web[oor]log


Correspondent in oververhit India
juli 7, 2012, 20:17
Filed under: weboorlog

(NRC Handelsblad, vrijdag 6 juli 2012)

De Indiase hoofdstad New Delhi raakt oververhit. De 17 miljoen inwoners snakken naar regen. Al twee maanden trotseren ze extreem hoge temperaturen. Stroomstoringen en een gebrek aan leidingwater maken de situatie extra explosief.

Maandag braken op verschillende plaatsen in de aan Delhi grenzende deelstaat Haryana rellen uit. In zeker zeven steden werd personeel van elektriciteitsbedrijven in elkaar geslagen, gegijzeld, opgesloten en bedreigd. Op sommige plekken in Haryana was ruim 20 uur achtereen geen stroom. Dinsdagnacht waren er rellen in een voorstad van New Delhi, 30 kilometer van ons huis. Meer dan tweehonderd Indiërs die de hele nacht geen stroom kregen vielen personeel aan van transformatorstations. Ze waren woedend omdat ze de hitte niet konden verdrijven met ventilatoren en airconditioners.

Het hoort nu te regenen dat het giet. Maar het is onveranderd zonnig en bloedheet. Het was laatst 46 graden met een minimumtemperatuur van 40 graden ’s nachts. De moesson is meer dan een week te laat. De regens kruipen langzaam op naar de hoofdstad. Te langzaam, kreunen de inwoners van de stad.

De moesson kan het leven voor veel Indiërs op zijn kop zetten. De beelden van watervlaktes waar eens dorpen waren keren vrijwel jaarlijks terug. Ook nu weer zijn er grote overstromingen in Bangladesh (95 doden) en het noordoosten van India (ruim 80 doden). Maar ook een vertraagde moesson ontregelt het leven. Zo worden in veel ziekenhuizen wegens water- en stroomgebrek alleen nog spoedeisende operaties uitgevoerd.

Als ik, toch enigszins bezorgd, Indiërs vraag naar hun moessonervaringen, lichten hun ogen op. Ze spreken van verkoeling. Van dorst die gelest wordt, van leven dat terugkeert. Alleen bij een arts uit Lucknow maakt de gelukzalige flits snel plaats voor een bezorgde blik. „De moesson brengt ziektes”, zegt ze. „Muggen verspreiden dengue en malaria.” Ze werkt in een overheidsziekenhuis. Daar komen de armste mensen die vaak als eersten worden getroffen. Ze ziet er vrijwel elke moesson gevallen van cholera. Hoe hard India ook moderniseert, teveel mensen wassen zich nog altijd in water waar ook de riolering op loost.

Maar over overstromingen en gevaarlijke ziektes hoor je de bewoners van New Delhi niet. Voor hen betekent de regen nu: verlossing. De watercrisis wordt verergerd door de late moesson. Met de bewoners van ons huis trekken we geregeld de portemonnee om een watertankwagen te laten komen. Elke keer is de literprijs hoger. Wie dat niet kan betalen moet vaak meer dan een dag wachten voor er water door de leidingen stroomt. Veel arme Indiërs drinken het slecht gezuiverde leidingwater.

De late moesson verergert ook het stroomtekort. Waterkrachtcentrales hebben te weinig vermogen om de kolencentrales die het leeuwendeel van India’s stroomproductie leveren, bij te staan. Door de hitte schiet bovendien het elektriciteitsverbruik omhoog: de groeiende middenklasse schaft massaal stroom vretende airconditioners aan. Bij de bovenbuurvrouw boren twee mannen gaten in de muur voor de luchtinlaat van haar glimmend nieuwe airco’s.

Tot overmaat van ramp lijkt de moesson dit jaar bovendien minder krachtig. De regenval elders in India is tot nu toe ruim 30 procent lager dan normaal, waardoor minder rijst, graan en oliezaad wordt aangeplant. Sommige fabrieken moeten tijdelijk de productie stilleggen door een tekort aan koel- en afvoerwater. De late moesson dempt de economische verwachtingen, drukt de beurskoersen en heeft een nadelig effect op de koers van de rupee. Net nu die zich een beetje leek te herstellen.



Verherbouwd en verhuisd, maar nog steeds open
juni 30, 2012, 21:20
Filed under: weboorlog | Tags: , , , , ,

Web[oor]log is gesloten. Of eigenlijk: web[oor]log is achter een andere locomotief gehangen. Vanaf nu heet mijn blog In Zuid-Azië. Je vindt het hier. En het gaat nog steeds over hetzelfde: journalistiek. En dan om precies te zijn: mijn journalistiek; over hoe ik me telkens weer naar een artikel worstel.

Net als web[oor]log is In Zuid-Azië een open keuken. Je kunt er rustig in pruttelende potten en pannen kijken om te zien of het je bevalt what’s cooking.

Mijn situatie is veranderd. Toen ik web[oor]log maakte, opereerde ik vanuit Nederland. Daarvandaan maakte ik, meestal met fotograaf Jeroen Oerlemans, reizen naar oorlogsgebieden. In web[oor]log kon je lezen welke zeven sloten we moesten vermijden om niet terug te komen met zinloze propagandaverhalen.

Sinds april 2012 woon ik niet meer in Nederland, maar in New Delhi, India. Ik ben nu correspondent. Vooral voor NRC, en ook een beetje voor RTL Nieuws en RTL Z.

De web[oorlog]posts zijn nog steeds te lezen. Scrol naar beneden en je vindt ze vanzelf. Of gebruik de search-balk en zoek op “weboorlog”, “Afghanistan”, “Uruzgan” of “Libanon”.

Ik gebruik In Zuid-Azië ook artikelen te plaatsen die ik eerder publiceerde in NRC Handelsblad of nrc.next. Om echt goed op de hoogte te blijven van wat er in Zuid-Azië speelt moet je natuurlijk gewoon die kranten betaald lezen. Of dacht je soms dat ik al die informatie cadeau kreeg en het na twee keer knipperen met mijn ogen keurig geknipt en geschoren in de krant stond?

Bedankt voor je bezoek.

Breng me NU naar In Zuid-Azië, Joeri’s verherbouwde open keuken.



Horoscoop
januari 18, 2012, 20:58
Filed under: India

Afbeelding

Het is geen nieuws meer: ik word de nieuwe India/Pakistan-correspondent voor NRC Handelsblad. Ik begin op 1 april. Geen geintje.

Dat betekent dat ik vertrek als redacteur van De Groene Amsterdammer, waar ik vanaf 1995 heb gewerkt. Eerst als stagiair, toen als freelancer en vanaf februari 1998 als redacteur in vaste dienst. Ik heb een geweldige tijd gehad bij De Groene en – het is nog geen april – ik heb het er nog steeds zeer naar mijn zin.

Onze inzet wordt nu eindelijk beloond: de oplage van de Groene Amsterdammer stijgt, met name dankzij onze doorwrochte artikelen, waarin we geen concessies doen aan de Volkskrant-magazine-middelmaat die inmiddels de tijdschriftenwereld terroriseert. Invoelende ego-reportages, semi-arti photo shoots en de onvermijdelijke interviews met bekende Nederlanders – toon: ietwat bijdehand, wat tegenwoordig doorgaat voor ‘journalistiek’ – hebben de nadenkende stukken die je vroeger nog wel eens in de overige opinieweekbladen aantrof, verdrongen.

Een pijnlijke misrekening, zo blijkt. Op vervlakking zit geen lezer te wachten in deze zware tijd, die schreeuwt om duiding en reflectie. De oplages van onze collega-opinieweekbladen hollen dan ook gillend achteruit, waar wij gestaag stijgen. Toen ik als stagiair bij De Groene begon, zakte de oplage langzaam naar de zestienduizend, nu naderen we de twintigduizend. Sinds dit trimester zijn we niet langer het kleinste opinieweekblad. Wij zijn HP/De Tijd voorbij. Wij redden De Gids, ons illustere oudere broertje, van de ondergang. Wij staan op de kaart van Dichtend & Denkend Nederland, en wij zijn geen vaag stipje meer.

Wij. Straks is dat ‘zij’. Dat voelt vreemd. Jarenlang hebben we bij de redactie van De Groene Amsterdammer onze vruchten voorzichtig laten rijpen, en nu ze zich gretig laten plukken ga ik weg. Waarom?

Het heeft denk ik iets te maken met de stand van planeten, met het langs scheren van kometen en het uitdijen van zonnestelsels. Met andere woorden: er kwam opeens zoveel goeds samen, dat ik wel móest. Bij mijn geliefde Groene staat alles onwankelbaar op de rails, er is een sublieme redactie, inclusief fotoredactie en vormgeving, geleid door een geweldige hoofdredacteur en ondersteund door een doorgewinterd uitgeversbedrijf, bestaande uit een gesmeerde administratie, een hoog scorende advertentieafdeling en een majeure telefonische acquisitiesectie, ressorterend onder een immer dieselende uitgever/directeur. Bovendien heb ik door de jaren heen bij De Groene zo’n beetje alles op mijn vakgebied kunnen doen wat mijn hartje begeerde, met als favorieten onderzoeksjournalistiek en oorlogsverslaggeving. Daarin heb ik misschien wel – zeg ik maar even onbescheiden – mijn sporen verdiend (Gouden Pennetje 1997, met Sander Pleij; nominaties voor De Tegel 2008; Dick Scherpenzeelprijs 2011). Ik publiceerde twee boeken, dook in talloze onderwerpen en maakte menig verre reis. Eén droom had ik nog: pionier-verkenner zijn van een gezaghebbend dagblad in liefst lastig gebied. Toen ik de kans kreeg het NRC-correspondentschap voor Zuid-Azië in de wacht te slepen, dicht bij mijn geliefde Afghanistan, met inbegrip van het immer roerige, fascinerende Pakistan, kon ik niet op mijn handen blijven zitten. Standplaats New Delhi, een plek die geschikt is voor ons jonge gezin, een plek die bovendien siddert van de prachtige verhalen.

Goed nieuws voor mijn trouwe lezers: ik zal naast mijn werk voor NRC ook zo nu en dan voor De Groene schrijven. Het gekoesterde weekblad zal nooit ver weg zijn. Als ik in april met het NRC-correspondentschap begin, heb ik enkele gewaardeerde oud-Groene-collega’s weer terug. Pieter van Os (politiek redacteur bij NRC), Peter Vermaas (NRC-correspondent Zuidelijk Afrika) en natuurlijk Hubert Smeets, oud-Rusland-correspondent voor NRC, ex-Groene hoofdredacteur en nu opnieuw mijn collega, als NRC-commentator. “Joeri, jongen, moet je niet eens proberen ergens correspondent te worden?”, vroeg hij me meermaals, toen hij de Groene-redactie leidde. Het was niet dat hij me weg wilde hebben, verzekerde hij me, als ik hem wantrouwend aankeek. Het was iets met planeten, zonnestelsels en kometen, zei hij dan grijnzend, in onnavolgbaar Smeetsiaans.

Dus hier ben ik. In New Delhi. Samen met Marte (die vanuit Delhi stug blijft doorschrijven voor NRC Next, Linda, Happyness en al die andere prachtbladen, en me wat had aangedaan als ik niet had gesolliciteerd) op zoek naar een huis waar we goed kunnen leven met onze twee dochtertjes. Dat huis lijken we al na één middag gevonden te hebben.

Maar daarover later meer.

 



Joeri op de buis
oktober 4, 2010, 00:39
Filed under: weboorlog

Zondag 3 oktober – Boeken van de VPRO, met Wim Brands

Joeri met filosoof Marc De Kessel en presentator/dichter Wim Brands

klik hier of op de foto om direct naar de vid van de uitzending te gaan.



De inkomsten van een krijgsheer
oktober 3, 2010, 13:14
Filed under: weboorlog

De inkomsten van een krijgsheer

‘Hoeveel verdient die krijgsheer, per maand?’, vroeg Wim Brands tijdens de televisieopnamen van zijn programma Boeken. Het programma is semi-live: in de opnamen wordt niet geknipt.

Krijgsheer Matiullah Khan toont een foto waarop hij poseert met enkele van zijn mannen en een Amerikaanse special forces-eenheid. Matiullah ontleent zijn macht aan Amerikaanse steun. De Amerikanen knijpen een oogje toe bij Matiullahs omgang met de mensenrechten in Uruzgan. FOTO COPYRIGHT: JEROEN OERLEMANS

‘Dat weten we niet precies, maar ik denk wel ongeveer een miljoen dollar’, zei ik. ‘Hij beschermt konvooien. Soms krijgt hij wel 17.000 dollar per vrachtwagen.’

De vraag overviel me een beetje. Na de uitzending ben ik eens rustig gaan rekenen. Ik zat iets Lees verder



ex-SAS-er Andy McNab in gesprek met oorlogsjournalist Joeri Boom
oktober 2, 2010, 03:45
Filed under: weboorlog

‘Twee van mijn ex-SAS vrienden pleegden zelfmoord’

Voor nu.nl interviewde ik de Britse ex-commando Andy McNab. Hij werd beroemd met zijn boek Bravo Two Zero (1994), waarin hij beschrijft hoe in 1991 zijn geheime eenheid in de Irakese woestijn wordt ontdekt. Drie leden van zijn ploeg werden gedood. Zelf werd hij weken lang gemarteld. Inmiddels heeft hij 24 (!) boeken op zijn naam staan. ‘Maar ik ben nog steeds in hart en nieren een soldaat’.

De leden van de Bravo Two Zero-patrouille. Drie van de mannen zonder balkje voor hun gezicht zijn gesneuveld. McNab zit in het midden, vooraan.

Lees verder



“Als een nacht met duizend sterren”
september 23, 2010, 11:06
Filed under: weboorlog

NA ÉÉN WEEK AL TWEEDE DRUK!

Joeri Boom


Podium, 2010

Als een nacht met duizend sterren. Oorlogsjournalistiek in Uruzgan

In Uruzgan hebben Nederlandse soldaten een zware strijd gevoerd. 600 Nederlandse journalisten zijn de afgelopen jaren aan de hand van defensie naar de Afghaanse provincie gereisd. Slechts negen Nederlandse journalisten, onder wie één fotograaf en één cameraman, ontrokken zich aan de invloed van de defensievoorlichters en werkten onafhankelijk in de levensgevaarlijke provincie.

Door die ongelijke verhouding kreeg het publiek een beeld van de oorlog dat weinig met de werkelijkheid te maken had. Er zijn verschillende Uruzgan-missies, een op papier in Den Haag en een in Uruzgan zelf. Niet het beleid bepaalt de missie, maar het handelen van de militairen zelf.

Groene Amsterdammer-redacteur Joeri Boom reisde elf keer naar Afghanistan. In Uruzgan werkte hij zowel embedded als onafhankelijk. In een meeslepend verslag van zijn eigen oorlogservaringen laat hij zien wat er werkelijk gebeurde en waar de beelden uit elkaar liepen. Wat kunnen we weten? Wat willen we weten? Waar begint de censuur en waar de zelfcensuur?

Bestel nu een gesigneerd exemplaar tegen een voordelig tarief (inc. verzendkosten) in de webwinkel van De Groene Amsterdammer