web[oor]log


Maandag 24 april
april 24, 2006, 10:21
Filed under: Uruzgan april 2006


Voordat we gisteren terugkeerden naar Herat, ongeveer anderhalf uur rijden, brachten we een bezoek aan de politiecommandant van het district Ghoryan. Saïd kent hem goed. Te goed, vrees ik, en hij wil hem ook maar wat graag te vriend houden. Altijd handig, toch, een politiecommandant kennen? Ik vraag me af of dit geen problemen gaat opleveren bij ons werk. “Journalist zijn is een eenzame roeping. Je kunt eigenlijk geen vrienden hebben, zeker niet onder gezagsdragers, iedereen moet je doelwit kunnen zijn”, vertelde Jan Blokker in maart, toen ik hem interviewde. Ik instrueer Marty steeds erbij te zijn als Said iets bespreekt met de commandant. We moeten weten of er zaken worden achtergehouden. In Afghanistan is de politie, ook het vernieuwde, door Duitsers opgeleide korps, zo corrupt als de neten. Het zou me niets verbazen als de politiebaas in ruil voor betaling sommige papavervelden niet vernietigt. Als dat zo is, zal Saïd zijn uiterste best doen om dat achter te houden.

De politiecommandant was bars. Hij liet niet eens thee aanrukken toen we in zijn werkkamer zaten, wat in Afghanistan zo ongeveer gelijk staat aan het bevel onmiddellijk het pand te verlaten. Nee, er was geen vernietigingsactie gepland de volgende dag. En als dat al zo was, dan zouden we niet mee mogen, want daarvoor hadden we toestemming nodig van weer een hogere commandant. Hier bleek de onschatbare waarde van Saïd. Ik probeerde het nog met een mondelinge toezegging van het Ministerie van Binnenlandse zaken, dat we meemochten op een vernietiginsmissie, en dat onze namen op een goedgekeurde lijst stonden. Het maakte geen indruk. Saïd bleef echter lachen, pakte zijn mobiele telefoon en belde iemand uit de contreien van de gouverneur van Herat. Na wat vriendelijkheden met de spreker uitgewisseld te hebben, legde Saïd het probleem uit, en gaf vervolgens de hoorn aan de politiecommandant. Het was binnen twee minuten geregeld. We mochten mee, en ja, bij nader inzien stond er toch wel iets op het programma morgenochtend. Om acht uur verzamelen op het politiebureau, om uit te rukken met een politiemacht die de papaver te lijf zou gaan.

’s Ochtends zien we de tractors al staan. Die worden gebruikt, vertelt de politiecommandant, om de papavervelden te vernietigen. Hij stuurt ze alvast op pad, omdat ze zo langzaam gaan. Wij drinken eerst thee, kijk, eindelijk welkom. De commandant vertelt dat we naar het dorp Ghaza gaan. Hij verwacht weinig tegenstand van de bevolking, want voordat er werd ingezaaid heeft hij met de oudsten van alle dorpen een afspraak gemaakt die ook op papier is gezet. Een agent haalt het document. De dorpen hebben aangegeven dat ze weten dat de commandant verplicht is hun papavervelden te vernietigen, en dat ze zich niet zullen verzetten als de vernietigingsteams zich aandienen. “Ze waren gewaarschuwd”, zegt de commandant. Voor de zekerheid gaan drie met kalasjnikovs bewapende agenten mee. Zou dat genoeg zijn om een heel bewapend dorp te weerstaan?

Onderweg naar Ghaza halen we de tractors in. We vragen ons af of die hun vernietende werk kunnen doen in het dorp. In de nederzetting van arbap Abdurrahman, waar we gisteren waren, waren de weggetjes net breed genoeg om twee naast elkaar lopende mannen door te laten. Een tractor zou er nooit doorheen kunnen, tenzij hij natuurlijk dwars door de lemen huisjes zou rijden. In dat geval gaan we getuigen zijn van een veldslag. Elke familie is hier bewapend, weten we van Abdurrahman. Desalniettemin is de stemming onder de agenten vrolijk.

In Ghaza is alles rustig. We rijden het dorp in, maar vinden het pad geblokkeerd door een berg stenen en zand. Is dit een moedwillige wegversperring, of is hier iemand bezig een muurtje te metselen? De commandant stapt uit, in zijn eentje. Hij is woest, en begint de blokken in het water te gooien van een bijna drooggevallen beekje dat langs het pad stroomt. Het begint ons te dagen: dit is weer eens zo’n Afghaanse model-gebeurtenis. De commandant wil een show opvoeren en ons een vlekkeloze papaververnietiging laten zien. Nu komt het erop aan dat we alles geven. Hier gaat iets gebeuren dat tegelijkertijd de werkelijk is en die ook verhult. Onze sensoren gaan op scherp. Ik praat fluisterend met Marty, hij is het volledig met mij eens. We moeten zo snel mogelijk onder het achterdoek doorkruipen, weg van het podium, de coulissen in.

We besluiten dat Saïd (nu eventjes) wordt ingedeeld bij de vijand. Hij is te dik met de commandant en lijkt het spelletje mee te spelen. Hij is een prima fixer, echt uitmuntend, maar hij ziet het teveel als zijn verantwoordelijkheid (hoe begrijpelijk ook) om zijn relatie met hooggeplaatsten goed te houden, terwijl wij nu juist willen weten wat zij te verbergen hebben. In dit land van opium zitten vele hoogwaardigheidsbekleders tot aan hun nek in de medeplichtigheid en de smeergelden.

Achterin het dorp komen we bij een groot stuk land. Het ligt lager dan de weg en is omgeven door een laag muurtje. De helft ervan is bebouwd met papaver. Een boertje in vuile kleding is in een van de bedden aan het werk met een sikkel. Hij wordt in zijn kraag gegrepen door de commandant en zijn bewapende agenten. Het halve dorp loopt uit, in een mum van tijd staan zeker dertig mannen met tulbanden over het muurtje te koekeloeren. Het boertje wordt niet gearresteerd, dat is regeringsbeleid. Alleen de velden worden vernietigd. Hij moet het zelf doen, de agenten staan erbij en kijken ernaar. Stengel voor stengel gaat neer onder de slag van de sikkel. Het gaat de commandant niet snel genoeg, hij banjert door het veld en begint papaverplanten uit de grond te rukken. De agenten sommeren dorpelingen om mee te helpen, er worden sikkels gehaald, in een mum van tijd is het bed vernietigd. De andere helft van het land behoort toe aan een andere boer. Hij wordt van huis gehaald door twee agenten. Ze komen met hem aanlopen, tussen hen in, hun kalasjnikovs losjes bungelend over de schouder, één agent houdt hem bij de elleboog en duwt hem voort. Hij wil niet, maar hij moet. De menigte groeit. De mannen zijn niet vijandig, ze lachen wat. Het is alsof ze weten dat het bij dit veldje zal blijven. In nog geen tien minuten is ook dit boertje zijn jaarinkomen kwijt.

Er staan nog zeker 3 djerips papaver (4 djerip is een hectare) hard bloeiend overeind, meer dan de helft van het totale veld. Die worden niet aangeraakt. “We vernietigen per keer eenderde van de velden”, vertelt de commandant, “om de mensen wat lucht te geven.” Maar de oogst is al over een ruime week, wanneer komt hij dan hier terug? Daar heeft hij geen antwoord op. “Desnoods laten we versterkingen aanrukken uit een ander district”, zegt hij. “Die hebben het zelf veel te druk”, mompelt een dorpeling. Marty kan zijn lachen bijna niet bewaren. “Of we betalen de dorpelingen om het zelf te doen”, zegt de commandant bars. Zijn ogen zoeken de mompelaar. Marty vertaalt en zegt vervolgens tegen me: wie gaat dat betalen? Ik vraag het aan de commandant. Hij maakt een zwaai met zijn arm. “Dat is hun probleem, daar in Herat. De gouverneur moet het maar oplossen.” Hij wil dat we inrukken en teruggaan naar het bureau. Waar zijn die tractors van u eigenlijk gebleven, vragen we. “Die konden niet het dorp in”, antwoordt hij. Nu is hij echt pissig. Zijn humeur wordt nóg grondiger verpest als Marty hem zo beleefd mogelijk, met veel handenschudden en breed gelach, duidelijk maakt dat óns werk nu pas begint. Want wat vinden de dorpelingen hier eigenlijk van, en de arbap, de dorpsoudste?

Tussen de bedrijven door was het ons al opgevallen dat de twee boertjes die hun oogst verloren, arme mannen waren. Sommige van de mannen die grinnikend stonden toe te kijken, waren veel beter gekleed. Iedereen die Marty en ik aanspraken, had land. Op de vraag of ze ook papaver verbouwden werd gelachen. Eén boer keek verbaasd en zei; wat anders? Zou het soms zo zijn dat de arbap, die ons bezweert dat hij geen papavervelden heeft, twee machteloze keuterboertjes laat opknopen om zo zelf goed weg te komen? Hij is degene, vertelde de commandant, die bepaalt wiens velden eraangaan in de ‘eerste ronde’. Als hij grotere papaverboeren zou aanwijzen, zou dat wel eens kunnen uitlopen op sociaal gewoel, wat zijn positie kan ondergraven. Er is maar één manier om dit uit te zoeken: de agenten moeten weg, en Saïd onschadelijk gemaakt, zodat Marty en ik ongestoord kunnen praten met het boertje van wie het land als eerste werd omgewoeld. We hebben inmiddels uitgevonden waar hij woont. We bedanken de commandant uitvoerig en maken duidelijk dat we niet met hem mee teruggaan. Hij accepteert het, wat kan hij anders? We vallen niet onder zijn bevel. Maar hij laat wel twee agenten achter. Die gaan gelukkig ogenblikkelijk aan de groene thee met een paar bewoners. Nu Saïd nog, die wel aan ons lijkt vastgekleefd. Het vertrek van zijn vriend de commandant brengt hem een beetje in verwarring.

Daar maken we gebruik van. We zonderen ons wat af, terwijl Jeroen Saïd tussen boertjes zet, om hem eens goed te portretteren. Dat gaat natuurlijk niet zomaar. Jeroen speelt zijn rol met glans. Saïd moet een stapje naar voren, een beetje meer naar links, toch wat naar achteren, niet lachen, wel lachen, kin wat omhoog, niet in de lens kijken….nee, wél in de lens kijken! Inmiddels zijn Marty en ik over een muurtje geklommen en begeven we ons naar het huisje van de arme boer. Saïd heeft niks in de gaten. Als we na bijna veertig minuten terugkeren, zit Jeroen onder het zweet. Het is hem gelukt Saïd volledig af te leiden, dat was hard werken.

Ik ben tevreden, professioneel gezien, maar ook uitermate sjagerijnig over wat ik gehoord heb. Dus zo gaat dat hier. Lees het op 17 mei, in de Groene Amsterdammer. © tekst Joeri Boom en foto’s Jeroen Oerlemans / De Groene Amsterdammer

Advertenties

Geef een reactie so far
Plaats een reactie



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s



%d bloggers liken dit: