
(Foto: Joeri Boom)
De strijd die de Afghaanse parlementariër Malalai Joya voert voor vrouwenrechten, is haar duur komen te staan. Krijgsheren en religieuze leiders kunnen haar bloed wel drinken.
(Meer…)

(Foto: Joeri Boom)
De strijd die de Afghaanse parlementariër Malalai Joya voert voor vrouwenrechten, is haar duur komen te staan. Krijgsheren en religieuze leiders kunnen haar bloed wel drinken.
(Meer…)
De World Press Photo en het Defensiemonopolie op Uruzganfotografie
door Joeri Boom

Een uitgeputte Amerikaanse soldaat heeft z’n helm afgegooid en wist het zweet van z’n voorhoofd. Hij lijkt op het punt van instorten te staan. De foto is genomen door de Britse fotograaf Tim Hetherington in de Korengal Vallei in Oost-Afghanistan. Daar vecht (Meer…)
(Opinieartikel gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad)
Nederland moet leren van de ervaringen in Srebrenica, stelt Joeri Boom. Dat betekent dat de missie in Uruzgan alleen verlengd kan worden als het Nederlandse leger de veiligheid van de Afghaanse bewoners kan garanderen. (Meer…)

Als weekbladjournalist komt het soms voor dat je wordt ingehaald door de actualiteit. In het artikel De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen schreef ik het volgende: (Meer…)
Maandag 10 september – Er staat een bericht in de krant over de Taliban, die zeggen bereid te zijn te onderhandelen met de regering in Kabul. President Karzai roept hen al geruime tijd op om rond de tafel te gaan zitten. ‘Oorlog is een voortzetting van de politiek met andere middelen. Uiteindelijk zal ook in dit conflict een politieke oplossing gezocht moeten worden. We kunnen de Taliban nooit helemaal vernietigen’, zegt kapitein Lodewijk. Hij is commandant van het prt in Deh Rawod. De situatie lijkt zich te stabiliseren, de gevechten nemen af. Maar waar zijn de Taliban? (Meer…)
Zondag 9 september – Het is vrij rustig. We sluiten ons aan bij een patrouille richting Volendam. De voorpost ligt op een heuvel, zes kilometer van Camp Hadrian, en vlak bij Cutu. ‘Hier knalde hij d’r in’, zegt luitenant Alex. Hij wijst op een hesco (bak met zand of grind waarmee verdedigingswallen gebouwd kunnen worden), waarvan de huid gescheurd is. Zand en stenen zijn eruit gelopen. ‘Een metertje hoger en we hadden een uitdaging gehad.’ Achter de hesco’s stond een pantserwagen die erboven uitstak. (Meer…)
Zaterdag 8 september – Er zijn drie rode kruizen op de stafkaart bijgekomen. Op dit moment is nog één post, Dizak Ferry, in handen van de Afghaanse politie. Daar vecht commandant Quari, plaatsvervangend hoofd van politie, met veertig man. Verbeten houden ze stand. Een Nederlands peloton vecht mee met de agenten. De post mag niet verloren gaan. Het is een strategisch punt in dit deel van Uruzgan, dat wordt gedomineerd door de Helmandrivier. In Dizak kan die worden overgestoken met een pontje. In juli mislukten pogingen van de Taliban om elders de rivier over te steken. Tientallen strijders verdronken. (Meer…)
Vrijdag 7 september – De post van commandant Abdul Rahim is gevallen. Eén agent is gedood. De vrouwen en kinderen van Palawan, de commandant van de post bij Cutu, waaruit hij zich dan al heeft teruggetrokken, werden beschermd door Abdul Rahim. Ze worden gegijzeld door de Taliban, maar uiteindelijk vrijgelaten. Onduidelijk is wat Palawans tegenprestatie is geweest. Abdul Rahim en zeven agenten zijn eveneens ontvoerd. Over hun lot is niets bekend. (Meer…)
→ Veiligheid en besluitvorming
Politici die de Nederlandse missie in Afghanistan bezoeken, mogen niet het kamp uit. Wat weet het kabinet eigenlijk? En de Tweede Kamer, waar het afkalvende draagvlak voor de missie hersteld zou moeten worden? (Meer…)
Donderdag 6 september – Bij dageraad rukken Nederlandse eenheden op. In het zuiden komen zij niet in actie, maar nemen positie in op een heuvel. Daar zien ze hoe de ene na de andere post zich overgeeft aan de Taliban. In het noorden, bij Cutu, vallen de Nederlanders aan. Ze worden beschoten met mortieren, rpg’s (raketgranaten) en automatische wapens. Ze vechten terug en schakelen onder meer een spotter uit die vanuit de versterkte post het mortiervuur leidt. ’s Nachts wordt voorpost Volendam, zes kilometer ten noorden van Camp Hadrian, aangevallen met mortieren en raketgranaten. Tijdens de gevechten vallen geen Nederlandse slachtoffers.
Vanuit het Isaf-kamp bij Deh Rawod strijden Nederlandse militairen met de Taliban én doen opbouwwerk.
DEH RAWOD – Woensdag 5 september. Op de stafkaart staan met zwarte stift plaatsnamen geschreven. Het zijn de plekken waar de Afghaanse politie haar posten heeft, bedoeld om de Taliban uit het gebied te houden. Door drie ervan staan dikke rode kruizen. Die posten zijn niet meer. Ze zijn gevallen, nadat honderden Talibanstrijders vanuit het zuiden het gebied zijn binnengestroomd. Gedurende de dag komen berichten binnen over nog vier posten die omsingeld zijn door de Taliban. (Meer…)
→ Papaverbestrijding in Afghanistan.
De papaverproductie in Afghanistan is het afgelopen jaar sterk gestegen. Volgens de VN zouden de Isaf-troepen smokkel en laboratoria sterker moeten bestrijden, maar volgens de Nederlandse militairen speelt het vernietigen van de inkomstenbron van kleine boeren de Taliban in de kaart.
KABUL – ‘Ik weet wel hoe je minder last kunt hebben van de opium’, zegt Sayfodin Sayhoon. Hij is hoogleraar economie aan de universiteit van Kabul en ontvangt ons in zijn appartement, gevestigd in een Oost-Europees aandoende betonnen flat, gebouwd door de Russen, die in de jaren tachtig net als de Navo nu naar Afghanistan kwamen om de bevolking te helpen. ‘Je moet alle bestuurders en politiecommandanten in de provincies en districten ontslaan en er schone mensen voor in de plaats zetten. Jongeren, academici. En die moet je veel macht en heel veel middelen geven. Pas dan heeft het vernietigen van papaveroogsten misschien zin. Nu is iedereen, van hoog tot laag, betrokken bij de opium. Er is een systeem van corruptie dat de hele overheid omspant.’ (Meer…)
→ Afghaans-Pakistaanse vredes-jirga
In Kabul werd afgelopen week een vredes-jirga gehouden, een vergadering van stamleiders uit Afghanistan en Pakistan, over de vraag hoe zij de invloed van de Taliban en al-Qaeda konden stoppen. De genodigden gingen uiteen zonder concrete maatregelen.

CHORA / AMSTERDAM – ‘Er zaten wel tweehonderd Talibanstrijders, daar achter de muur.’ Het jongetje wijst naar een lemen muur van bijna twee meter hoog. Daarachter is een boomgaard. ‘Ze spraken een vreemde taal’, zegt zijn vriendje. ‘Mijn vader zegt dat het Urdu was, wat ze in Pakistan spreken.’ De jongens vertellen dat de mannen hen wegjoegen. ‘We zijn snel het huis binnengegaan.’
Het is een week na de grote Nederlands-Afghaanse tegenaanval in de Chora-vallei op 19 juni. Honderden Talibanstrijders hadden de Nederlandse verdedigers van Isaf, de internationale veiligheidsmacht onder leiding van de Navo, na dagenlange gevechten teruggedrongen op een gebiedje van twee vierkante kilometer. Als de Nederlanders niet in de aanval zouden gaan, was de vallei verloren. De tegenaanval slaagde. De Taliban trokken zich terug. De jongetjes staan aan de rand van een door Navo-bommen vernietigd huis. Het ruikt er naar de dood. Er ligt een koeienkadaver te rotten. Niemand die zich erom bekommert. De zes burgerdoden die bij het bombardement vielen, zijn wel al geborgen en begraven. (Meer…)
“Dat doen wij niet. Ik wil het niet hebben”, zegt luitenant-kolonel Onno Eichelsheim, commandant van de Air Taskforce (ATF) op Kamp Holland. Eichelsheim is de man van de Apache-gevechtshelikopters hier in Tarin Kowt, en hij wil niet dat zijn mannen een kill score bijhouden van gedode Talibanstrijders, zoals de jachtvliegers in de Tweede Wereldoorlog dat deden van door hen neergehaalde toestellen.

Web[oorlog] heeft even stil gelegen. Ik ben net terug van een vijfdaagse patrouille in de ‘westbank’, een gebied ten zuiden van de Baloechi Pas en ten westen van de Dorafshan-rivier. Het gebied valt binnen de inktvlek van Nederlandse controle, maar het is er niet pluis.

Dat heeft-ie vaker gedaan. Zie je zo. Hoe kun je anders zo relaxt blijven als je op de geopende laadklep van een Chinook-transporthelikopter zit, met je voetjes buitenboord, terwijl we honderden meters hoog over het woeste landschap vliegen.
De Amerikaan op de laadklep laadt zijn wapen door. Zijn collega-boordschutters voorin de helikopter, die een mitrailleur bedienen aan elke kant van het toestel, doen hetzelfde. En jawel hoor: Goodmorning Vietnam! Het ratelt en het knalt als in Apocalyps Now. Een glimlach vormt zich om de mond van een van de schutters als hij de geschrokken gezichten van de passagiers ziet. Even de wapens testen. Vaste prik als je met Amerikanen in een van hun Big Birds vliegt. (Meer…)

Eindelijk zijn we aangekomen op vliegbasis Kandahar - KAF in de soldatenmond, afgeleid van Kandahar Airfield. We worden ingekwartierd in tenten, net als de overige twaalfduizend militairen op de basis. Hier geen gepantserde containers zoals in Uruzgan, hoewel hier vaker raketaanvallen zijn.
Dat gaat zo, vertelt een militair die hier al een tijdje zit. Eerst hoor je iets gieren, dan de klap. Dan pas gaat de sirene. “Maar dan lig je al plat op je buik. Er ligt hier overal grind. Als dat opspat door een explosie kun je je flink verwonden.” Afgelopen zondag raakte een militair om die reden lichtgewond toen twee 107mm-raketten op de basis neerkwamen. (Meer…)

Een voordeel van wachten is dat je mensen leert kennen. De instructeur voor de Bushmasters, bijvoorbeeld. Een Puertoricaanse Amerikaan die na zijn vertrek uit het leger (retirement zegt hij) ging werken voor een private military firm. Nu geeft hij pantserwagenrijles in Irak en Afghanistan. De eerste groep Nederlanders die hij leerde omgaan met de Bushmaster was enthousiast. “Ik heb een foto waarop (Meer…)
“Het klinkt mooi wat we hier willen, maar ik moet nog maar zien of het lukt. We zijn hier voor de bevolking, maar als die op je schiet dan houdt het een keer op. Dezelfde gasten die ons in een hinderlaag lokken staan de volgende dag weer vriendelijk te zwaaien als er een patrouille voorbij komt.” (Meer…)

Ik zal het maar eerlijk zeggen: het is mijn eigen schuld dat ik nog in Kaboel zit. Ik had meegekund op een vlucht naar Kandahar gistermiddag. Vandaaruit vliegen de Nederlanders naar Tarin Kowt met Cougar-helikopters. Het was zeer de vraag of ik vanaf Kandahar snel op zo’n Indigo-vlucht, zoals ze hier heten, zou komen. En de aalmoezenier kneep hem: hij moet zaterdag en zondag zijn kerkdiensten draaien.

“Het heilig vuur”, zegt de aalmoezenier plechtig als hij zijn aansteker tevoorschijn haalt. We wachten op het sein om aan boord te gaan van een KDC10 – een tankvliegtuig van de luchtmacht dat na enige ombouwen ook passagiers kan vervoeren. (Meer…)

Ik ben nu alweer iets te lang in Nederland. Het begint te kriebelen. Gelukkig ga ik binnen afzienbare tijd terug naar Uruzgan. In de logboeken van Defensie staat mijn naam geschreven achter de periode 14 tot en met 28 februari. Ik ben bovendien bezig een op die periode aansluitende embed te regelen met Amerikaanse eenheden in Korangal Outpost, in de provincie Kunar, vlakbij de Pakistaanse grens.

Ik ben weer in Nederland. Het wonder is geschied, we konden mee met de woensdagvlucht.
Het was me het tochtje wel. In de KDC10 ontstond commotie toen de gezagvoerder, een majoor van de luchtmacht, aankondigde dat de vlucht ons naar Amsterdam zou brengen en dat de manschappen daarvandaan met bussen naar Eindhoven zouden worden vervoerd.
Het zou betekenen dat zij rond vijf uur ’s ochtends zouden aankomen, en dat hun familie en geliefden tot die tijd moesten wachten. Geen sinecure als je al dagen geduld oefent. (Meer…)

Wachten, wachten, wachten. Ik had me er op voorbereid. Voor manschappen en journalisten is het niet makkelijk, afhankelijk zijn van een grote en dus logge organisatie. Over de logistieke perikelen en hun oorzaak schreef ik onder meer in de vorige aflevering van web[oor]log. (Meer…)