Ingedeeld onder: Uruzgan april 2006
Groene-redacteur Joeri Boom en fotograaf Jeroen Oerlemans zijn de troepen vooruitgereisd. Deze zomer worden in de Centraal-Afghaanse provincie Uruzgan 1600 Nederlandse militairen gelegerd. Joeri en Jeroen peilen in Afghanistan alvast de temperatuur van de oorlog. De voortvluchtige Taliban-leider Moelah Omar, die zijn machtsbasis heeft in Uruzgan, waar hij geboren is, beloofde onlangs immers een hete lente.In hun web[oor]log doen Joeri en Jeroen verslag van de indrukken, ontmoetingen en soms ook tegenslagen die achter hun artikelen en foto’s in De Groene Amsterdammer schuilgaan.

Ingedeeld onder: Uruzgan april 2006
De dag begint vroeg vandaag. Als ik de ontbijtzaal binnen kom, zitten Jeroen en ‘Marty’ al aan de koffie. Abdul ‘Marty’ Matin, onze jonge tolk, is in het weblog van vrijdag 21 april door Jeroen gefotografeerd, biddend op een heuvel met uitzicht op Herat. Ze zijn zwijgzaam, het is nog vroeg. Eindelijk kan ik Marty in vertrouwen nemen. Op eerdere reizen in Afghanistan hebben we geleerd dat je nooit te vroeg moet zijn met het vertellen van je plannen, als die zich gaan afspelen in lastig gebied, waar de regering weinig controle heeft. Het gebied waar we vandaag naar toe gaan, het district Ghoryan, veertig kilometer van de Iraanse grens, kent weinig rebellie, maar wel veel activiteit van opiumcriminelen. We horen tegenstrijdige berichten over de betrokkenheid van de politiecommandant en de districtsbestuurder bij de papaverteelt. In elk geval staan ze niet bekend om hun doortastende en onafhankelijke optreden.
Ingedeeld onder: Uruzgan april 2006
Eindelijk krijgen we genoeg slaap. Pas tien uur nadat we naar bed zijn gegeaan, ontwaken we uit een comatueuze nachtrust. Ik barst van de energie, maar kan die nauwelijks kwijt, want vandaag gaan we niet op pad. Dat komt morgen. Dan nog maar eens geïnformeerd bij de Amerikanen naar onze embed. We zouden meereizen met een eenheid van de US Army, die vecht in Kunar. Daar is onlangs een nieuw, groot offensief gestart. Het antwoord is kort en krachtig: Verzoek afgewezen, neem contact op met de Nederlandse regering. Sorry for the inconvenience. Gezien de hoeveelheid tijd die over het verzoek is heengegaan, moet onze embed al helemaal rond zijn geweest. Dit is een afwijzing op het allerlaatste moment. We balen verschrikkelijk.
Ingedeeld onder: Uruzgan april 2006
“Waarom zorgen jullie niet dat de vraag bij jullie thuis afneemt? Waarom moeten jullie ons hebben? Wij voorzien in jullie behoefte, omdat wij daarvan kunnen leven.”

De uitvoering van ons plan laat even op zich wachten. Vandaag moeten we naar de tweede stad van het land, Herat, niet ver van de Iraanse grens, één uur vliegen van Kaboel. Onze vlucht vertrekt om tien uur ’s ochtends en we moeten er écht twee uur van tevoren zijn, zo werd ons nog op het hart gedrukt door de baliemedewerker van KAM-Air. Deze kleine vliegmaatschappij is de concurrentie aangegaan met Ariana, de nationale luchtvaartmaatschappij. Beter presteren dan Ariana is niet zo moeilijk. De oude Airbus waarmee het bedrijf van Frankfurt naar Kaboel vliegt, valt aan de binnenkant haast van ellende uit elkaar. De deuren van sommige bagagevakken sluiten niet, er hangen paneeltjes los, de ene stoel kan wel, de andere niet naar achter. Je zult er niet van neerstorten, maar echt happy flying is het niet. Puntje van zorg is wel dat Ariana onlangs is verbannen van Europese vluchthavens. We maakten al een keer mee dat de vlucht van Kaboel naar Frankfurt eindigde in Istanboel, omdat Frankfurt om onderhoudstechnische redenen het vliegtuig niet wilde laten landen. In Istanboel werden we overgeladen in een charter van Sun Air. Eenmaal diep in de nacht aangekomen in Frankfurt reden er geen treinen meer naar Amsterdam, dus sliepen we oncomfortabeler dan tijdens onze tamelijk zware reis in Afghanistan: op bankjes. Merkwaardig genoeg konden we afgelopen maandag op de heenreis naar Kaboel gewoon met Ariana vliegen vanaf Frankfurt. Bestaat er ook een opstijgbeleid voor luchtvaartmaatschappijen? Het zou ons niet verbazen als de terugreis weer noodgedwongen via Istanboel gaat.
Ingedeeld onder: Uruzgan april 2006

Bij het ontbijt ontmoeten we meneer Hussain, die blij is ons weer te zien. We noemen hem ‘de Professor’, aangezien hij over van alles wel iets wetenschappelijks weet te melden. Hij geeft les op de universiteit van Kaboel, als geograaf. In de avonduurtjes onderwijst hij jonge Afghanen in het Engels. Een Engelse cursus kun je hier volgen voor één dollar per maand. De Professor ziet uit naar zijn pensioen, volgend jaar. Dan krijgt hij negentig dollar per maand om niets te doen. Een flink bedrag naar Afghaanse begrippen.
Ingedeeld onder: Uruzgan april 2006
Kaboel gaat vooruit. Althans, het vliegveld. Het inmiddels vertrouwd aandoende wrak van de Antonov, een burgertoestel, is weggehaald. In november lag het er nog. Toen waren Jeroen en ik hier voor het laatst, om de nasleep van de parlementsverkiezingen in kaart te brengen en om te onderzoeken hoe gevaarlijk Uruzgan nu eigenlijk was. Het was een wit wrak, zonder brandsporen. Maar van het toestel was weinig over. Geen prettig gezicht voor een passagier met vliegangst. Daar hebben wij gelukkig geen last van, maar we missen het wrak wel. Het gaf je het gevoel dat het reuzespannend was in Kaboel.
