web[oor]log


Vrijdag 21 april
april 21, 2006, 10:18
Filed under: Uruzgan april 2006

“Waarom zorgen jullie niet dat de vraag bij jullie thuis afneemt? Waarom moeten jullie ons hebben? Wij voorzien in jullie behoefte, omdat wij daarvan kunnen leven.”

De man die zo even het spreekgestoelte heeft bestegen, begon rustig. Net als eerdere sprekers dankte hij God, dé God, zoals Allah letterlijk vertaald moet worden, en smeekte hij Zijn genade af. Binnen twee minuten, echter, ontvlamde zijn verhaal in emotionele uithalen en verbale explosies. De man is door de bevolking van een groep dorpen aangesteld om hen te vertegenwoordigen hier in Herat. We wonen een bijeenkomst bij van Senlis Council. De organisatie heeft vertegenwoordigers van  opiumverbouwende dorpen in de provincie uitgenodigd om haar project toe te lichten. Legaliseer de opiumproductie in Afghanistan en maak er medicijnen van, in plaats van hele dorpen in het verderf te storten met het vernietigen van hun papavervelden, en zo de Taliban aan verbitterde rekruten te helpen die wraak willen nemen op de regering die hen aan de bedelstaf bracht. De spreker voelt wel voor het plan van Senlis Council, maar hij wil gezegd hebben dat het probleem de nuttiging is van het eindproduct in het Westen, en daar heeft Afghanistan niets mee te maken.

Dat is niet waar. Ondanks de vernietiging van grote arealen papaver, neemt de verbouw snel toe. Dat komt niet door een stijgende vraag naar heroïne in het Westen (die stijgt nauwelijks), maar door snel groeiend opiumgebruik in de Afghaanse regio. Met name in Iran gaat het hard bergafwaarts. Daar gebruikt volgens schattingen al 40% van de bevolking in meer of mindere mate opium. Opium en zijn derivaten (morphine, heroïne) zijn zeer verslavend. “Rook vijf dagen een opiumpijp”, vertelde een bevriende Spaanse fotograaf ons vorig jaar, “en als je er in één klap mee ophoudt, voel je je zo ziek als een hond”. Hij kon het weten. In Iran had hij eens een pijpje geprobeerd van die mystieke drug. Dat smaakte naar meer. Vijf dagen later liep hij rillende rond in Kaboel, zonder opium op zak. Hij schrok zich rot, besloot zich er niet meer aan te wagen en waarschuwt sindsdien elke Afghanistan-ganger dat eveneens niet te doen. Je zou hier makkelijk in de verleiding kunnen komen. Het land is vergeven van de opium. Ook de Afghanen zelf gebruiken steeds meer. Niet alleen op de traditionele manier, als pijnstillend en kalmerend ‘medicijn’ in miniscule doses, maar ook als ontsnappingsroes uit de ellende van armoede en geweld. Een steeds groter gedeelte van de Afghaanse oogst wordt opgebruikt in eigen land. Vorig jaar spraken we met vrouwen in burka, in een afkickkliniek, zwaar verslaafd. Er dreigt nu, net als in Iran, een hiv-explosie door het gebruik van vuile naalden, want ook heroïne, dat een veel sterkere werking heeft dan opium, is hier in opkomst.

De vele sprekers roeren het binnenlandse probleem niet aan. Afghanen hebben er een handje van hun ellende iets te makkelijk te wijten aan krachten buiten henzelf. Het zijn Pakistan en in mindere mate Iran, de machtige buurlanden, die de schuld krijgen van Afghaanse ellende. Dat de Afghanen er onderling lustig op los moordden in de burgeroorlog die woedde van 1993 tot 1996, zou te wijten zijn aan ‘krachten die Afghanistan willen destabiliseren’. Er zit iets in – met name Pakistan heeft belang bij een verdeeld en zwak Afghanistan – maar dat verklaart niet de ongelooflijke moordpartijen die Hazara’s, Tadzjieken, Pashtuns en Oezbeken onder elkaar aanrichtten. Vorig jaar vertelde een Afghaanse regisseur die voor de Taliban was gevlucht en nu voor het eerst weer terug was, hoe willekeurig mensen in Kaboel door moedjahedien werden opgepakt en gemarteld. Zijn zus werd aangehouden bij een checkpoint van een Hazara-militie. Ze dacht dat haar laatste uur geslagen had, maar ze mocht gaan, en kreeg zelfs een zak vlees mee, voor haar kinderen. Toen ze het vlees thuis wilde bereiden, bleek het te bestaan uit afgesneden vrouwenborsten. “Dat was toen, nu is het beter”, zei hij, alsof hij ons gerust wilde stellen.

Alle dorpshoofden steunen het legaliseringsidee. Er moet iets gebeuren, vindt iedereen, want zonder papaver kunnen de boeren niet zelfstandig overleven. Dan zullen ze afhankelijk zijn van regeringssteun (papaver levert veel meer op dan andere gewassen) en de regering, die is niet te vertrouwen, menen ze, net zo min als de internationale gemeenschap. “Karzai en de buitenlanders hebben van alles beloofd. Ze zouden ons alternatieve gewassen bieden en zorgen dat we daar een goede prijs voor kregen. Maar wat ze doen is onze papaver vernietigen zonder dat we er iets voor terug krijgen. Wat kunnen mijn mensen anders doen dan volgend jaar wéér afspraken maken met de opiumhandelaren en papaver inzaaien?” Menigeen vindt dan ook dat de legalisering een Afghaans project moet zijn, en niet van buitenaf gestuurd moet worden. Dat vindt Senlis Council ook, maar vooralsnog vindt ze alleen gehoor bij de arme boeren, niet bij de regering. Althans, officieel. Officieus is er interesse in het plan. President Karzai ondertekende een wet die het op termijn mogelijk maakt dat de regering opium opkoopt. Maar Groot-Brittannië en de VS, die de Afghaanse drugsbestrijding leiden, willen daar niets van weten. De Afghaanse regering houdt zich gedeist, bang de miljoenen dollars te verliezen die alleen al in de vernietigingscampange gaan zitten, en onder meer gebruikt worden om de politietroepen te bewapenen en op te leiden.

Steun aan de basis, tegenwerking aan de top, dat is de realiteit waar Senlis Council mee te maken heeft. De organisatie zegt te willen leren van de opmerkingen van boerenleiders verspreid over het land op door haar belegde voorlichtingsbijeenkomsten. De aanwezigen krijgen een reisvergoeding van tien dollar. Ze worden voorafgaand aan de bijeenkomsten benaderd door lokale Senlis Council-medewerkers.

SC mag graag propageren dat ze zich bezighoudt met wetenschappelijke bestudering van de mogelijkheden voor legalisering, ze voert wel degelijk ook een propagandastrijd met de regering, ten einde zoveel mogelijk steun te verwerven, óók in het parlement. De strijd is zwaar. SC knokt niet alleen tegen beeldvorming, maar ook tegen keiharde belangen. Wat is haar belang eigenlijk? Dat moet uitgezocht, maar voorlopig richten we ons op de Afghaanse opiumboeren en de overheid. De illegale opiumeconomie van Afghanistan is al ongeveer even groot als de legale staatshuishouding. Politiecommandanten, districtshoofden en gouverneurs verdienen aan de opium, dat is geen geheim. In het parlement, de Wolesi Jirga die in oktober werd gekozen en nog maar net geïnstalleerd is, zitten mensen die hun fortuin hebben vergaard met drugs. Deze week werd de minister van Binnenlandse Zaken door enkele parlementsleden gesommeerd de namen te noemen van de parlementariërs die van grootschalige opiumhandel verdacht worden. Hij weigerde.

Op de bijeenkomst stelt een man in een net blauw pak met een getrimd baardje lastige vragen. Hoe moet gecontroleerd worden dat er geen opium wordt geleverd aan criminelen? Hoe hoog wordt de prijs van de medicinale opium? “Dat is er een van het inlichtingenministerie”, zegt Gerrit grinnikend. “Hij is de enige die ons niet verteld heeft wie hij is en wat hij hier doet. Ze komen altijd, bij elke bijeenkomst in de regio die we houden.” De inlichtingendienst houden de grote smokkelnetwerken in de gaten, vertelt Gerrit. Vaak wordt gespeculeerd dat er niet effectief wordt opgetreden, omdat de dienst daarmee een belangrijke inkomstenbron zou mislopen. De grote dealers moeten flink voor hun vrijwaring betalen.

De bijeenkomst van Senlis Council begon alleraardigst. Gerrits Zuidafrikaanse makker kwam binnenlopen met een langwerpige hoes die nogal zwaar leek. Zo een waar je een scherpschuttersgeweer in vervoert. Hij keek me grijnzend aan, en streek over zijn vervaarlijke, vlassige puntbaard. Toen opende hij langzaam de ritssluiting. Uit de hoes kwam een standaard tevoorschijn. Voor een camera. Hij heeft de hele bijeenkomst gefilmd.

Het gespeech werd gesmoord met een Afghaanse schranslunch – rijst, vlees-aan-het-bot, brood en wat groentenprut. Vervolgens togen de vertegenwoordigers terug naar hun dorpen. Tien dollar, een volle maag en een infomap van Senlis Council rijker. Nu is het de beurt aan de lokale journalisten. Ze bestoken Guillaume Fournier, de Afghanistan-directeur van Senlis met kritische vragen. Er zijn veel journalisten, van zeker vier dagbladen en twee tv-stations. SC zal veel aandacht krijgen, en dat is precies wat ze wil.


’s Middags gaan we weer op strooptocht in Herat. Je weet nooit wat je tegenkomt, wandelend door de drukke straten. We zijn nog geen vijftig meter van het hotel verwijderd of we horen ‘Sir, sir!’ Er komt een jongen op ons afgerend. Hij vraagt of we journalisten zijn. Hij heeft een boek onder zijn arm, Modern Journalism staat erop. Zijn Engels is uitstekend, we raken aan de praat, over het vak, over wat wij in Herat doen en over wat hij wil met zijn leven, terwijl we rustig verder wandelen. Hij heet Abdul Matin en wordt door ons al snel ‘Marty’ gedoopt. Marty is 25 jaar en wil politicus worden, daarom studeert hij journalistiek aan de universiteit van Herat. “Ik wil als journalist het land leren kennen en de Afghanen leren dat we het nu zélf voor het zeggen hebben. Als ik eenmaal bekend ben, ga ik de politiek in. Ik wil mijn land tot bloei brengen.” Marty gelooft heilig in democratie, maar, zegt hij, het probleem is dat nog te weinig mensen weten hoeveel macht ze nu hebben als stemgerechtigde Afghaan. De Afghanen hebben inmiddels een president, een parlement en districtsraden gekozen.  Marty is afkomstig uit de arme noordelijke provincie Samingan. Daar werkte hij als tolk voor verschillende hulporganisaties. In Herat maakte hij een plan om de jeugd van Samingan te democratiseren. “Je kunt heel makkelijk een kort vak opnemen in het lesprogramma. Die lessen laat je geven door Afghanen die voor westerse organisaties werken, of gewerkt hebben. Je laat hen vertellen over hun ervaringen en over hoe het polieke nu systeem werkt. Je moet mensen opvoeden in democratie.” In zeven maanden zouden zo alle scholen zeven weken lang een lesprogramma Democratie kunnen bieden aan hun leerlingen. Nu is hij bezig een organisatie bereid te vinden het programma te financieren. Marty is een bedrijvig baasje.


Ik noteer zijn telefoonnummer, want ik wil deze jongen als tolk. Hij is slim, eigenwijs en niet bang me tegen te spreken. Een gouden combinatie. Veel tolken doen maar wat met de vraag die je vertaald wilt hebben. Het gebeurt vaak dat ik een simpele vraag stel, die vervolgens vertaald wordt in een lang verhaal, waar een zeer uitvoerig antwoord op komt. Vervolgens kijkt mijn vertaler me aan en zegt: ‘He says yes’. Marty zou ons van dienst kunnen zijn als we morgen naar een district in de provincie Herat reizen die grenst aan de Iraanse grens. Daar wordt veel papaver verbouwd, weten we. We willen spreken met de boeren en hun leiders. Als het even meezit, hopen we mee te maken hoe de overheid papavervelden vernietigt en wat de reactie is van de getroffen dorpsbewoners. Zouden die echt iets zien in legalisering? Het plan is om te werken met de stringer van Senlis Councel, Said. Hij is de man achter de SC-bijeenkomst van vanmorgen. We hadden al snel in de gaten dat hij degene is die de regio heeft afgereisd en alle dorpsvertegenwoordigers lekker heeft gemaakt om naar Herat te komen en aan te horen wat Senlis Council wil. Hopelijk wil hij voor ons werken en ons in contact brengen met de juiste mensen.

’s Avonds hebben we een gesprek met Said. We moeten zaken met hem doen, maar dat gaat hier minder direct dan in Nederland. Zodra de betaling aan de orde komt, klapt de Afghaan dicht. Zegt-ie: Betaal me maar wat je wilt. Dat hebben we één keer gedaan en dat beviel heel slecht. Want wat wij wilden betalen, bleek niet wat de desbetreffende tolk in gedachten had. Ingewikkeld, want ons budget valt in de categorie  schoenveter. Dus hebben we besloten niet mee te gaan in deze Afghaanse cultuurkronkel. Als we in zee willen gaan met iemand, dan bepalen we vooraf de prijs. Said spreekt nauwelijks Engels, en Marty is aan het studeren. Dus zijn Jan Jailani en Almas Bawar, twee Afghaanse medewerkers van Senlis Council die prima Engels spreken, erbij. Je zou niet zegggen dat we het over zaken hebben. Er wordt veel gelachen en geouwehoerd over heel andere dingen. Over sigaretten, over de sharia, over vroeger en over cultuurverschil. Uiteindelijk rolt er zomaar opeens een prijs uit de bus en hebben we zowaar een programma in elkaar gedraaid. We gaan twee dagen op pad, het platteland op. We bekijken nog of we in een dorp overnachten of teruggaan naar Herat. We zullen maximaal zestig kilometer van de stad verwijderd zijn en in tegenstelling tot vrijwel overal elders in Afghanistan is hier een prima snelweg, richting de Iraanse grens. We hoeven geen wapens mee, zegt Jan. Het is hier redelijk veilig. Maar mochten we naar minder veilige gebieden willen, dan kan hij, Jan, wel kalasjnikovs voor ons regelen. Jeroen en ik kijken elkaar aan: we weten dat het geen zin heeft hem aan zijn verstand te peuteren dat een journalist geen wapens hanteert. Dus bedanken we hem hartelijk en zeggen we dat we zijn aanbod indachtig zullen blijven.

Ik bel Marty. Hij reageert enthousiast. We hebben een tolk, we hebben een stringer met uitstekende contacten en kennis van de regio, er wordt een terreinwagen geregeld. Nu nog de juiste mensen ontmoeten en op het goede moment op de goede plek zijn. We kunnen pas overmorgen op stap, omdat Said nog moet werken voor de Senlis Council. Said vertrekt, hij gaat vroeg slapen. Aangezien wij morgen een rustig dagje hebben, kunnen we best even door.


We raken aan de praat met Jan. Hij is de zoon van een van de ondercommandanten van de legendarische leider van de Noordelijke Alliantie, Ahmed Shah Massood. Al-Qaeda en de Taliban probeerden uit alle macht de Pansjir-vallei te veroveren waar Massoods mannen zich hadden verschanst. Het lukte ze niet. Tegelijkertijd was de Noordelijke Alliantie niet sterk genoeg voor een tegenoffensief. Al-Qaeda en de Talibs probeerden de patstelling te doorbreken door terreuraanslagen uit te voeren op de leiders van de Alliantie. Massood werd opgeblazen door twee zelfmoordterroristen die Belgische paspoorten lieten zien en claimden dat ze werkten voor de Belgische televisie. In hun camera hadden ze een bom verborgen. Ook Jans vader was een doelwit. Op een ochtend opende Jan de deur voor hem, die geboobytrapt bleek. In de explosie verloor zijn vader een been, Jan was als door een wonder ongedeerd. Jan is een vechtersbaas. Dat zie je aan zijn kop. Hij begon bij Senlis Council als beveiliger. Hij laat foto’s zien van een trip naar de gevaarlijke provincie Helmand in het zuiden. Jan met kalasjnikov. Hij maakte foto’s van Taliban: mannen met zwarte tulbanden, één kijkt strak en dreigend in de lens. Jan is niet snel bang. Bij een raketaanval op het huis van zijn familie vielen 12 doden. Weer ontsnapte hij aan de dood. In totaal sneuvelden 16 familieleden. Je zou het haast vergeten, want de mensen in Afghanistan zijn vriendelijk, werken hard en zien de toekomst met vertrouwen tegemoet, maar dit land is heel hard geraakt. Nog altijd is hier de levensverwachting heel laag, slechts 43 jaar. Vier jaar bemoeienis van westerse regeringen en hulporganisaties hebben daarin nauwelijks verbetering gebracht, zo diep is hier de armoede.

Ik ga me niet eens afvragen hoe Nederlanders, verwende kleinzerige zeurpieten, zich zouden houden na bijna dertig jaar oorlog. Dat leer je wel af na acht jaar reizen naar oorlogsgebieden. Dit is een andere wereld die niets te maken heeft met mijn wereld thuis. Als ik op reis ga, dan schort ik thuis even op. Kom ik thuis, dan schud ik die andere wereld, die voor velen onvoorstelbaar is, van me af, als een natte hond de druppels van zijn vacht.

Ik weet het, het opdelen van de wereld in Thuis en Verwegistan heeft met de werkelijkheid niets te maken. Het is maar een manier om mezelf te beschermen.. We kunnen er niet aan ontkomen, er zijn geen grenzen meer: de wereld is één en ondeelbaar. Oorlog hier raakt ons, oorlogsonkundigen, thuis. Dat is een uitvloeisel van de Universele Rechten van de Mens (en dat Nederland die serieus neemt), de wereldwijde bemoeienis van de Verenigde Staten (en dat Nederland een bondgenoot is, soms tegen wil en dank, omdat ze dezelfde belangen heeft), en de toegenomen bereidheid om de Nederlandse krijgsmacht in te zetten in body bag-gebieden. Srebrenica, Zuid-Irak, Uruzgan.  Hun oorlog, onze oorlog. Jeroen en ik vinden: als Nederland in Uruzgan kan doen wat ze zich heeft voorgenomen – met zwaar bewapende militairen stabiliteit bieden, zodat er gewerkt kan worden aan een verbetering van de levenssituatie van de Afghanen – dan is dit een prima missie. Helaas ziet het er naar uit dat Nederland vooral de rotzooi zal moeten opruimen die de Amerikanen, die om de bevolking niet malen en vooral op terroristenjacht zijn, hebben achtergelaten. Vast staat dat er gesneuveld gaat worden. De Canadezen, die het een stuk beter voor hebben met de bevolking, hebben in Afghanistan al 11 man verloren. Hun krijgsmacht is niet veel groter dan de onze. Wat de missie Nederland ook zal brengen, Verwegistan is tenminste even Nederland geworden. Is dat niet precies wat wij  beogen met onze reizen?

(Dit is wat gebeurt als je te diep in de nacht werkt aan je weblog: je gaat mijmeren, vraagt je af waarom je hier bent en niet lekker veilig thuis. Misschien heb ik hierboven de vraag beantwoord. Misschien is het antwoord morgen weer anders. Misschien ga ik me deze vraag helemaal niet meer stellen. Misschien doen wij gewoon Ons Werk. Ik ga de broodnodige nachtrust genieten, zoveel is zeker.) © tekst Joeri Boom en foto’s Jeroen Oerlemans / De Groene Amsterdammer

Advertenties

1 reactie so far
Plaats een reactie

i’m from herat
but now i’m in belgiem
almos 3years
i miss herat

Reactie door mehdi




Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s



%d bloggers liken dit: