paars gezwollen, de derde bungelt ondersteboven. Iemand heeft een sigaret in zijn mond gestoken. Hij heeft een gapende wond aan zijn dijbeen. Zijn broek is doordrenkt van bloed. Achter de broekbanden van de doden en tussen hun nekken en de strop steken bankbiljetten. Een beul is bezig er nog enkele bij te proppen. Hij kijkt bijna baldadig in de camera. Zijn kalasjnikov balanceert horizontaal op zijn schouder, met z’n hand losjes op de kolf voorkomt hij dat het wapen naar achteren kiepert. Er zijn de laatste dagen zeventien misdadigers terechtgesteld, legt hij uit. Dieven, opgehangen met het gestolen geld, de symbolen van hun schande, op hun lichaam. ‘We hebben deze mensen gedood’, zegt hij. ‘Ze zijn nu op weg naar God. Die zal over hen oordelen.’ Hij lacht. De paar tanden die hij nog heeft staan scheef in zijn mond. De beul spreekt Pashto, de taal van de Pathaanse stammen waaruit de harde kern van de Afghaanse Taliban-beweging voortkomt. Geen twijfel mogelijk, dit zijn Taliban-strijders die tonen hoe middeleeuws hun heilige islamitische samenleving eruitziet. Maar dit zijn geen oude beelden uit Afghanistan, waar de Taliban vijf jaar geleden verdreven werden. Ze zijn onlangs gefilmd in Noord-Waziristan, een Pakistaans gebied grenzend aan Afghanistan.

Sommige beelden zijn afkomstig van een Pakistaanse undercoverjournalist die werkte voor het Amerikaanse tv-programma Frontline. Andere staan op Taliban-promotie-dvd’s die in handen kwamen van de Asia Times. De beelden zijn verwerkt in de documentaire The Return of the Taliban, die begin deze maand door Frontline werd uitgezonden.

Een verslaggever van de Asia Times, een van de weinigen die zich nog in de Pakistaanse stammengebieden durft te begeven, zag al in mei opnamen van de Taliban. Ze openen met de onthoofde lichamen van ‘misdadigers’, tentoongesteld in de bazaar van Miram Shah, de hoofdstad van Noord-Waziristan. Er worden opleidingskampen getoond waar duizenden jonge strijders zich opstellen. Commandanten gaan de rijen af en selecteren een groep, die de opdracht krijgt een aanval te plegen op een Amerikaanse basis aan de andere kant van de grens, in de Afghaanse provincie Khost. De strijders dragen hoofdbanden met de islamitische geloofsbelijdenis. Er is geen god dan de Ene God en Mohammed is zijn profeet. De groep verlaat ’s nachts de basis en gaat de grens over. Na een vuurgevecht van een half uur schieten vlammen uit het Amerikaanse kamp.

De video van de Asia Times bevat tevens de proclamatie van een Islamitisch Emiraat in Waziristan, waartoe ook het stammengebied van Zuid-Waziristan behoort, en een verklaring dat eenieder zich heeft neer te leggen bij de heerschappij van de Taliban. Net als destijds in Afghanistan.

Half september was de hoogste Nederlandse militair in Zuid-Afghanistan, kolonel Arie Vermeij, somber over de missie van de International Security and Assistance Force (Isaf), geleid door de Navo. ‘Wij nemen veel Taliban gevangen of schakelen hen uit’, zei hij in de Defensiekrant, ‘maar daar komen nieuwe strijders uit Pakistan en andere landen voor terug. In de huidige situatie pakken wij de Taliban dus wel effectief aan, maar het blijft dweilen met de kraan open.’

Zijn boodschap was helder: als dit zo doorgaat komt van het vestigen van regeringsgezag en de ontwikkeling van de achtergebleven gebieden, de doelstelling van Isaf, niets terecht.

Vorige zomer al namen de gevechten van Taliban en andere strijders die zich verzetten tegen de regering in Kaboel en de aanwezigheid van buitenlandse troepen toe. Dit jaar was sprake van een nog heviger offensief van Taliban-eenheden, opererend vanuit Pakistan. Met name de Britse troepen in Helmand, die werken vanaf kleine bases in de uitgestrekte provincie, hadden het zwaar te verduren. Britse kranten schetsten Vietnam-taferelen van vooruitgeschoven Isaf-bases die dagenlang werden aangevallen en nauwelijks bevoorraad konden worden.

Het succesvolle Taliban-offensief kon niet tot stand komen zonder de mogelijkheid Pakistan als uitvalsbasis te gebruiken. Kolonel Arie Vermeij, die als plaatsvervangend commandant van Isaf waarschijnlijk beschikt over informatie van militaire inlichtingendiensten, zei in de Defensiekrant dat veertig procent van de Taliban-strijders wordt opgeleid in Pakistan en van daaruit de beschikking heeft over transportmiddelen, communicatieapparatuur en wapens. De ‘Nederlandse’ provincie Uruzgan grenst niet aan Pakistan, maar er bevinden zich grote aantallen Taliban. In mei verklaarden bronnen in Kandahar met Taliban-connecties tegenover De Groene Amsterdammer dat de provincie door de opstandelingen wordt beschouwd als rustplaats. De zuidelijke provincies Kandahar en Helmand die aan Uruzgan grenzen, zijn frontgebieden.

Minister Kamp corrigeerde de kwalificatie ‘dweilen met de kraan open’ van kolonel Vermeij niet. Hij wees erop dat er overleg is met Pakistan en dat het land verzekert er alles aan te doen om infiltraties vanuit Pakistan te voorkomen, maar dat het gaat om een uitgestrekt bergachtig gebied waar stammen wonen die geen centraal gezag aanvaarden. ‘Dit is niet in een jaar of dag op te lossen’, zei Kamp. De minister drukte zich mild uit. Inmiddels is er geen serieuze Afghanistan-kenner meer te vinden die nog gelooft dat de Taliban de wind uit de zeilen genomen kan worden zonder op korte termijn hun machtsbasis in Pakistan aan te pakken.

Waarom treedt Pakistan nauwelijks op tegen de Taliban  in het grensgebied? Dat is een vraag die veel analisten bezighoudt.  ‘Pakistan speelt dubbel spel’, zegt Christine Fair, Pakistan-specialist bij het Amerikaanse Center for Conflict Analysis and Prevention. Ze wordt geciteerd op de website canada.com en werd onlangs uitgenodigd haar visie te delen met het Amerikaanse Congres. ‘Pakistan probeert de Taliban op de been te houden zodat het land hen aan de macht kan brengen als Canada, de VS en de Navo vertrokken zijn.’

Los van het eventuele Pakistaanse dubbelspel is het de vraag of het land de infiltraties wel kan voorkomen. De Afghaans-Pakistaanse grens is bijna drieduizend kilometer lang en loopt door een van de beruchtste gebieden ter wereld. Ze is feitelijk onbeheersbaar. Niet alleen vanwege de moeilijk toegankelijke rotsformaties van de Hindu Kush, ook wegens de politieke situatie. Langs de Afghaanse grens liggen de Noordwestelijke Grensprovincie in het westen en Baloechistan in het zuidwesten. Daartussenin geklemd liggen de Federally Administered Tribal Area’s (Fata), de stammengebieden waar Noord- en Zuid-Waziristan toe behoren (zie kaart).

In al die provincies wonen Pathaanse stammen, die de Taliban een warm hart toedragen. Het Pakistaanse grensgebied is de bakermat van de Taliban-beweging. Ze ontstond in Peshawar, de hoofdstad van de Noordwestelijke Grensprovincie, tijdens de sovjetbezetting van Afghanistan in de jaren tachtig. De Pathanen delen een strenge en krijgshaftige erecode, de pashtunwali. Elke vorm van regering door buitenstaanders, of dat nu de Afghaanse of de Pakistaanse overheid betreft, wordt door hen afgewezen. In de Pathaanse gebieden heeft Pakistan nauwelijks macht. De Fata bestaan uit zeven gebieden die elk worden bestuurd door een ‘politieke agent’ die verantwoording aflegt aan de regering in Islamabad, maar in praktijk maken de stammen de dienst uit. Wie vanuit Kaboel via de Khyberpas Pakistan binnenrijdt, wordt begroet met een groot bord: ‘Welkom in Khyber Agency’ (Khyber is een van de zeven stammengebieden van de Fata), om vervolgens op een kleiner bord een minder vrolijke boodschap te lezen: ‘Attention, entry of foreigners is prohibited beyond this point.’ In de stammengebieden kan de overheid de veiligheid van buitenlanders niet garanderen, laat staan controleren wie in de bergen te voet de grens oversteekt.

 

Hamer zonder aambeeld

Pakistan heeft belang bij een verzwakt Afghanistan. Beide landen twisten al meer dan een eeuw over de Durandlijn, die in 1893 werd getrokken om de grens te markeren tussen Afghanistan en Brits-India. Afghanistan ging met grote tegenzin akkoord, want de Durandlijn (zie kaart) doorsnijdt de Pathaanse gebieden. Veel Afghanen beschouwen hun land als thuisland van de Pathanen en willen dat de Noordwestelijke Grensprovincie en de Fata bij Afghanistan worden getrokken. Een economisch gezond en vredig Afghanistan zou het de Pakistanen dus wel eens lastig kunnen maken. Pakistan vreest bovendien dat een sterk Afghanistan de zijde van India zal kiezen in het conflict over Kasjmir. Zo bezien is oorlog in Afghanistan, of een regime dat het land terugduwt naar het stenen tijdperk, in het belang van Pakistan.

Toen de Taliban zich in de herfst van 1994 ontpopten als de effectiefste van alle moedjahedien-groepen die ten strijde trokken tegen het communistische regime in Kaboel en tegen elkaar besloot Pakistan hen te steunen. De Taliban ontvingen geld, brandstof, wapens en logistieke middelen uit Pakistan. Een deel van de Pakistaanse steun werd bekostigd door de cia, die ook Osama bin Laden beloonde voor zijn anticommunistische verzet. Voordat eind 2001 het Amerikaans-Afghaanse offensief losbarstte tegen de Taliban, die na de septemberaanslagen weigerden Osama bin Laden uit te leveren, kreeg de Pakistaanse president Pervez Musharraf van Washington te horen dat ook voor hem gold: wie niet voor ons is, is tegen ons. Musharraf koos eieren voor zijn geld en liet de Taliban vallen.

In de nadagen van de strijd in Afghanistan trokken Taliban- en al-Qaeda-strijders zich terug in het ondoordringbare Tora Bora-bergcomplex. Waarschijnlijk was Bin Laden bij hen. Amerikaanse commandanten legden uit dat de vijand verpletterd zou worden tussen de Amerikaans-Afghaanse hamer en het aambeeld dat aan de andere kant van de grens gevormd werd door een grote Pakistaanse troepenmacht. Maar er wás geen aambeeld. Musharraf had vlak voor het einde van de strijd om Tora Bora zijn meest betrouwbare legereenheden van de grens teruggetrokken om ze in te zetten in Kasjmir, waar een confrontatie met India dreigde nadat moslimmilitanten een aanslag op het Indiase parlement hadden gepleegd. De eenheden die overbleven waren paramilitair, en bovendien afkomstig uit de tribale gebieden. Waarschijnlijk zijn Osama bin Laden en zijn strijders langs de grens naar het zuiden getrokken en ter hoogte van Noord-Waziristan Pakistan binnengegaan.

Sinds de val van de Taliban in Afghanistan heeft Pakistan enkele keren geprobeerd met militair vertoon de stammen in het gareel te krijgen. Islamabad eiste dat zij hun steun aan de Taliban staakten en de Tsjetsjeense, Oezbeekse en Arabische al-Qaeda-strijders uitleverden die in de stamgebieden als gasten werden onthaald. Die pogingen faalden jammerlijk. Zelfs een troepenmacht van tachtigduizend man was niet genoeg. Een deel van de militairen weigerde te vechten en de overigen werden onthaald op beproefde Taliban-technieken. Hinderlagen en bermbommen maakten dagelijks slachtoffers. Net als in Afghanistan werden bijna elke nacht legerposten aangevallen.

Musharraf zag zich in september genoodzaakt om een bestand te sluiten met de stamleiders. De afspraken die zijn gemaakt, zijn bizar. De Pakistaanse overheid heeft zich bereid verklaard niet meer op te treden tegen de ‘buitenlandse gasten’ van de Taliban in Waziristan. Lees: al-Qaeda-leden. Musharraf liet enkele al-Qaeda-leden vrij en betaalde grote sommen geld aan de stamleiders  ter compensatie van het verlies aan mensenlevens en de vernietigingen die het leger had aangericht. Als tegenprestatie zouden de stammen voorkomen dat hun gebieden door Taliban-eenheden als uitvalsbasis werden gebruikt. Maar hun acties zijn juist toegenomen. Onlangs werd bij een aanval op een Amerikaanse basis in Afghanistan een van de mullahs gedood met wie Musharraf zijn septemberdeal had gesloten.

Het beetje invloed dat de Pakistaanse overheid nog in het grensgebied had, wordt stelselmatig vernietigd nu de Taliban zijn begonnen met het liquideren van stamoudsten die bereid zijn verdragen te sluiten met Islamabad. Al bijna 150 van hen zijn vermoord. Het gezagsvacuüm wordt gevuld door radicale mullahs, waarmee de Taliban nog eens duidelijk maken dat Islamabad van doen heeft met een Islamitisch Emiraat, geschoeid op Afghaanse leest, dat geen enkel wereldlijk gezag accepteert.

 

Helikopteraanval

De Verenigde Staten hebben inmiddels tot op het hoogste niveau duidelijk gemaakt dat zij desnoods zelf de kampen van de Taliban in Noord- en Zuid-Waziristan zullen aanvallen. Maar als Musharraf dat toestaat, loopt hij kans dat grote delen van het land ontvlammen in een anti-Amerikaanse jihad die hem de kop kan kosten. De VS op hun beurt beseffen dat Pakistan niet alleen een instabiel land is waar een militair regime de radicale islam en etnische verdeeldheid nog net weet te beheersen, maar dat het bovendien kernwapens bezit die in handen zouden kunnen vallen van antiwesterse extremisten. De patstelling is compleet. Onlangs opperde Musharraf langs de Durandlijn een hek te bouwen dat infiltraties moest tegengaan – een logistiek volstrekt onuitvoerbaar plan.

Dus neemt Musharraf zijn toevlucht tot luchtaanvallen. Afgelopen maandag bestookten Pakistaanse helikopters een religieuze school in Bajaur, het noordelijkste van de stammengebieden in de Fata. Daarbij vielen volgens de eerste berichten minstens tachtig doden. Militanten, zegt Islamabad, die de school gebruikten als terroristisch trainingskamp. Onschuldige studenten, zeggen ooggetuigen. De oorlogsstemming onder de Pathaanse stammen die de Taliban en al-Qaeda steunen, nadert het kookpunt.

Zelfs als het Pakistaanse leger effectief zou optreden tegen het Taliban-emiraat in Waziristan zouden de problemen nog niet voorbij zijn. Madrassa’s, de religieuze scholen waar de Taliban-leiders werden opgeleid, voeden nog jaarlijks honderdduizenden jongeren met extremisme. Met name in de tribale gebieden vormen zij de hoofdmoot van het onderwijs. De Asia Times ging in Quetta op stap met een Taliban-rekruteur die geen enkele moeite had madrassastudenten te vinden die in Afghanistan wilden vechten. En Pakistan herbergt nog steeds meer dan drie miljoen Afghanen: oorlogsvluchtelingen en hun in Pakistan geboren kinderen. Zij zijn paria’s, ze hebben geen rechten en krijgen steeds minder hulp, dus zijn velen gewillige volgelingen van de Taliban. Alleen al in de beide Waziristans wonen er vijftigduizend. Mullah Obaidullah, een commandant van lager allooi, is een van de Taliban die onder hen rekruteert. Zijn manschappen bestaan uit jongemannen uit Afghaanse vluchtelingenkampen in Pakistan. Zij krijgen elk tienduizend roepies (150 euro) om een maand lang te vechten.

Volgens de Asia Times, die over bronnen beschikt onder de Taliban in Noord-Waziristan, werken de mannen van de verdreven Taliban-leider mullah Mohammed Omar hard aan het organiseren van een ‘islamitische intifada’ in Afghanistan. Het plan is om de oude moedjahedien die streden tegen de Russen te verenigen tegen de buitenlandse troepen en de regering van president Karzai. Ook oude vijanden van de Taliban zijn welkom.

Drijvende kracht achter de intifada is Ayman al-Zawahiri, Bin Ladens rechterhand. Degenen die de besprekingen met oud-moedjahedien-commandanten voert is mullah Mehmoed Allah Haq Yar, die vloeiend Arabisch, Engels, Urdu en Pashto spreekt. De Asia Times ontmoette hem op een geheime locatie. ‘Alle Afghanen, of het nu leiders zijn of gewone mensen, zijn de Amerikaanse tirannie en de dagelijkse bombardementen zat, en daarom staan ze allemaal aan de kant van de Taliban’, vertelde Haq Yar. ‘We hebben die steun ook georganiseerd. Op instructie van mullah Mohammed Omar heb ik vorig jaar stamhoofden (in Afghanistan – jb) ontmoet en voorbereidingen getroffen voor de strijd van dit jaar. Alle stamhoofden hebben me verzekerd van hun steun. En nu is er steun – duidelijk zichtbaar voor iedereen.’

Inderdaad: deze lente en zomer werd gevochten in gebieden in Noord-, Midden-, en West-Afghanistan waar de Taliban de afgelopen vijf jaar volledig afwezig waren. Britse eenheden in Helmand dolven bijna het onderspit en de Canadezen in Kandahar komen niet meer aan opbouwwerk toe omdat ze voortdurend worden aangevallen. Alleen de Nederlanders in rustgebied Uruzgan werden gespaard. Maar hoe lang nog? In Afghanistan worden nu met grote regelmaat ‘nachtbrieven’ gevonden, in de nacht verspreide pamfletten waarin wordt opgeroepen komende lente in opstand te komen tegen de buitenlandse troepen.

Volgens de contacten van de Asia Times zijn de laatste tijd zeven grote jirga’s (volksvergaderingen) gehouden in verschillende delen van Afghanistan. Ze waren unaniem in hun oordeel: net als ten tijde van de Russische bezetting wacht Afghanistan volgend jaar een totale oorlog, voorbereid in en geleid vanuit Pakistan.

 

Dit is het eerste artikel uit een reeks over Frontlijn Pakistan


Geef een reactie so far
Plaats een reactie



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s



%d bloggers op de volgende wijze: